Hitler: geen krankzinnige kabouter

Wie wil weten hoe Hitler dacht, moet zijn boek lezen

Foto Bayerische Staatsbibliothek München

In september kwam de Nederlandse editie van ‘Mein Kampf’ uit. Neem het boek serieus, zegt historicus Willem Melching.

U schreef ruim honderd pagina’s inleiding bij de vertaling. Wat bedoelt u met: ‘Zie Hitler als een ideoloog, niet alleen als schreeuwende waanzinnige’?

‘Je moet Hitler niet als merkwaardige geesteszieke beschouwen. Zo kennen we hem uit films zoals Der Untergang, waarin hij een soort krankzinnige kabouter is. Maar hij was een serieuze ideoloog. Tenminste, zo zag hij zichzelf. Zijn politiek baseerde hij op een vastomlijnd programma, zoals hij het in Mein Kampf heeft vastgelegd. Bijna alles wat hij van tevoren bedacht, heeft hij ook uitgevoerd. De Tweede Wereldoorlog werkt hij tot in detail uit: tegen wie hij gaat vechten – de Sovjet-Unie en Frankrijk – en dat hij op zoek gaat naar bondgenoten. Hij heeft een grote voorkeur voor een bondgenootschap met Italië, dat er ook kwam. En met Engeland, maar die is er niet gekomen. En wat betreft het “Joodse vraagstuk”: de Jodenvervolging kan je niet letterlijk in Mein Kampf vinden, wel dat Joden tweederangsburger moeten worden.’

Maakt het uit of we Hitler als ideoloog of krankzinnige zien?
‘Het idee om Hitler als ideoloog te zien, is redelijk nieuw. Het komt steeds meer voor het voetlicht. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat er nu eindelijk een behoorlijke editie van Mein Kampf verkrijgbaar is, zowel in het Duits, sinds 2016, maar nu ook in Nederland. Het is belangrijk dat er een serieuze discussie over het boek is, omdat je dan beter gaat nadenken over wat Hitler nu precies bezielde. Het blijft natuurlijk mysterieus: een man die dertig jaar niets voorstelde, gaat opeens in de politiek. En als hij eenmaal aan de macht komt veroorzaakt hij ongeveer de grootste ramp uit de twintigste eeuw: een oorlog met 50 miljoen slachtoffers, en daarbinnen een industriële genocide. Dat is een buitengewoon spectaculaire en tragische gebeurtenis, maar het is interessant om te zien dat hij het van tevoren ook nog allemaal bedacht heeft. Dan krijg je houvast op de figuur. Want als je zegt dat hij een waanzinnige was, of een opportunist, of dat hij maar wat deed - daar kan je niet alles mee uitleggen.’

Wat bezielde hem dan, denkt u?

‘Waarom hij het geloofde, weet ik natuurlijk ook niet. Maar hij had heel duidelijke opvattingen, en daar was hij lang niet de enige in. Dat is een bijkomend voordeel als je het boek serieus neemt: je ziet dat hij niet erg origineel was. Hij schrijft juist dingen waar veel mensen het mee eens zijn en in die tijd als normaal werden beschouwd. Bijvoorbeeld het idee dat volkeren, of rassen, of landen – hij gebruikt die woorden allemaal ook door elkaar – voorbestemd zijn om oorlog te voeren. En hij beweert dat Duitsland nog één kans heeft, na het verliezen van de Eerste Wereldoorlog, om een wereldmacht te worden.

‘De Jodenhaat heeft hij ook niet zelf verzonnen. Het idee dat een volk sterker is in een oorlog als het raszuiver is, bestond al. De Joden haalden volgens Hitler de kwaliteit van het ras naar beneden. Hij wilde een soort Apartheid, hij maakte van Joden tweederangsburgers. Daar begon hij in de jaren dertig al mee. Hij dacht: dan gaan ze wel weg. En dat deden ze ook. De helft van de Duitse Joden is gevlucht.’

Waarom begon hij dan alsnog met vernietigingskampen?
‘Persoonlijk denk ik dat hij vrij snel in de gaten kreeg dat hij de oorlog tegen de Sovjet-Unie niet kon winnen. Dat was ook het moment dat bij hem de knop omging: hij liet het verwijderen van de Joden los, door ze bijvoorbeeld naar Siberië te sturen, en ging over tot vernietiging. De oorlog gaf hem de kans dit te doen, want de Sovjets ging hij niet meer verslaan.’

Schuilt er geen gevaar in het te serieus nemen van Hitlers ideologie? Dat het zijn gedachtegoed weer normaliseert?

‘Nee, het is juist belangrijk om te zien hoe dit soort mensen denkt. Ik ben ook niet bang dat de geschiedenis zich zal herhalen. Hitler was een kind van zijn tijd, en zijn aanhangers waren kinderen van hun tijd. Er zijn nu andere gevaren voor de democratie. Het heeft ook geen zin om te roepen dat Wilders of Trump de ‘nieuwe Hitler’ is. Ik zeg nu: Trump lijkt niet op Hitler. Trump lijkt op Trump, en dat is al erg genoeg. Iedere tijd krijgt de malloten die ze verdient.’

Door Anoushka Kloosterman

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

English page