Nabije Oosten-instituut verliest zelfstandigheid

Medewerkers, studenten en onderzoekers betreuren opknippen collecties

28 Juni 2017

Gisteren heeft het bestuur van het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (NINO) ingestemd met een plan om de collecties van het instituut op te splitsen. De boeken gaan naar de universiteitsbibliotheek en de spijkerschrifttabletten naar het Rijksmuseum van Oudheden. Er is veel verzet tegen het voorstel. Een online petitie werd al bijna tweeduizend keer ondertekend.

‘Er heerst hier een sfeer van verslagenheid’, zegt Carolien van Zoest, secretaresse/publicatiemedewerker van het NINO, een dag nadat het curatorium (het bestuur van het NINO, red.) heeft besloten dat het instituut haar onafhankelijkheid de facto verliest. De boeken gaan naar de universiteitsbibliotheek (UB) en de spijkerschrifttabletten worden ondergebracht bij het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). ‘De medewerkers betreuren het zeer dat het plan doorgaat. Het bestuur heeft niet voldoende aandacht voor de lange termijn. De nog uit te werken details zijn cruciaal; de snelle besluitvorming heeft de inhoudelijk betrokkenen overvallen.’

Het NINO is een onafhankelijke stichting gevestigd naast de UB. ‘Het instituut is wereldwijd bekend als de pijler onder Assyriologie en Egyptologie in Nederland’, legde Van Zoest, al eerder uit in Mare.

Egyptologie kun je alleen in Leiden studeren.

Van Zoest: ‘Sinds 1939 zorgen wij ervoor dat er in Leiden een excellente bibliotheekcollectie is, in eigendom van de stichting. Verder hebben we de grootste collectie spijkerschrifttabletten in Nederland.' 

Het instituut heeft een begroting van rond de vijf à zes ton per jaar. Dat geld komt vanuit het ministerie van OCW binnen bij de universiteit, die het doorplaatst naar het NINO.

De personeelskosten van het instituut zijn door de jaren heen gestegen. Er bleef minder geld over voor publicaties en andere zaken. Leden van het curatorium, de universiteit en het RMO hebben onderhandeld over een plan om de financiële situatie te verbeteren. Het initiatief komt van de president-curator Karel van der Toorn.

Volgens universiteitswoordvoerder Caroline van Overbeeke is het voorstel  ‘een poging om het instituut naar wens van haar eigen bestuur meer open te stellen voor onderzoek en onderwijs en bijvoorbeeld te helpen bij het opleiden van meer aio’s die promotieonderzoek kunnen doen.’

Gisteren ging het bestuur dus akkoord met dat plan. Het instituut gaat nauwer samenwerken met de universiteit Leiden en het RMO, blijkt uit een persbericht van de stichting. Onderdeel van het plan is de oprichting van een NINO-onderzoeksinstituut met een budget van rond de drie ton per jaar. Dat geld komt onder andere beschikbaar omdat er 1,7 fte wordt bezuinigd: een administrateur wordt herplaatst en de directeursfunctie verdwijnt helemaal.

De boeken van het instituut komen in beheer van de UB en ‘zal een herkenbaar onderdeel gaan uitmaken van de nieuw te bouwen Middle Eastern Library.’ Volgens het persbericht kan er vervolgens meer uitgegeven worden aan de aanschaf van boeken: 'het acquisitiebudget wordt verdubbeld.'

De kleitabletten komen tijdelijk in bruikleen van het RMO 'dat zorg zal dragen voor noodzakelijke conservering en versnelde digitalisering.'

De medewerkers van het instituut hebben grote bezwaren tegen het plan. De bibliotheek en de kleitabletten zijn nu nog beschikbaar op een plek. De boeken zijn niet uitleenbaar en staan in een open opstelling. Achter een kluis liggen de spijkerschrifttabletten.

‘Er komen uit de hele wereld wetenschappers en studenten naar Leiden voor onderzoek. Dat komt doordat ze hier kunnen studeren in één van de meest complete bibliotheken op onze vakgebieden en direct toegang hebben tot alle boeken. Daardoor is onze bibliotheek ook een ontmoetingsplek’, zegt Van Zoest. ‘Het is een op zich een mooi plan om een onderzoeksschool te beginnen, maar deze wordt dan wel onderdeel van de universiteit. We hebben bij andere instituten gezien dat dat geen vooruitgang is. Dat het instituut al 78 jaar uitstekend functioneert is helemaal niet aan bod gekomen tijdens de vergadering.'

De medewerkers maken zich zorgen over de beschikbaarheid van het materiaal. ‘Wij voorzien dat op lange termijn boeken zullen verdwijnen in een gesloten magazijn van de UB, en dat de aanschaf van nieuwe boeken inhoudelijk achteruit gaat. Dan mis je het fundament onder je onderzoeksinstituut, hoeveel budget er ook beschikbaar is.‘

De drie zeer gespecialiseerde medewerkers van de instituutsbibliotheek komen in dienst van de UB. ‘De eerstkomende jaren zitten zij op de NINO-collectie, maar er zijn niet genoeg garanties voor de langere termijn. De UB gaat over de boeken beslissen,’ zei Van Zoest vorige week in Mare.

‘Als de collectie achteruit gaat, dan gaat het Egyptologie-onderzoek in Leiden ook achteruit. Vervolgens komen er minder onderzoekers en studenten uit het buitenland. Op een bepaald moment zegt de universiteit dan: “Laten we de studie maar schrappen.”’

Ook hoogleraar archeologie van West-Azië Jesper Eidem, de directeur van het NINO, is tegen het plan: ‘Elke slimme generaal weet dat als hij zijn troepen opsplitst, deze kwetsbaar worden. Het zal uiteindelijk datgene verwoesten wat Leiden een van de belangrijkste spelers in de wereld maakt op deze vakgebieden.'

Naast een petitie zijn er nog meer protesten. Van Zoest: ‘Studenten stonden bij aanvang van het overleg van het curatorium in de hal van het gebouw. Ze hadden posters met teksten als het "NINO moet blijven" in de vergaderzaal opgehangen.’

Het is de bedoeling dat in januari 2018 de reorganisatie van start gaat. ‘We gaan ons nu richten op het bedingen van zo gunstig mogelijke voorwaarden voor collecties en medewerkers,’ aldus Van Zoest. VB

Deel dit bericht: