
Vorig jaar oktober wilde het faculteitsbestuur meerdere bachelor- en masteropleidingen opheffen of laten fuseren, onthulde Mare. Na de nodige ophef en een alternatief bezuinigingsplan van de opleidingsvoorzitters werd dat voorstel teruggedraaid. Eind januari volgde een nieuw plan waarbij de bachelor Italiaans, de joint master European Politics and Society en de researchmasters African Studies en Latin American Studies zouden sneuvelen.
Maar ook daar is het bestuur deels op teruggekomen: vorige maand bleek dat Italiaans blijft bestaan en nu is ook de joint master gered (zie kader). Tijdens de faculteitsraad stonden er dus nog slechts twee researchmasters op de agenda om te worden opgeheven. Volgens het bestuur is dat nodig omdat de instroom zeer gering is, terwijl de specialistische kennis kan blijven bestaan nu de gelijknamige bachelors en reguliere masters overeind blijven.
De faculteitsraad had echter kritiek op de plannen. ‘Dit voelt als een symbolisch offer’, zei raadslid Jan Sleutels. ‘Als je kijkt naar de ingrepen die eerst op tafel lagen, is dit peanuts. En als je kijkt naar de mogelijke winst die het oplevert, is dat ook peanuts. Willen jullie hiermee een signaal afgeven aan het universiteitsbestuur dat jullie goede wil hebben de bezuinigingen aan te pakken? Is het een waarschuwing aan de goegemeente van geesteswetenschappen? Als dat zo is, is het dan wel de moeite waard om deze opleidingen te sluiten?’
Peanuts
Raadslid Nicole van Os vroeg zich af wat ‘de batenstrategie is’ en of er ook onderzoek is gedaan naar de reden dat de researchmasters zo weinig studenten trekken. ‘Want Afrika is een belangrijk continent, dat steeds belangrijker wordt.’
‘Ik snap dat de raad denkt: dit is peanuts, wat zitten we nou te doen?’ reageerde vice-decaan Jos Schaeken. ‘Je kunt het zien als symbolisch, maar het is wel degelijk een structurele maatregel, hoe klein die ook is. We zullen heel veel kleine maatregelen moeten nemen.’
‘Maar als je de researchmaster African Studies opheft, win je hooguit twee vakken’, wierp Van Os tegen. ‘De winst is dus heel erg klein. Is het niet logischer om eerst te kijken wat er te halen valt bij grote opleidingen, zoals International Studies, en dat we daarna kijken wat er nog nodig is bij de kleine studies?’
Decaan Henk te Velde: ‘Iedereen wist dat de opleidingen met een kleine instoom financieel in een lastig parket zitten, dus we dachten: als er ergens in de faculteit geld te halen is, is het daar. Maar omdat nu blijkt dat dat financieel minder oplevert dan gedacht, gaan we alsnog kijken naar de grote opleidingen.’
Van Os: ‘Maar moeten we dat dan niet afwachten voordat we besluiten de kleintjes af te schaffen?’
‘We kúnnen niet wachten’, reageerde Te Velde. ‘We moeten snel tot voldoende bezuinigingen komen, anders raken we door onze reserves heen. Dat is ook wat het college van bestuur ons voortdurend vertelt. Dat betekent dat we nu echt moeten beginnen, om te voorkomen dat we straks rücksichtslos mensen moeten ontslaan. Dan zit je in de chaos, en dat wil je te allen tijde voorkomen.’
Nodig
Voor raadslid Adriaan Rademaker was die toelichting voldoende overtuigend: ‘We kunnen het ons niet permitteren om te zeggen: “Het levert niet veel op, dus laat maar zitten.” Het is nodig dat we aan de slag gaan.’
Te Velde begreep dat het voor de raad lastig is om positief over het voorstel te adviseren ‘omdat we in een mist zitten waarbij niet duidelijk is waar het naartoe gaat’. Volgens hem is het schrappen van de twee researchmasters inderdaad een kleine ingreep, maar is die wel noodzakelijk. ‘We gaan er niet de oorlog mee winnen, maar we zullen dit moeten doen. Het is geen symboolpolitiek.’
Uiteindelijk adviseerde de meerderheid van de raad positief. Het voorstel gaat nu naar het college van bestuur, dat het voornemen tot opheffing zal voorleggen aan de universiteitsraad. De universiteitsraad heeft instemmingsrecht. Het definitieve besluit staat gepland voor de zomer van 2025.
Ook de tweejarige joint master European Politics and Society blijft bestaan, heeft het faculteitsbestuur onlangs besloten na overleg met opleidingsvoorzitter Joost Augusteijn. ‘De positie van Europa is in een paar weken tijd radicaal veranderd’, schrijft het bestuur. ‘Juist in deze periode, waarin de rol en positie van Europa opnieuw worden gedefinieerd, is een master die Europa vanuit multidisciplinair perspectief bestudeert van bijzonder belang.’
De Universiteit Leiden werkt in deze opleiding samen met partnerinstellingen in Centraal- en Oost-Europa, waaronder universiteiten in Praag, Krakau en Barcelona.
Het faculteitsbestuur denkt dat de opleiding ‘interessant kan zijn voor een grotere groep studenten’. De opleiding krijgt dan ook de opdracht ‘om te werken aan een batenstrategie met als doel om meer studenten te trekken’.
Dat is een andere visie dan de onlangs afgezwaaide decaan Mark Rutgers had. Hij zei eerder in Mare te willen stoppen met de master omdat er ‘veel maatwerk per student bij nodig is en de inhoud ook niet heel geesteswetenschappelijk is’.
Opleidingsvoorzitter Joost Augusteijn is blij met het behoud van de opleiding, maar is minder te spreken over het proces. ‘Feitelijk werd er besloten de studie op te heffen zonder dat het bestuur overleg had gepleegd met de opleiding.’
Volgens Augusteijn levert de master niet veel geld op, maar kost die ook niet veel. ‘Het gekste wat je dan kunt doen is een opleiding die Europa bestudeert afschaffen.’