Het protest in Amsterdam, in december vorig jaar. ‘Deze acties laten enkel zien dat de student van nu in ieder geval genoeg te eten heeft.’
FOTO: HH
Protest is een moetje Het mogen dan historische betogingen zijn, de acties van studenten zijn weinig efficiënt
Dat de student er bekaaid afkomt, is duidelijk vindt Johannes Visser. Eind vorig jaar sprak hij de demonstrerende menigte op de Dam toe. Maar wat hij zag vanaf het podium stemde hem weinig hoopvol. ‘Als je per se wilt shockeren, beeld dan uit dat de student door dit kabinet in z'n reet genaaid wordt.’
‘Dit is het grootste studentenprotest sinds 1988’, schreeuwt Sander Breur op het Malieveld, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Het is 21 januari 2011. De jongen naast me stoot me aan. ‘Wat was er in 1988?’ Alleen de overwinning van het Nederlands elftal op het EK schiet me te binnen, dus ik moet hem het antwoord schuldig blijven. Op dat moment realiseer ik me dat we hier bij een protest zijn dat de geschiedenisboeken in moet gaan.
Breur is niet de enige die het protest van die dag in een historische context plaatst. Sterker: er zijn geen sprekers die dat niet doen. Alexander Pechtold weet het historische belang van de gebeurtenis nog extra kracht bij te zetten met de woorden: ‘Ich bin ein langstudierder’. Een ding is duidelijk. Dit protest kan in de geschiedenisboeken bijgeschreven worden nog voor de laatste spreker het podium verlaten heeft. Een maand eerder, tijdens het protest op de Dam van 10 december, ging het voortdurend over 1969. Het jaar dat ruim honderdduizend studenten het Maagdenhuis bezetten. Tenminste, als je het aan de UvA-alumni vraagt. Een collectieve herinnering waar in werkelijkheid maar 600 mensen aan meededen.
Aan die continue vergelijkingen met eerdere studentenprotesten kleeft een probleem. Het is moeilijk concurreren met de romantiek van het verleden. De bedreiging van de panda haalt het niet bij het uitsterven van de dinosauriër. De Backstreet Boys waren beter dan de 3J's ooit zullen zijn. Het huidige studentenprotest zal eerdere protesten nooit overtreffen. Dat de demonstratie op het Malieveld de grootste was sinds 1988, betekent slechts: in 1988 was er een nog groter protest. En dat terwijl er toen veel minder studenten waren. Iedere vergelijking met het verleden is een flinke snee in de eigen vinger.
De constante vergelijkingen met protesten uit het verleden maken nog iets duidelijk. Het studentenprotest is een geïnstitutionaliseerd machtsmiddel geworden. Een moetje. Van voor tot eind geregisseerd door de LSVb. Want het is niet de student die uit woede de straat op gaat, maar de studentenvakbond die uit man en macht probeert zoveel mogelijk zieltjes bij elkaar te Facebooken. En de LSVb staat even ver van de student af als Johnny de Mol van het celibaat.
Een top-downprotest dus, dat volgens gebaande paden naar een goed einde wordt gebracht. Er spreken studentenleiders die vinden dat alles een schande is. Er spreken politici die dat ook vinden, met daarbij de toevoeging dat je daarom op hen moet stemmen. Studenten zingen een protestlied, want vroeger zongen ze ook protestliederen. Er wordt een debat gehouden waarbij alle argumenten overzichtelijk op een rijtje worden gezet. Tot slot mag iemand van het kabinet onder luid boegeroep het beleid verdedigen. Een paar studenten zullen na afloop met de ME op de vuist gaan, maar over het algemeen verloopt het protest rustig. Op YouTube staat een filmpje van een interview met iemand van de LSVb. Hij verklaart de krimpende belangstelling van studenten om te protesteren uit het feit dat de regelgeving op dat gebied de afgelopen jaren is aangescherpt. Het geeft precies de gezapige instelling van de LSVb en het studentenprotest weer. We willen wel protesteren tegen het kabinet, maar we houden ons wel aan de regels van datzelfde kabinet. We zullen niet te veel geluid maken, bij het verlaten van het Malieveld onze eigen troep opruimen en dj Jordy netjes gedag zeggen.
In het publiek wordt dan ook niet gestreden voor de basisbeurs, maar om de prijs voor de ludiekste actie. Een kip op een stok omdat de student wordt kaalgeplukt. Een konijn op een stok omdat de student het haasje is. Een dildo op een stok omdat de student de lul is. Een groep studenten staat in hun hemd, omdat ze willen laten zien dat de student door dit kabinet letterlijk in zijn hemd staat. Of dat de student wordt uitgekleed. Of om de naakte waarheid achter deze kabinetsplannen te tonen. Als ze meer kledingstukken uittrekken, willen ze aantonen dat ze met hun billen bloot moeten of dat ze zich, wederom letterlijk, bloot moeten geven aan dit wrede kabinetsbeleid. En dat terwijl zulke acties alleen maar laten zien dat de student van tegenwoordig in ieder geval genoeg te eten heeft. Clichés zijn het, allemaal. Als je per se wilt shockeren, beeld dan uit dat de student door dit kabinet in z'n reet genaaid wordt.
Want dat wordt ‘ie. Steeds vaker hoor je politieke partijen zeggen dat een maatschappelijke visie ontbreekt. Partijen moeten weer op zoek naar ‘een verhaal’. Het verhaal van dit kabinet is een boosaardig sprookje waarin de hoofdpersoon na drie bladzijden alles heeft wat zijn hartje begeert. Rutte stopt na die derde bladzijde met lezen, en ziet niet dat de hoofdpersoon aan het eind van het verhaal ongelukkig en eenzaam sterft.
Maar de vraag is wat wel een efficiënte manier is om in protest te komen. Een vraag die ook ik niet kan beantwoorden. De student heeft, zeker onder een kabinet met de toekomstvisie van een goudvis, een slechte onderhandelingspositie. Als vuilnismannen staken dan stapelen de vuilniszakken zich weken op. Staken de tramconducteurs dan moet je met de fiets. Maar als de studenten staken, dan merk je dat pas als je over tien jaar met een hersentumor het ziekenhuis binnenkomt en je arts alleen een mitella weet te leggen. Of als je over twintig jaar een boek schrijft en niemand de speciale betekenis van de letter ‘j’ in je roman ziet.
Vrijdag, 25 maart, wordt er weer geprotesteerd tegen de aanstaande bezuinigingen op het hoger onderwijs. Op het moment dat ik dit schrijf, dinsdag 22 maart, is de enige aanwijzing voor het protest de website www.onderwijsiseenrecht.nl en een Facebookpagina. 361 mensen zullen aanwezig zijn, 581 mensen zijn misschien aanwezig, 6692 mensen moeten nog antwoorden. Eén iemand geeft aan niet te kunnen omdat hij die dag al een ander feestje heeft. In gedachten hoor ik de eerste spreker al schreeuwen: 'Dit is het grootste studentenprotest sinds 21 januari 2011.'
Johannes Visser is student Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Tot voor kort was hij redacteur bij Propria Cures.