Maakt stress ons slimmer?

Carsten de Dreu verlegt onderzoek van brein tot mens tot groep tot samenleving

Taco van der EbDe Solomoneilanden, ten oosten van Papua, spoelen als gevolg van de stijgende zeespiegel stukje bij beetje weg. De vraag hoe bevolkingsgroepen reageren op klimaatstress wordt deze eeuw zeer relevant.

De beste ideeën worden uit nood geboren, aldus gedragswetenschapper Carsten de Dreu, die vrijdag een Spinozapremie won. Hij wil zijn labonderzoek vertalen naar grote maatschappelijke veranderingen. ‘Ik hoef niet meer elk stapje uit te leggen, maar kan het gewoon gaan doen.’

Op de indrukwekkende publicatielijst van Carsten de Dreu (52) staat één vreemde eend in de bijt. De hoogleraar sociale- en organisatiepsychologie schreef meer dan tweehonderd papers over samenwerking, onderhandeling en creativiteit, en die leverden hem afgelopen vrijdag een Spinozapremie op, de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse wetenschap.

Maar dat ene stuk, begin dit jaar in het allround wetenschapsblad PLOS One, is anders. ‘Aan de ene kant is het een one off’, zegt De Dreu zelf, ‘aan de andere kant is het een markering van wat ik vaker wil gaan doen’.
Hij schreef het samen met de Rotterdamse econoom Mathijs van Dijk, tijdens een sabbatical. Samen bekeken ze kleine verschuivingen in het klimaat in Noord-Europa over de afgelopen vijfhonderd jaar. Iets koudere zomers dankzij vulkaanuitbarstingen (omdat aswolken zonlicht afkaatsen), dreven bijvoorbeeld de prijs van tarwe, het belangrijkste voedselgewas, omhoog. Tijdens zulke periodes van klimaatstress werden meer uitvindingen gedaan, rekenen de auteurs voor.

‘Uit dit stuk blijkt dat klimatologische veranderingen, via economische schaarste, samenhangen met technologische innovatie’, zegt De Dreu. ‘Dat correspondeert met het idee dat als het moeilijk wordt, mensen met creatieve oplossingen komen. In mijn lab-experimenten zie je dat ook: mensen worden creatiever als je ze inperkt en de middelen afnemen. Dat hele verhaal over dat je artiesten volledige vrijheid moet geven voor optimale expressie is wel waar, maar evengoed geldt dat de beste ideeën uit nood worden geboren. Innovatie is een adaptieve respons op schaarste.’

Ruzie
‘Wat we echter ook zien in de geschiedenis, is dat onder druk – economische tegenspoed, klimaatverandering, ziekte-uitbraken – sociale onrust ontstaat, machtsomwentelingen, oorlog. Ruzie zoeken is natuurlijk ook een adaptatie. We weten op macroniveau dat allebei de reacties voorkomen, maar we weten heel weinig over kleine groepen mensen die dat doen. Waarom pakt een samenleving ineens een nieuwe technologie op, waarom zijn mensen ineens ontvankelijker voor een dictator?

‘Het zijn twee responses op hetzelfde probleem. Waarom kiezen mensen die zulke druk ervaren voor vechten in plaats van innovatie? Kiezen ze eerst het één, en pas de andere optie als de eerste niet werkt? Wat is het omslagpunt, wat zet de wissel om? Dat weten we niet. Met de grote Europese ERC-beurs die ik in april heb gekregen, en met mijn Spinozapremie, hoop ik mijn vingers achter die vragen te krijgen.’

Nu hebben de meeste historici niet zo’n hoge pet op van mensen die het complexe gedrag van hele samenlevingen afschuiven op simpele oorzaken. Ja, het is opvallend dat de landbouw op verschillende plekken min of meer tegelijkertijd ontstond, en dat die ontwikkeling samen lijkt te hangen met een ijstijd. Maar bij de Franse Revolutie speelden heel wat meer oorzaken dan alleen de uitbarsting van de IJslandse Laki-vulkaan in 1783.

