Columns & opinie
Fleur zou mij door de eerste stagedag slepen, maar wie/waar was zij?
Voor het eerst voor de klas moeten staan maakt onzeker. 'Ik barstte van de zenuwen voor het grote Morgen van mijn eerste stagedag.'
Henrik Laban
donderdag 3 april 2025

Niets hielp die nacht. Mijn hoofdmassagespin met vibratiefunctie, meerdere slaapmutsjes, de natuurdocumentaire Berg, de Moonlight Sonata van Beethoven, zelfs mijn zwaarste paardenmiddel, willekeurige passages uit Bezwaren tegen den geest der eeuw van Isaac da Costa met een onmiddellijke incubatietijd van een halve bladzijde voor een prettige nachtrust, legde mij maar niet in Morpheus’ armen.

Ik barstte van de zenuwen voor het grote Morgen van mijn eerste stagedag. Voor het eerst dé leraar. Gezag. Verantwoordelijkheid. Deskundigheid. Meneer dit, meneer dat.

Wat als die dertig deugnieten mijn onzekerheid ruiken en vanaf mijn binnenkomst al besluiten om mij weg te pesten? Wat als ze mijn anorexialichaam zien en denken: die zijn we zo de baas, geef ons twee minuten? Wat als ze het klaslokaal hebben gesaboteerd, kabels doorgeknipt, boeken verstopt of het zonnescherm laten trippen?

Deze wanhopige wat-als-scenario’s bereikten proporties waar de Coen Brothers en Quentin Tarantino in hun zaligste huwelijk nog een puntje aan zouden kunnen zuigen, maar toch was er een laatste strohalm om mij aan vast te klampen. Een boei in wilde baren. Een licht in de duisternis. Ja, er was hoop en die hoop heette Fleur. De kleurrijke inlichtingsmail met alle informatie voor mijn eerste stagedag bevatte bij elk programmaonderdeel haar naam.

Fleur zou me opwachten bij de receptie, Fleur zou me naar het lokaal begeleiden, Fleur zou me een rondleiding door de school geven en Fleur zou al mijn vragen beantwoorden. Wie deze raadselachtige Fleur ook mocht wezen, zij zou mijn redding zijn en ik zou mij geen seconde van haar verwijderen. Enigszins gerustgesteld dat ik er niet helemaal alleen voor stond, suste ik mijzelf uiteindelijk in slaap, met haar naam op mijn lippen.

‘Ik verzon de meest geloofwaardige smoes om mij alsnog ziek te melden’

Toen ik de volgende morgen na een haastig yoghurtontbijt en gierende treinstress heelhuids op het fantasieloze, grijze plein van mijn stageschool aankwam, beving mij een hevige schrik. Van deze Fleur wist ik tenslotte niets meer dan haar naam.

Moest ik nu willekeurige vrouwen gaan aanspreken om te vragen of ze een Fleur kennen? En hoe herken je een ‘Fleur’? Ik stel me dan een vrolijke powervrouw voor die als boterblonde kruising tussen Roxy Dekker en Dafne Schippers gevoelig meeneuriet met Adele tijdens strak nageleefde hardlooprondjes in een stadspark, maar toch haar zachte kanten heeft weten te behouden en als ondernemende fitgirl inmiddels haar eigen backyard smoothiebar heeft verkocht om met een artificieel léuheukstemmetje nu onzekere pubermeisjes in hun kracht te zetten en daarover een inspi-column schrijft in Volkskrant Magazine.

Maar ja, dat is ook weer een ideologisch gedisciplineerd construct van de naam ‘Fleur’, afkomstig uit een patriarchale koker. Daar kan je op een eerste stagedag beter bij uit de buurt blijven, wil je niet meteen het roddelonderwerp van de maand worden.

Terwijl ik mijn fleurbeeld aan het overpeinzen was, zag ik een tanige vrouw van het jufferige type iets verwijderd van de receptie tegen een trapleuning staan. Was dit Fleur? Ik wilde er achteloos langslopen om vlug het naamkaartje op haar borst te lezen. Maar ze draaide zich onverwachts om en mijn speurdersblik ving vol haar voorname voorgevel. Uit schaamte liep ik snel door en wilde nog met mijn ogen haar naamkaartje schampen, maar tevergeefs. Ik kwam met vuurrode kaken uit bij de afvalbakken en deed net of ik moeite had om een prulletje in mijn jaszak bij de juiste vuilniscategorie te storten. Ik verzon de meest geloofwaardige smoes om mij alsnog ziek te melden, tot ik plots op mijn schouder werd getikt.

‘Meneer Laban, van Nederlands?’ zei een nieuwsgierige meisjesstem. Ik draaide mij om en knikte instemmend tegen een lief sproetengezicht met oranje vlechtjes. ‘Ik ga u vandaag helpen in de school. Ik ben Fleur uit A3A.’

Als leraar dien je sneller te schakelen dan Max Verstappen en ik wilde deze valse start toch graag rechtzetten. ‘Nou dat werd eens tijd’, zei ik gemeen.


Henrik Laban studeert Neerlandistiek