Wat ik schrijf, moet goed genoeg zijn

Debutant heeft ‘heel erg zitten nerden’ op historische roman

Marc de HaanFerdinand Lankamp:

Door Sebastiaan van Loosbroek

Oud-geschiedenisstudent Ferdinand Lankamp (30) debuteerde begin deze maand met zijn roman Uiterste Dagen. ‘Als ik een groot publiek had gewild, had ik iets anders moeten schrijven.’

Hoe heb je je manuscript onder de aandacht weten te brengen?
‘Ik ken geen enkele schrijver die zijn boek uitgegeven heeft gekregen door het manuscript lukraak naar een uitgeverij te sturen. Ik heb in 2015 de Mare Kerstverhalenwedstrijd gewonnen, dat is het begin geweest. Ik was in die tijd ook redacteur van De Optimist, en daar kende iemand een redacteur bij uitgeverij Atlas Contact. Zij heeft dat verhaal naar Atlas Contact gestuurd. Vervolgens nodigde een redacteur me uit voor een gesprek. Op de dag dat het verhaal in Mare stond, zat ik al bij hem op de koffie. Ik kreeg een contract aangeboden. Op 6 april 2016 heb ik het getekend. Die datum onthoud ik altijd. Het was de dag van het Oekraïnereferendum en het regende pijpenstelen.’

Je roman gaat over de Finse boer Edvard, die in 1940, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog met zijn paard naar het front wordt gestuurd om zijn land te dienen. Hoe kwam je daarbij?
‘De hoofdpersoon Edvard is gebaseerd op de vader van mijn oma. Dat hij zou hebben gevochten voor zijn land, was het verhaal zoals mijn vader en oma me dat hebben verteld. Tot mijn oma op haar sterfbed lag. Toen werd het verhaal heel anders, namelijk dat hij nooit bij het front zou zijn aangekomen. Ik weet vrijwel zeker dat het eerste verhaal van mijn oma niet klopt.’

En toch wilde je het vertellen?
‘In een vrij vroeg stadium besloot ik de historische feiten over mijn overgrootvader te laten voor wat ze zijn. Anders was het een heel droog verhaal geworden.
‘De enige reden om me bij de feiten te houden zou zijn om mijn familie een plezier te doen, maar dan had ik wel een brute eerlijkheid aan de dag moeten leggen. Ik weet namelijk dat hij in de Finse Burgeroorlog in 1918 als onderdeel van een bataljon op de hoogte was van standrechtelijke executies van communistische krijgsgevangenen. Met een online database van Finse oorlogsslachtoffers heb ik gecontroleerd waar hij was op welke dag. Ik kwam erachter dat er communisten zijn doodgeschoten op dagen en plaatsen waar mijn overgrootvader toen ook was. In hoeverre hij daarbij betrokken is geweest, weet ik niet. Maar hij is er altijd trots op geweest dat hij heeft meegevochten en zijn onderscheidingen heeft hij altijd bewaard.
‘Ik heb altijd de neiging gehad de geschiedenis aan mezelf toe te eigenen. De verhalen van de Finse kant van mijn familie waren altijd een beetje mysterieus. Daar wilde ik meer over weten: wat voor mensen waren mijn overgrootouders en op wat voor plek ze hebben geleefd? Maar goed, uiteindelijk is het verhaal in mijn boek verzonnen, alleen de locaties in Finland en de gezinsverhoudingen zijn op de werkelijkheid gebaseerd.’

Ben je naar Finland geweest?
‘Ja, je wil weten hoe het is om daar door de sneeuw en het landschap te lopen. Ik ben ook naar het graf van mijn overgrootvader geweest, op een mooie, oude Evangelisch-Lutherse begraafplaats. De reis naar Finland heeft het boek echt beter gemaakt. Het gaf me zelfvertrouwen, ik kreeg meer feeling met het verhaal. Maar ik heb ook online Finse kadasterkaarten bestudeerd, die zijn nog gedetailleerder dan Google Maps. Daar staat alles op: de grenzen van de kavels waar mijn overgrootouders woonden, welke bossen er stonden, hoogteverschillen, namen van kleine plaatsjes, moerasjes en meertjes. In het historische verhaal heb ik heel erg zitten nerden.’


Een Finse soldaat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nabij het dorpje Nautsi, in het Noorden van Lapland, oktober 1941. 

Het wordt afgewisseld met belevenissen van een geschiedenisstudent die vlakbij Leiden woont en wiens overgrootvader Edvard heet.
‘Dat ben ik gewoon zelf. Zo’n vertellijn in het heden brengt het verhaal toch iets dichter bij de lezer.’

Bij het lezen van de achterflap denk je niet meteen: dit gaat een groot publiek aanspreken.
‘Ik heb nooit het idee gehad dat het een bestseller zou worden. Maar erkenning is wel degelijk fijn: je schrijft het ook weer niet helemaal voor jezelf. Als schrijver moet je zo dicht mogelijk bij je eigen interesses blijven, anders krijg je een rotboek. De kans dat je überhaupt met literair schrijven geld verdient, is niet zo groot. Als ik een enorm publiek had willen bereiken, had ik een ander verhaal moeten schrijven.’

In het boek werp je de vraag op hoe feitelijk geschiedschrijving eigenlijk is. Moeten we de geschiedenis niet al te letterlijk nemen?
‘Historicus Hayden White zei: “Elke vorm van geschiedschrijving is een reflectie van je eigen waardepatroon.” Wat je zelf vindt, projecteer je op situaties en gebeurtenissen. Ik ga niet zo ver, maar een wezenlijk probleem is de vraag: hoe dicht staan de motivaties van mensen uit de historie bij de motivaties van de geschiedschrijvers? In hoeverre zijn de dingen die je als individu drijven tijdgebonden en in hoeverre zijn ze universeel? Dat weet je niet.’

Hoe verdien je momenteel je geld?
‘Ik geef Nederlandse les aan expats en kijk scripties na. Ik heb ook nog de masteropleiding tot geschiedenisdocent gevolgd, maar daar ben ik snel mee gekapt. Ik vond het verschrikkelijk. Het lesgeven was wel geinig. Ik zat op een school in Amstelveen, zo’n kakdorp, dat was wel lachen met die bijdehandte havo’ers. Maar de opzet van de opleiding was enorm schools. Je krijgt heel weinig ruimte je eigen lessen vorm te geven en moet alles verantwoorden. En ik verdiende er ook geen reet mee. Alle vreugde in het doceren werd effectief gesmoord.
‘Ik ben vol aan de bak met mijn volgende boek. Het liefst zou ik mijn geld verdienen met schrijven, maar het zijn er maar een paar die dat lukt. Met het boekenvak komt het niet meer goed. Er heerst paniek bij uitgeverijen. De standaard modus operandi is: hoe overleven we?
‘Wat dat betreft zie ik het somber in. Maar ja, ik hoef alleen maar voor mezelf te zorgen. Als ik een gezin had gehad, was ik er niet aan begonnen. Tegelijkertijd denk ik: als wat ik schrijf goed genoeg is, dan moet het wel lukken.’

Ferdinand Lankamp, Uiterste Dagen. Atlas Contact. 176 blz. €19,99

‘Ik was een karikatuur van een corpsbal’

Lankamp studeerde van 2008 tot 2016 geschiedenis in Leiden. Een jaar eerder volgde hij de studie Chinees, maar dat moest hij al snel opgeven. ‘Ze zeiden bij de opleiding: “Als je een week achterloopt, kun je het vergeten”. Op een gegeven moment liep ik drie weken achter. Ik was net achttien, ik had gewoon zin om te zuipen en stoer te doen. Ik was echt nog een kind. 
‘Ik weet nog dat er bij mij thuis een bank stond en dat we die naar Minerva hebben getild, waar ik het eerste jaar lid was geworden. Toen we de Haarlemmerstraat overstoken, waren we moe en hebben de bank tussen de winkelende mensen neergezet. Toen hebben we bier gehaald en op de bank zitten zuipen. We waren een karikatuur van een echte corpsbal. Dat ik dat toen ook echt stoer vond, dat kan ik me nu niet meer voorstellen.’
Lankamp kijkt met ‘gemengde gevoelens’ terug op zijn studententijd. ‘Het ging alleen maar over zuipen. Het was vaak erg oppervlakkig. Het leek op een vleesgeworden streekroman, zoals het er op Minerva aan toe ging. Ik had het geluk dat ik een leuk huis vond, het gemengde Oude Singel 68. Er was wel anciënniteit, maar dat was meer een geinige gimmick.
‘Op de borrel op de sociëteit heerste altijd een sfeer van de prominenten versus de niet-prominenten. Die sfeer definieerde de hele avond. Ik zat bij de minder prominenten. Dan stond je onderaan. Maar er zijn natuurlijk ook avonden geweest dat ik het geweldig vond. Je ontwikkelt wel een goed soort hardheid.’
Deel dit bericht:

Voorpagina

Gaan we dit teruggeven?

Volkenkundige musea gaan zelf roofkunst zoeken in hun collecties. Maar hoe geef je die …

Achtergrond

Het recht op een bult

De betutteling van kinderen slaat door, zegt Froukje Hajer. Ze is adviseur jeugdbeleid en …

Wetenschap

Studentenleven

Rubrieken

English page

My job is bullshit

A quarter of all employed people are not convinced that their jobs serve any meaningful …