'Onduidelijk' taalbeleid Geesteswetenschappen

29 November 2018

Universiteitsbreed is er veel te doen om het taalbeleid, maar ook op facultair niveau bestaat onduidelijkheid.

Dat blijkt uit een schriftelijke vraag van faculteitsraadslid Marian Klamer aan het faculteitsbestuur van Geesteswetenschappen. Volgens haar is er bij sommige instituten, zoals LIAS en LUCL, een ‘aanzienlijk aantal medewerkers’ dat nog geen Nederlands spreekt. Dat is problematisch: ‘Deze staf kan nu onvoldoende adequaat meedraaien in taken van commissies en bestuur, omdat daar de stukken vaak in het Nederlands zijn en de voertaal Nederlands is. Aan de ene kant voelen zij zich hierdoor gepasseerd voor bepaalde bestuurlijke zaken. Aan de andere kant zijn er ook personen die het niet vlot Nederlands kunnen lezen als reden opvoeren om geen zwaardere bestuurstaken te hoeven doen (waardoor de Nederlandssprekenden weer relatief meer moeten doen)’, schrijft Klamer. Ze heeft de indruk dat buitenlandse stafleden na vier jaar niet worden getoetst op de Nederlandse taalbeheersing, terwijl dit wel de afspraak is. ‘Zou het faculteitsbestuur een visie kunnen ontwikkelen op het gebruik van het Engels en het Nederlands in de faculteit, met name als bestuurstaal en voertaal?’

Het faculteitsbestuur reageert dat het niet goed beheersen van het Nederlands voor medewerkers in vaste dienst geen argument mag zijn om geen bestuurstaken uit te voeren. Het bestuur onderschrijft de Richtlijn Taalbeleid, die inhoudt dat ‘het Nederlands in beginsel de taal is van bestuurs- en medezeggenschapsraden, dat buitenlandse medewerkers die onderwijs geven in het Nederlands moeten aantonen dat zij over ten minste Nederlandse taalvaardigheid C1 beschikken en dat buitenlandse medewerkers die zicht hebben op een vast dienstverband Nederlands dienen te leren’.
Het bestuur heeft dit voorjaar het hoofd van het Academisch Talencentrum gevraagd om uit te zoeken of en hoe die richtlijn wordt uitgevoerd en welke knelpunten er zijn. ‘Hiervoor maakt het hoofd een ronde langs alle verantwoordelijke afdelingen. Haar analyse wordt eind dit jaar in het faculteitsbestuur besproken en zal tijdens een vergadering van de faculteitsraad geagendeerd worden.’ SVL

Deel dit bericht: