Op een dinsdagmiddag zitten slechts twee studenten in de common room van het Omegaplantsoen. Alleen de pastasausvlekken op het fornuis, studentikoze quotes aan de muur en een overvolle vuilniszak in de gedeelde keuken verraden dat deze studentenhuiskamer soms meer bewoners heeft. Aan een tafel zit Vincent Mignon (vergelijkende filosofie) te eten. ‘Het hang ervan af of ik een magnetron moet gebruiken’, antwoordt hij op de vraag of hij hier vaker komt. Die heeft hij zelf namelijk niet. Maar de common room geeft hem ook echt een huiskamergevoel: ‘Mijn studio is gewoon functioneel. Er zijn geen mooie lampen, zitbank, spelletjes en een televisie’, zoals wel het geval bij deze common room.
Vier jaar geleden lag de situatie nog heel anders. Toen schreef Leidse student Jeroen Salden een manifest om de fusie te redden, als reactie op de toenemende bouw van éénkamerwoningen. Volgens hem was de gemeenschappelijke ruimte juist belangrijk om sociale cohesie te bevorderen en eenzaamheid tegen te gaan. Zijn noodkreet werd besproken in de gemeenteraad én gehoord door woningcorporatie DUWO die fusies van studentenhuizen begon op te knappen.
Eenzaamheid
Vier studiogebouwen hebben inmiddels ook een gemeenschappelijke huiskamer, het Hildebrandpad opent deze maand ook een common room. ‘De studio’s zijn allemaal zelfstandig en er is veel eenzaamheid onder studenten’, zegt Fanny Willems, projectleider van de common rooms. ‘DUWO heeft studentenwelzijn hoog in het vaandel. We willen dat je studententijd de leukste tijd van je leven is. We willen de common rooms niet alleen bouwen, maar ook zien dat ze gebruikt worden.’
Daarom helpt DUWO zelf ook een handje mee. Zo maakt de woningcorporatie aan maatschappelijke organisaties duidelijk dat zij hier gebruik van kunnen maken. Resto VanHarte, een initiatief van lokale buurtrestaurants om eenzaamheid in wijken te bestrijden, organiseerde bijvoorbeeld onlangs een 5-euro-driegangendiner in de common room van het Omegaplantsoen. Daar kwamen 32 studenten op af.
Ook zijn er twee studentenbeheerders per common room die activiteiten organiseren en de reserveringen regelen. ‘Wij willen het gebruik vooral activeren. Het gaat erom dat studenten het uiteindelijk zelf oppakken’, aldus Willems.
Niet alle studenten hebben daar vertrouwen in. In de common room van het Omegaplantsoen zit Troy van der Zee (27, Chinastudies) te studeren. ‘Normaal ga ik naar de bieb, maar die zit nu vol door de tentamenweek. En hier zit toch nooit iemand.’ Hij is sceptisch of daar verandering in komt. ‘Het is überhaupt moeilijk om verbinding te krijgen tussen mensen van onze leeftijd. In Nederland ga je niet zo snel met een willekeurig persoon praten.’
Toch zijn er studenten die het initiatief van DUWO wél toejuichen. Mare bezocht twee evenementen bij de common rooms van het Sigmaplantsoen en het Kolffpad. Geloven de bewoners hier wel in de terugkeer van de fusie?
Geen eten
In een donkere kamer aan het Sigmaplantsoen flitsen de beelden van Batman-film The Dark Knight voorbij. De zoete geur van popcorn en het ambilight van het grote beeldscherm maken de bioscoopsetting compleet. Pas als de lichten aangaan, blijkt hoeveel zitplaatsen onbezet zijn. Rechtenstudenten Philippine Poupart (21) en Gabriel Pedigone (20) hebben ieder een driezitsbank voor zichzelf, allebei vergezeld met een halflege popcornzak. Studentbeheerder Zuzanna Rejniak (18, Data Science en AI) zit op een grote, comfortabele zetel. Vanaf het plafond kijkt een papieren piñata wat verloren uit op de overige, lege stoelen.
Pedigone verklaart dat het tegenvallend succes te maken heeft met de tentamenweken, ‘en misschien omdat er deze keer geen eten was’. Op de kleine salontafel staan zakken snacks voor een half weeshuis, maar Pedigone doelt op de pizza-avond van een paar weken daarvoor.
Toen waren minstens twintig studenten erop afgekomen, legt organisator Rejniak uit. Het succes van de vorige keer motiveerde Pedigone en Poupart om weer te komen. ‘Ik ben hier nieuw en wilde graag nieuwe mensen ontmoeten’, vertelt Poupart, afkomstig uit Parijs. ‘Voor de studenten die niet meededen aan de introductieweek is dit wellicht de enige manier om nieuwe mensen te ontmoeten. En vooral in je eigen gebouw kan het handig zijn om mensen te kennen. Bijvoorbeeld als je jezelf per ongeluk hebt buitengesloten, zoals ik laatst had.’
De common room wordt weliswaar vaak gereserveerd door bewoners, maar dan gaat het meestal om privé-evenementen. Gelukkig organiseert Rejniak om de zondag een activiteit voor iedereen. ‘We willen nog keramieken bekers beschilderen, een eigen tote bag maken, op 6 april hebben we een potluck diner, misschien gaan we picknicken in het park hierachter als het wat warmer is, en er komt nog een afsluitend semesterfeest’, somt ze op.
Ze hoopt dat de volgende keer wel meer mensen komen opdagen: ‘Misschien moeten mensen er nog aan wennen. Soms ervaren ze een drempel om naar dit soort dingen te komen.’
Rejniak hoeft echter niet op Nederlanders te rekenen. In haar gebouw zijn de eerste zes van de veertien verdiepingen bestemd als tijdelijke woningen voor internationals. ‘In totaal heb ik het afgelopen jaar vijf Nederlandse studenten ontmoet.’
De hoge ramen van de common room bij het Kolffpad laten uitnodigend het zonlicht binnen. In de open ruimte staan een paar kleine tafels met kleding, stickers van Taylor Swift, zelfontworpen boekenleggers en andere prullaria. Veel bezoekers zijn er nog niet.
Vlooienmarkt
Bewoner Clara Zang (27, Clinical Psychology) moet wegens haar verhuizing van spullen af en besloot een vlooienmarkt te organiseren in de common room van haar gebouw. ‘Het is de eerste keer dat ik aan zoiets meedoe’, bekent ze. De afgelopen twee jaar heeft ze vooral de studieruimte gebruikt van de common room. ‘In mijn studio zijn er te veel afleidingen. Ik schrijf dan een half uur en ga daarna op bed liggen om over het leven na te denken. In de studieruimte blijf ik langer gefocust.’
De studieruimte is klaarblijkelijk populair. Een blik om de hoek op de verdieping erboven laat zien dat ook deze zondagochtend twee studenten hard aan het studeren zijn. Met groene en rode kaarten kunnen ze aangeven of ze interesse hebben in een gesprek of ‘in the focus zone' zijn.
Terug op de geïmproviseerde markt heeft medeorganisator Dominique Boormans (hbo rechten) zojuist wat spullen verkocht aan een vriendin. Ze woont zelf niet in dit gebouw, maar haar vriend wel. ‘Het leek mij leuk om hier wat te organiseren’, legt ze uit. Bij haar ‘marktkraampje’ staat Isar van Renselaar (26, Film-en literatuurwetenschap), ook hij woont hier niet en is via een vriend bij deze vlooienmarkt terechtgekomen.
Hij vindt het een erg leuk initiatief, maar twijfelt of de mensen die behoefte hebben aan sociale contacten daarop afkomen. ‘Ik had zelf een periode waarin ik best eenzaam was. Dan had ik juist niet zo’n zin in dit soort evenementen, omdat het lastig was daar energie voor op te brengen.’
Simone Rossel (24, geneeskunde) verkoopt vandaag ook spullen en vriendin Noraly de Lange (23, biofarmaceutische wetenschappen) is mee voor de gezelligheid. Rossel heeft voor één euro al een aantal stickers verkocht. ‘Ik heb in een uurtje al meer verdiend dan bij mijn co-schappen’, vertelt ze lachend.
Beide meiden wonen niet in het gebouw, maar komen er wel graag. ‘Ik heb hier ook een brunch gehad met het hele volleybalteam, dus door ons wordt deze common room veel gebruikt’, vertelt Rossel. ‘Dit is het enige complex dat echt een goede common room heeft. Je hebt heel veel ruimte en iedereen kan er makkelijk komen. Bij Lammenschans hebben ze dat nu ook, maar er wordt nog niet echt wat georganiseerd.’
Beiden vinden de komst van common rooms, ook in hun eigen gebouwen, een positieve ontwikkeling. ‘Het is lastig om mensen uit te nodigen in een kleine studio. Zo’n common room werkt beter’, legt De Lange uit. Rossel: ‘Het is fijn om je te kunnen terugtrekken in een studio. Maar als je in een tentamenweek lang binnen die vier muren blijft hangen, moet je actief naar buiten om mensen te zien. De common room verlaagt de drempel om anderen te leren kennen.’