Uit een rapport van Kamernet bleek begin februari dat het aantal Leidse studentenkamers op het verhuurplatform in één jaar met dertig procent is afgenomen terwijl de gemiddelde prijs met 17,3 procent steeg. Daarbij zijn kamers van corporatie DUWO niet meegeteld.
Nergens anders in Nederland daalde het aanbod zo fors en steeg de huurprijs zo sterk. Studenten voor Leiden (SVL) en de VVD vrezen dat de nieuwe lokale maatregelen bijdragen aan het afstoten van huurwoningen door verhuurders (zie kader) en stelden wethouder Wonen Julius Terpstra daarover vragen.
Terpstra vindt echter dat het rapport ‘onvoldoende informatie’ bevat om een ‘goede onderliggende analyse te maken’ en dat het ‘te voorbarig is om alleen op basis van dit rapport ingrepen in beleid te doen’. De wethouder denkt dat de afname van het aantal Leidse kamers op Kamernet andere oorzaken heeft, zoals ‘een verminderde populariteit van het platform en een verschuiving van het aanbod naar meer studio’s’. Over de exacte oorzaak kan volgens hem ‘alleen maar worden gespeculeerd’.
Daarom wil hij nog geen actie ondernemen. Pas vanaf het derde kwartaal van dit jaar wil hij een onderzoek doen naar het kameraanbod, omdat dan ‘de benodigde data beschikbaar komen’. Nu ontbreekt het de gemeente nog aan ‘harde cijfers die aantonen dat er daadwerkelijk een afname is’.
Terpstra vermoedt dat niet het lokale beleid, maar landelijke regelgeving, zoals de fiscale aanpassingen in box 3 en de wet betaalbare huur, de boosdoener is. Het college gaat dan ook niet mee in de wens van SVL en de VVD om de evaluatie van het lokale beleid eerder uit te voeren.
Raadslid Mitchell Wiegand Bruss (SVL) is verbijsterd door de antwoorden. ‘Kamernet is de grootste studentenwoningaanbieder van Nederland en heeft een analyse uitgevoerd van tienduizenden kamers. Deze cijfers kun je als college toch niet aan de kant schuiven?’
Het argument dat het platform mogelijk minder populair is geworden om woningen op aan te bieden, is volgens Wiegand Bruss ‘niet serieus te nemen’ en ‘een beetje treurig’. Dat verklaart bovendien niet waarom de afname alleen in Leiden zo sterk is.
‘Het college blijft volledig ontkennen dat de lokale regelgeving ook een probleem is. Wij willen nu actie: geen onderzoek in het derde kwartaal van dit jaar, maar per direct. Het college steekt de kop in het zand en wacht tot het probleem zo groot is dat we straks een heel groot deel van de studentenhuizen kwijt zijn.’
Ook de Plaatselijke Kamer van Verenigingen (PKvV) is bezorgd. Het bestuur heeft een enquête verspreid onder studenten van studentenhuizen, waarin onder meer wordt gevraagd of de huisbaas een reden heeft gegeven voor het willen verkopen van het studentenhuis, mocht dat het geval zijn. ‘Er is daarbij meermaals gewezen op het lokale beleid’, zegt PKvV-bestuurslid Simon Nammensma. ‘Bijvoorbeeld de te dure vergunningen en de regelgeving die eraan is gekoppeld.’ De definitieve resultaten van de enquête zijn er nog niet.
Op 1 januari 2024 is het nieuwe Leidse woonbeleid ingegaan. Dat beleid heeft kortgezegd tot doel huisjesmelkers harder aan te pakken, de leefbaarheid in wijken te verbeteren en het voor starters makkelijker te maken een huis te kopen.
Daardoor moeten verhuurders nu in veel wijken een verhuurvergunning en omzettingsvergunning aanvragen. De verhuurvergunning is bedoeld om huurders te beschermen tegen onder meer discriminatie, bedreiging en te hoge huurprijzen. Door het instellen van de vergunningplicht kan de gemeente handhaven wanneer verhuurders zich misdragen. De omzettingsvergunning moet worden aangevraagd door verhuurders die hun pand willen verkameren, of dat ten tijde van de verkameringsstop illegaal hebben gedaan. Door deze vergunning alsnog aan te vragen, worden deze panden gelegaliseerd.
Afgelopen september, ruim een half jaar na de invoering van het nieuwe woonbeleid, beaamden verhuurders in Mare dat ze de lokale vergunningen streng en duur vinden en dat het verhuren van studentenkamers hierdoor – in combinatie met nieuwe landelijke regels – niet meer rendabel is. Ze verkopen hun studentenhuizen liever.
Wethouder Terpstra vindt het niet per se een probleem als sommige verhuurders ervoor kiezen geen vergunning aan te vragen en hun panden te koop zetten. ‘Als het feit dat verhuurders zich als goed verhuurder moeten gedragen - een eerlijke huurprijs moeten hanteren, fatsoenlijk onderhoud moeten uitvoeren en zich aan de algemene regels van goed verhuurderschap moeten houden - de reden is dat verhuurders hun panden te koop zetten, dan is de vraag of we als gemeente het aanbod van deze kamers wenselijk achten’, schrijft hij in antwoord op raadsvragen van SVL en de VVD.