Weekendeffect - zwart gat - slakkenvoer

Weekend-effect
In Nederland kan je je hartinfarct maar beter krijgen op een doordeweekse dag, lijkt het. Promovenda Daniëlle Eindhoven van het Leids Universitair Medisch Centrum beschrijft in het American Heart Journal dat de dag waarop je naar het ziekenhuis gaat verschil maakt. Daarvoor vergeleken zij en haar collega’s de data van de bijna zestigduizend mensen die in 2012 en 2013 zo’n infarct kregen. 

Cardiologen delen hartinfacten op in twee soorten, afhankelijk van de aanwezigheid van een bepaald patroon in het elektrocardiogram. Als dat patroon er is, wordt de patiënt meestal meteen gedotterd. Bij de tweede categorie, de zogeheten non-stemi, doet de arts eerst verder onderzoek. Bij die tweede groep is de kans dat ze een jaar later overleden zijn ietsje hoger als ze hun infarct in ’t weekend kregen dan doordeweeks: 13 versus 11 procent. Dat zou iets te maken kunnen hebben met het feit dat er in het weekend minder vaak wordt gedotterd bij deze groep.

Een andere verklaring is dat de ‘weekend-patiënten’ gemiddeld wat zieker zijn: er komen op maandag meer hartinfarcten binnen dan op zondag: blijkbaar treedt er een vertraging op bij de mensen met minder ernstige symptomen. Maar ook dat betekent dat je maar beter doordeweeks kunt hartinfarcten, natuurlijk.

Zwart gat
In het midden van onze Melkweg zit een zwart gat, dat zelfs voor een zwart gat opvallend zwaar is, Sagittarius A*. Dat ons hele sterrenstelsel eromheen draait, heeft niet zoveel met de massa van dat gat te maken, maar in de directe omgeving ervan slingert het supergat enorme gaswolken in het rond. Vlak voordat het gas definitief verdwijnt in het afvalputje van verbogen ruimte-tijd, geeft het een enorme stoot straling af.

Een groep sterrenkundigen, waaronder de Leidse hoogleraar Tim de Zeeuw, hebben met behulp van de Very Large Telescope in Chili die stralingsstoten gemeten. Het gas racet met 30 procent van de lichtsnelheid om het zwarte gat heen, blijkt uit hun data: honderdduizend kilometer per uur. Het artikel waarin ze hun waarnemingen beschrijven, verscheen vorige week in Astronomy & Astrophysics.

Slakkenvoer
De olie in je smeermargarine en je slaolie komt deels van koolzaad, een van de belangrijkste olieproducerende planten ter wereld. Het is familie van raapzaad, een wild plantje dat er op het oog behoorlijk op lijkt, maar een heel andere genensamenstelling heeft. Die twee kunnen kruisen, en als je dat in het lab doet komen er hybride plantjes uit die prima opgroeien. In het wild zie je die hybrides echter nooit, terwijl bijen wel van de ene naar de andere plant vliegen.

Biologiestudente Martienke Baaij is hoofdauteur van een artikel in Basic and Applied Ecology dat een mogelijke verklaring geeft. Naaktslakken vinden het tamme koolzaad veel lekkerder dan het wilde raapzaad. Dat heeft vermoedelijk wat te maken met de aanwezigheid van afweerstofjes die we zorgvuldig uit de tamme plant hebben weggekweekt omdat ze niet zo lekker smaken. De hybrides zitten daar een beetje tussenin, zowel qua populariteit bij slakken als bij de concentratie stofjes. Wellicht ontstaan ze wel in het wild, maar worden ze simpelweg opgevroten, opperen Baaij en co. Dat moet nog wel in het veld bewezen worden.

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

English page