Mare Nummer 23     24 maart 2011

23
Het laatste oordeel (1526-1527)
FOTO: Collectie Museum De Lakenhal Leiden
Alles van ‘L’ hangt er
De Lakenhal eert Lucas van Leyden met reünie van drieluiken

Zonder ooit in Italië te zijn geweest, werd Lucas van Leyden toch Nederlands eerste renaissance-schilder. De Lakenhal stelde een prachtige overzichtstentoonstelling samen.

DOOR FRANK PROVOOST Oké, wij hebben De Nachtwacht aan stukken gesneden. Toen Rembrandts meesterwerk in 1715 niet in het Amsterdamse stadhuis op de Dam paste, hakten we er links, rechts en boven vakkundig wat repen af, en ziedaar: toen paste het perfect.

Natuurlijk, dat was onvergeeflijk. Maar wisten wij veel. Het schilderij was nog geen eeuw oud, de maker in 1669 nog straatarm gestorven.

Nee, dan de Russen. Die zetten gewoon de zaag in een nog ouder Hollands topstuk. Twee jaar voor zijn dood had Lucas van Leyden (1494-1533) zijn indrukwekkende drieluik Christus geneest de blinde van Jericho gemaakt. Het was de laatste van drie grote altaarstukken, samen met Het laatste oordeel en De aanbidding van het gouden kalf, waarmee hij bewees Nederlands eerste Renaissance-schilder te zijn.

Het was een wonder dat de panelen kort na hun voltooiing de Beeldenstorm zouden overleven. Toen de protestanten in het hele land alle kerkelijke pracht en praal aan gort begonnen te slaan, waarschuwden onder meer de witte nonnen van het klooster voor de Dominicanessen (het tegenwoordige Academiegebouw) dat het wellicht een goed idee zou zijn hun ‘blinde’ op te laten bergen. Het laatste oordeel dat in de Pieterskerk hing, werd veilig in het gemeentehuis opgeborgen.

Maar toen ‘de blinde’ in Rusland belandde, ging het alsnog verkeerd. De Russen vonden het drieluik wat te christelijk en ouderwets ogen. En dus verzaagden ze de drie panelen tot één rechthoekig doek, waarbij in de lege gedeelten doodleuk wolken en bomen werden geschilderd.

En toch. Het verminkte meesterwerk vormt een van de hoogtepunten van de tentoonstelling Lucas van Leyden en de Renaissance, sinds dit weekend te zien in De Lakenhal.

Onderweg maakt de bezoeker bijna letterlijk mee hoe Lucas (of ‘L’ zoals hij zijn werk signeerde) van sobere eenvoudige tekeningen, houtsneden, glasramen en gravures een steeds rijkere verbeelding kreeg. Lucas begon als autodidact wonderkind (van negen of veertien, daarover verschillen biografen van mening) en zou later bewonderd worden door Rembrandt die 147 gulden, destijds een klein fortuin, neertelde voor een van zijn prenten.

Alles wat er moet hangen, hangt er ook: van zijn Leidse leermeester Cornelis Engebrechtsz tot zijn Albrecht Dürer - de Duitse schilder die aanvankelijk door Lucas werd aanbeden en door wiens ogen hij kennismaakte met de Renaissance, aangezien hij zelf nooit Italië zou bezoeken. Na een geslaagde kennismaking gingen de twee elkaar beïnvloeden, wat mooi is terug te zien aan een reeks prenten waarin de twee elkaar lijken te spiegelen.

Terwijl het licht in de opeenvolgende zalen steeds feller gaat schijnen, weet de bezoeker dat het beste nog moet komen. Nog even, dan volgt de grote reünie der drieluiken.


Lucas van Leyden en de Renaissance
Museum De Lakenhal Leiden, t/m 26 jun

Christus geneest de blinde van Jericho (1531) Hermitage, Sint-Petersburg

Dans om het gouden kalf (1531) Collectie Rijksmuseum

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook