Huiveringwekkende beelden van een beveiligingscamera: een jonge vrouw loopt door een rustige straat en wordt aangehouden door een man met een capuchon op. Hij grijpt haar pols vast. Zij probeert zich los te trekken. Een tweede man komt in beeld en laat een badge zien. Binnen enkele seconden is de vrouw in de boeien geslagen, in een voertuig geduwd en afgevoerd naar een detentiecentrum op beschuldiging van steun aan terroristen.
Haar misdaad? Meeschrijven aan een opiniestuk in een studentenkrant waarin kritiek werd geuit op de reactie van haar universiteit op de pro-Palestijnse beweging.
Haar straf? Deportatie.
Dat is Amerika anno nu. De jonge vrouw, de Turkse Rumeysa Ozturk, doet met een Fulbright-beurs promotieonderzoek naar de ontwikkeling van kinderen aan Tufts University in Somerville, Massachusetts. Ze had een geldig studentenvisum, dat plotseling is ingetrokken met als reden dat ze ‘bewegingen steunt die indruisen tegen het buitenlands beleid van de Verenigde Staten’. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verklaarde: ‘Elke keer als ik zo’n gek tegenkom, trek ik zijn of haar visum in.’
Ik ben een Amerikaans staatsburger en geef les in Amerikaanse geschiedenis en politiek aan de Universiteit Leiden. De crisis die zich momenteel in mijn geboorteland afspeelt, wekt bij mij een diep gevoel van afkeer op. De aanval van Donald J. Trump op het Amerikaanse hoger onderwijs biedt echter ook kansen voor Nederland – én duidelijke lessen over hoe we onze universiteiten moeten beschermen, zodat ons straks niet hetzelfde lot staat te wachten als onze collega’s aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.
Doelwit
Nederland is met zijn universitaire stelsel van topkwaliteit, hoge mate van Engelstalige taalvaardigheid en reputatie voor tolerantie een ideale bestemming voor Amerikaanse wetenschappers die hun land willen verlaten. En vanwege de lange traditie van trans-Atlantische samenwerkingen geniet Nederland erkenning en respect. De uittocht van Amerikaanse wetenschappers die willen ontsnappen aan Trumps repressie is al begonnen. Rumeysa Ozturk behoort tot een groeiende groep academici en studenten die tot doelwit zijn gemaakt, net als Columbia University-student en pro-Palestijnse activist Mahmoud Khalil, die begin maart werd gearresteerd. Khalil heeft een permanente verblijfsvergunning en is getrouwd met een Amerikaans staatsburger. Hij is niet beschuldigd van een misdrijf, maar wordt toch vastgehouden in Louisiana en dreigt op korte termijn te worden uitgezet.
Met het oog op deze betreurenswaardige ontwikkelingen zou de boodschap van Nederland duidelijk en consistent moeten zijn: studenten en docenten die om politieke redenen de Verenigde Staten verlaten, zijn hier welkom. Maar zoals verwacht is de aanpak van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Eppo Bruins tot nu toe rampzalig. Met de recente aankondiging van een fonds om Amerikaanse wetenschappers aan te trekken, probeert Bruins in feite munt te slaan uit de Amerikaanse braindrain. Het biedt geen enkele verlichting voor degenen die lijden onder de aanval van Trump op het Amerikaanse hoger onderwijs, zoals Ozturk en Khalil.
Bovendien is Bruins’ fonds voor Amerikaanse wetenschappers in ballingschap uitermate hypocriet gezien de ongekende bezuinigingen op het Nederlandse hoger onderwijs. Het ontkracht de neoliberale TINA-aanpak (There Is No Alternative) die de regering hanteert voor de begroting.
Ballingschap
Het is simpel: als er geld beschikbaar is om Amerikaanse wetenschappers binnen te halen, zou Bruins dat in de eerste plaats moeten inzetten voor het Nederlandse hoger onderwijs. Dat de regering het aantal Engelstalige opleidingen wil terugdringen via de Wet Internationalisering in Balans (WIB) is des te onzinniger in het licht van Bruins’ inspanningen om Amerikaanse topwetenschappers naar Nederland te lokken.
Door de WIB zal het Nederlandse hoger onderwijs provincialer worden, wat internationale academici afschrikt en Nederland minder aantrekkelijk maakt voor buitenlanders. Door de WIB wordt de kans groter dat Schiphol alleen een overstappunt wordt voor Amerikaanse wetenschappers in ballingschap, niet hun uiteindelijke bestemming.
De arrestaties onder het bewind van de regering-Trump zijn slechts het topje van de ijsberg. In maart dreigde Trump om Columbia University 400 miljoen dollar aan overheidsfinanciering te onthouden tenzij de universiteit ermee instemde dat er beperkingen zouden komen voor campusprotesten, dat beveiligingspersoneel meer bevoegdheden zou krijgen en dat de afdeling Midden-Oosten Studies onder academisch toezicht zou worden geplaatst. De beslissing van het universiteitsbestuur om hieraan gehoor te geven getuigt van een bijzondere lafheid onder druk van Trumps chantage. Harvard en Princeton zijn inmiddels ook aan de beurt en er zullen ongetwijfeld meer aanvallen op universiteiten volgen.
Opvallend genoeg rechtvaardigde Trump zijn acties door te beweren dat hij studenten wilde beschermen tegen antisemitisme – een claim die echter volledig onderuit wordt gehaald door de nauwe banden tussen MAGA-functionarissen en extreemrechtse antisemitische activisten.
De capitulatie van Columbia biedt een les voor Nederlandse universiteiten. Lang voordat Trump het antisemitismedebat gebruikte om druk op Columbia uit te oefenen, trad de universiteit al hard op tegen pro-Palestijnse activisten, wat voor Trump de deur opende om concessies te eisen. Ook hier in Nederland wordt de strijd tegen antisemitisme vaak aangevoerd als reden om zowel activisme als academische initiatieven te dwarsbomen die Israëlische misdaden tegen de menselijkheid in Gaza en de Westelijke Jordaanoever aan de kaak stellen.
Waakzaam
Aan de Universiteit Leiden werden pro-Palestijnse activisten bijvoorbeeld onnodig streng in de gaten gehouden. Er was veel kritiek op de inzet van beveiligers in burger, en de invoering van veiligheidscontroles – permanent in sommige gebouwen en incidenteel in andere – leidde tot klachten over raciale profilering. Daarnaast schrapte de universiteit academische evenementen over Palestina vanwege een zogenaamd gebrek aan ‘onpartijdigheid’ – een duidelijke schending van de academische vrijheid.
De les is duidelijk: studenten en docenten in Leiden en aan andere Nederlandse universiteiten moeten samen een vuist maken en zich verzetten tegen inmengingen die onze academische vrijheid kunnen aantasten. Gezien de toenemende nadruk op veiligheid is dat erg moeizaam, maar er zijn ook tekenen van hoop. Zo tekenden achthonderd Leidse studenten en docenten onlangs een petitie waarin ze opriepen tot het afschaffen van de veiligheidscontroles. Wel moeten we waakzaam zijn voor mensen die pro-Palestijns activisme gelijkstellen aan steun voor geweld tegen Israël.
Het Columbia University-debacle maakt deel uit van een bredere ontwikkeling in de VS: het hoger onderwijs staat onder vuur van de regering-Trump als onderdeel van een ingrijpende MAGA-cultuuroorlog, met als doel het zogenaamde ‘wokisme’ uit te roeien. Amerikaanse universiteiten dreigen op institutioneel niveau hun overheidsfinanciering kwijt te raken als ze hun initiatieven op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI) niet stopzetten.
Censureren
Vanwege de omvang van deze financiering kan Trump veel druk uitoefenen. Uit een recent onderzoek onder honderd universiteiten bleek dat doorgaans 10 procent tot 13 procent van de inkomsten van de universiteiten afkomstig was uit overheidscontracten of onderzoeksfinanciering; bij prestigieuze onderzoeksinstellingen lag dit percentage nog hoger.
Tegelijkertijd worden academische onderzoekers die op individueel niveau overheidsfinanciering ontvangen onder druk gezet om zichzelf te censureren als ze hun werk willen voortzetten. Verwijzingen naar DEI en meer dan 250 andere termen zijn verwijderd van overheidswebsites en -documenten, waaronder die van financieringsinstanties zoals de National Science Foundation (NSF). Op de lijst zouden onder meer de volgende verboden woorden staan: ‘vrouwen’, ‘handicap’, ‘bias’, ‘status’, ‘trauma’, ‘Black’, ‘Hispanic-gemeenschappen’, ‘sociaaleconomisch(e)’, ‘etniciteit’ en ‘systemisch(e)’.
Het is absurd maar waar; wetenschappers wiens onderzoek niet in lijn is met Trumps richtlijnen krijgen te horen dat ze hun werk moeten stopzetten. In combinatie met de aanhoudende chaos als gevolg van de massale ontslagen van overheidsmedewerkers, zal het anti-DEI-initiatief een langdurig effect hebben op het hoger onderwijs. In de woorden van Kimryn Rathmell, voormalig directeur van het National Cancer Institute: ‘Doorbraken zullen moeten wachten, als ze überhaupt ooit nog plaatsvinden.’
In Nederland gebruiken rechtse politici hun verzet tegen het wokisme om een restrictieve, discriminerende agenda door te drukken. Deze tactiek dient als dekmantel voor inbreuken op fundamentele rechten en vrijheden, zoals demonstranten de vrijheid van meningsuiting ontzeggen, zogenaamd uit verzet tegen de woke cancelcultuur.
Weerstand bieden
Anti-wokisme wordt ook gebruikt om minderheidsgroepen zoals de lhbtqia+-gemeenschap aan te vallen, of om Nederlanders met een migratieachtergrond – een merkwaardige term trouwens – tot doelwit te maken. Ook hier ziet de rechterflank universiteiten als bolwerken van wokisme. ‘Te lang is de activistische woke-cultuur dominant geweest in de collegezalen en onderwijsinstellingen’, stelde PVV-Kamerlid Reinder Blaauw in juni 2024. Blaauw vervolgde dat de enorme bezuinigingen op het hoger onderwijs universiteiten zouden dwingen ‘om hun prioriteiten te heroverwegen’.
De les voor Nederlandse universiteiten is duidelijk: we moeten weerstand bieden tegen de uitsluitingsgerichte kern van de anti-woke-agenda. Met het oog op de geplande bezuinigingen op het hoger onderwijs, moeten we blijven vasthouden aan academische vrijheid. Nu we een nieuw tijdperk van financiële krapte ingaan, zal het een steeds grotere uitdaging worden om ál onze studenten te blijven ondersteunen, ongeacht hun achtergrond, geaardheid of politieke overtuiging.
Op het moment dat ik dit schrijf, is het lot van Rumeysa Ozturk nog onzeker. ‘Niemand zou zomaar mogen verdwijnen van de straten van Somerville – of waar dan ook in Amerika’, zei Jessie Rossman, juridisch directeur van de American Civil Liberties Union van Massachusetts, onlangs. Het idee dat mensen in de Verenigde Staten zomaar kunnen verdwijnen op grond van hun politieke overtuiging is angstaanjagend. Laten we ervoor zorgen dat het hier niet gaat gebeuren.
William Michael Schmidli is universitair docent bij de opleiding geschiedenis