Cultuur
Recht voor je bek
Op de Zwarte Cross scoorden ze een platencontract. Inmiddels is er voor Birth of Joy zelfs interesse uit Amerika. 'Maar de stufi is voorlopig mooi meegenomen.'
Frank Provoost
woensdag 7 maart 2012
Birth of Joy, met van links naar rechts: Bob Hogenelst, Kevin Stunnenberg en Gertjan Gutman. Foto Suburban © Suburban

Jim Morisson leeft en woont in Enschede. Zo’n veertig jaar na zijn dood ging hij naar een school voor rockende jeugd: de Herman Brood Academie. Bijkomend voordeel: de Morisson van nu, die Kevin Stunnenberg heet, kan niet alleen dromend zegzingen of schreeuwend uithalen, maar ook een behoorlijke potje gitaar spelen. En hoewel hij best op zijn tijd een borrel lust, lijdt hij niet aan dezelfde zelfdestructieve neigingen als zijn vorige ik.

Samen met trommelende houthakker Bob Hogenelst en de Leidse toetsenist Gertjan Gutman trekken de schoolgenoten als Birth of Joy door het land. Naar De Stam in Almelo, De Bosuil in Weert, Beuk in Barendregt, en De Stier in Eibergen. Met dank aan hun oosterse wortels weten ze een show te regelen op de Zwarte Cross, de jaarlijkse bedevaart voor modderfetisjisten op brommers, trekkers en motoren. Daar staat zowaar een platenbons in het publiek, van het garagelabel Suburban, die hen spontaan tekent.

Vorige week verscheen hun debuutplaat Life in Babalou, die ze vanavond in LVC presenteren. Meteen mochten ze aantreden in De Wereld Draait Door, onder toeziend oog van Pinkpop-baas Jan Smeets.

En, is Pinkpop geregeld?

Gutman (22): ‘We hebben hem natuurlijk een cd gegeven. Maar hij is tegenwoordig vooral “de kop van Pinkpop”. Niet hij, maar Mojo bepaalt wie daar staat. Hij zei wel altijd één bandje zelf voor te dragen. Jammer genoeg was dat dit jaar Chef’s Special.

‘Maar verder gaat het fucking chill. We hebben veertig shows staan. Eind mei gaan we op tour met De Staat. Boekers zijn shows aan het regelen in Duitsland en Frankrijk. Er is zelfs interesse uit Seattle. Een oude manager van Red Hot Chili Peppers en Lenny Kravitz vindt ons helemaal te gek. Maar het is nog onzeker of daar iets uitkomt.

‘Voorlopig werken en studeren we nog. Ik zit in het tweede jaar conservatorium. Het heet de popacademie voor piano, maar je speelt eigenlijk alles wat niet klassiek is, dus ook veel jazz. Zolang het nog kan, wil ik zoveel mogelijk meepakken. Bovendien is de stufi natuurlijk mooi meegenomen.’

Waarom maken jullie ouderwetse orgelrock?

(Verontwaardigd) ‘Ouderwets?’ (Na een korte denkpauze) ‘Ik denk dat de rauw- en puurheid ons aanspreekt. Bands als Black Sabbath, Deep Purple, MC5, The Doors – noem ze allemaal maar op. Geen gezeik, alleen intensiteit. Recht voor je bek.’

Waar komt die voorliefde vandaan?

‘Mijn eerste cd kocht ik op mijn dertiende: Led Zeppelin. Ik zat net op de middelbare school waar de ouderejaars met Nirvana-shirts rondliepen. Toen ik dat luisterde, dacht ik: cool, maar ik vind The Doors beter.

‘Dat smerige sound van John Lord, van Deep Purple, is echt een inspiratiebron. Ik speel nu op een Philicorda. Als je daar niks mee doet, klinkt het nergens naar – dan is het net een Atari spelcomputer. Maar met een goede versterker en een paar effectpedalen, big muff en wahwah, gaat-ie lekker blazen. Voor je zover bent, moet je wel even zoeken. Ik weet nog dat ik op mijn vijftiende fucking veel had gespaard en voor tweeduizend euro de allerduurste synthesizer kocht - het nieuwste van het nieuwste. Toen ik hem aanzette, verscheen er een soort cockpit aan lichtjes en touchscreens. Ik snapte er geen zak van. Vier soorten orgelgeluid zaten erop, die allemaal even ruk klonken.’

En toen?

‘Hij heeft drie maanden onder een hoes op mijn kamer gestaan. Toen dacht ik: fuck dat ding. Ik ben teruggegaan naar de winkel, heb naar het oudste orgel gewezen dat ik kon vinden en gevraagd of ik mocht ruilen. Dat kon. Maar ik moest wel vierhonderd euro bijbetalen.’

Birth of Joy, Life in Babalou

LVC, donderdag 8 maart, € 10