De angstkunstenaar

Maarten Biesheuvel heeft een nieuw boek uit en elke gelegenheid die zich voordoet om over deze Leidse schrijver te schrijven, moet worden aangegrepen. Er is terecht al veel aandacht voor geweest, maar deze kolommen zwegen tot nu toe.
Maarten Biesheuvel en ik zijn jarig op dezelfde dag. We groeiden allebei op onder de mythische rook van Rotterdam en trokken allebei naar Leiden om te studeren. Daar gingen we allebei schrijven voor onderhavig blad. We hebben allebei een tijdje een van de broers Van het Reve voor God gehouden, zij het dat hij zich voor verlossing wendde tot Karel en ik mijn gebeden, geld en aanbidding wijdde aan Gerard. De psychiatrie is belangrijk in allebei onze levens: voor hem tegen wil en dank als patiënt, voor mij als student.
Ondanks deze toch haast kosmische verbondenheid, hebben onze wegen elkaar nog nooit gekruist. Verschillende malen schuifelde ik voorzichtig langs zijn houten huisje in de Professorenwijk, hopende om de meester een sigaar te kunnen aanbieden en samen te luisteren naar muziek, maar nooit heb ik durven aankloppen. Nee, de ontmoeting met Biesheuvel vindt plaats in zijn boeken.
Verhalen uit het gekkenhuis bundelt merendeels eerder verschenen werk van de beste korteverhalenschrijver van Nederland. De vaak absurde en onweerstaanbaar tragikomische verhalen gaan, zoals de titel doet vermoeden, over opnames in de psychiatrische inrichting en alles wat daar eventueel een aanleiding voor zou kunnen zijn.
De hevige angst ‘voor niets en alles tegelijk’, de verpletterende werkelijkheid die ongefilterd en barstend van betekenis of juist niet binnenkomt, de eindeloos voortrazende gedachten. De geheime tekens die overal opduiken. De offers die noodzakelijk zijn om die tevreden te houden of dat te herstellen. De euforie wanneer de hemel zich lijkt te openen en je onoverwinnelijk bent. Die schoften van psychiaters, die je daaruit willen halen.
Ik heb mij vaak verbaasd over hoe weinig er voor het onderwijs in de geneeskunde gebruik wordt gemaakt van de enorme goudmijn die zo binnen handbereik is. Literatuur als die van Biesheuvel maakt de beleving van ziekte invoelbaar en begrijpelijk.
De verhalen moeten natuurlijk niet gereduceerd worden tot wonderlijke afscheidingen van een krankzinnige. Het zou de literaire waarde ervan ontkennen en de waardering voor de schrijver zou een nogal ongemakkelijke bijsmaak krijgen. Een beetje zoals de dorpsgek die vriendelijk wordt uitgelachen: gooi er een muntje in en er komt iets lolligs uit.
Bij Biesheuvel lijkt dit gevaar afgewend. Dankzij of ondanks zijn ziekte, autobiografisch of niet, de kwaliteit van het werk spreekt voor zich. De angstkunstenaar leeft, en zolang er boeken verschijnen blijft hij leven. Lezer, gaat lezen!

Tim Hoffman is student geneeskunde

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

English page