
De onderzoeken naar de rol van de stad en de universiteit, uitgevoerd onder leiding van bijzonder hoogleraar geschiedenis Ariadne Schmidt en universitair hoofddocent Alicia Schrikker, werden donderdagmiddag op het stadhuis gepresenteerd.
Hun collega-historici gaven daarbij een samenvatting in vogelvlucht. Postdoc Ligia Giay stipte aan hoe de senaat van de universiteit al in 1601 zijn diensten aanbood aan handelscompagnieën, iets wat volgens Giay typerend is voor de latere interacties met de VOC en het Ministerie van Koloniën.
Zo werd de studie sinologie opgericht om koloniale belangen te dienen. ‘Het Ministerie van Koloniën had een plek nodig om tolken te onderwijzen die konden communiceren met mensen van Chinese afkomst die in Indië leefden. Ook de studie Indologie was er nadrukkelijk op gericht om mensen op te leiden om later ambtenaar in de koloniën te worden.’
Giay besteedde in haar onderzoek ook aandacht aan de menselijke resten in de anatomische collecties van de universiteit, die de universiteit heeft verworven uit schenkingen. De Leidse hoogleraar Jan van der Hoeven gebruikte deze collecties in de negentiende eeuw om rassentheorieën mee te staven.
Visitekaartje
De historici Emma Sow en Sjoerd Ramackers lieten zien dat ook de stad Leiden een rol van betekenis speelde in het koloniale verleden. Het stadsbestuur was direct betrokken bij de oprichting van de West-Indische Compagnie, en had met een investering van 200.000 gulden een aanzienlijk grotere rol dan een stad als Haarlem.
Opvallend was dat de relatie met de koloniën niet alleen beperkt was tot de stedelijke elite. Zo waren zo’n beetje alle lagen van de bevolking bekend met koloniale producten zoals specerijen en thee, en konden de allerarmsten van Leiden bijverdienen door uniformen voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger te maken.
Uit de onderzoeken blijkt dat personen van kleur al eeuwen naar Leiden kwamen, bijvoorbeeld om te studeren. Een van hen was de in Ghana geboren Jacobus Capitein, die theologie studeerde en tijdens zijn oratie de slavernij verdedigde. Volgens Giay dienden deze studenten vaak als ‘visitekaartje van de handelscompagnieën om te bewijzen dat die goede werken verrichten’.
Doodgezwegen
Namens stad en universiteit waren burgermeester Peter Heijkoop en voorzitter van het college van bestuur van de universiteit Annetje Ottow aanwezig om het rapport in ontvangst te nemen.
‘Wij willen in Leiden een inclusieve samenleving zijn’, zei burgemeester Heijkoop. ‘En om dat te bereiken moeten we met elkaar in gesprek gaan over de verschillende kanten van onze geschiedenis. Dit rapport vormt een betekenisvolle stap naar meer besef en bezinning.’
Collegevoorzitter Annetje Ottow beaamde de noodzaak van het rapport: ‘Het is een onderwerp dat op vele plekken in Nederland onderzocht is en besproken, maar in Leiden lang is genegeerd. Of misschien zelfs doodgezwegen.’
‘Wij vieren dit jaar het 450-jarig bestaan van de universiteit, maar ik denk dat wij alleen maar de geschiedenis kunnen vieren als we ook die andere realiteit van dat 450-jarig bestaan onder ogen zien. Zaken die niet goed zijn te praten. Ook dat hoort bij onze 450 jaar geschiedenis.’
Zowel de burgermeester als de voorzitter zegden toe nog met een uitgebreidere inhoudelijke reactie op het rapport te komen op een later moment. ‘Dit verhaal krijgt een vervolg’, aldus Ottow.