De Dreu is dan ook voorzichtig. ‘Het wordt een puzzel, waarvan ik een paar stukjes wil aanleveren, en waarin ik wat punten met elkaar wil verbinden. De stap naar, bijvoorbeeld, een grootscheepse revolutie is een hele grote, die moet je niet zomaar zetten. Het kan zijn dat het patroon tussen het macroniveau van de geschiedenis en het microniveau van psychologie-experimenten toevallig is. Het kan ook zijn dat er een fractal-achtige opbouw is, waarbij je dezelfde patronen op elk niveau terug ziet. Je moet ook wel wat stappen durven zetten. Maar dat kan ik ook, nu ik die Spinozapremie heb; ik hoef niet meer bij elk stapje uit te leggen waarom ik iets denk; ik kan het gewoon gaan doen.

Binnengesijpeld
‘Je kan je echter voorstellen dat verandering begint op het moment dat je dagelijks stress ervaart. Als de oogsten slechter zijn, merk je dat het eten duurder wordt en je geld opraakt. De stress komt langzaam binnengesijpeld. Een slimme politicus voelt dat aan, gooit olie op het vuur, en zo kom je ineens wél op geopolitieke veranderingen. Ik speculeer hier, natuurlijk. Sommige stappen zijn gedocumenteerd, andere nog niet. Dat wil ik gaan doen, van brein tot mens tot groep tot samenleving. En áls het lukt, hebben we wel echt wat te pakken.’

De vraag hoe groepen mensen reageren op klimaatstress zou bovendien zomaar eens reuze relevant kunnen worden in de eenentwintigste eeuw. Maar laat dat PLOS-paper niet zien dat de mensheid juist onder druk vooruitkomt? De Dreu is pessimistisch. ‘Mijn onderzoek laat zien dat mensen heel goed zijn in samenwerken, maar ook dat er maar weinig nodig is om die samenwerking af te breken. Mensen hebben altijd gemengde belangen: hun eigen, en die van de groep. Als iedereen zijn steentje bijdraagt, werkt het goed, maar mensen zijn slim genoeg om te beseffen dat als iedereen behalve zijzelf een steentje bijdraagt, ze nog beter af zijn. Het freerider-probleem, noemen psychologen dat. We hebben allemaal instituties opgezet om onze zelfzucht in te dammen: de conducteur, de politieagent, de kerk. Het lukt wel, maar nooit écht, zoals bij supersociale dieren als mieren of bijen.

‘Wat mij hier pessimistisch stemt, is dat hier individuen de handen ineen moeten slaan voor het belang van de groep, groepen dat moeten doen voor het belang van hun land, en landen voor het belang van de planeet. De strijd tussen al die belangen is voor wereldwijde problemen als klimaat of vluchtelingen zo ingewikkeld, dat geen enkele leider het werkelijk kan overzien. We hebben onszelf zo log georganiseerd, de afgelopen tienduizend jaar; het is gewoon teveel, voor de menselijke soort.’



Spinozapremie


De Spinozapremie is de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse wetenschap. De ontvangers – maximaal vier per jaar – krijgen 2,5 miljoen euro, die ze naar eigen inzicht mogen besteden aan hun onderzoek. Er zijn grotere onderzoekssubsidies te krijgen, maar daarvoor moet een groep wetenschappers eerst een uitgebreid plan inleveren om een kansje te maken.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) rijkt de premie sinds 1995 uit, onder meer aan de latere Nobelprijswinnaars Gerard van ’t Hooft en Ben Feringa. Ze zijn niet gelijkmatig verdeeld over de universiteiten: Leiden ontving er 22 in totaal, en voert daarmee het klassement aan. De universiteiten van Maastricht (0) en Tilburg (1) hebben samen evenveel premies als Carsten de Dreu.

Diens onderzoek richt zich op creativiteit, en op de neurobiologische, psychologische en speltheoretische grondslagen van onderhandelingen en samenwerking binnen en tussen groepen. Zijn bekendste werk draait om het hormoon Oxytocine. Dat geldt als een ‘knuffelhormoon’, maar bleek in zijn studie alleen warme gevoelens voor de eigen groep aan te wakkeren. Het roept juist een defensieve reactie op in de richting van groepen van buitenstaanders.

Bart Braun

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

'Er valt nu een gat'

De universiteit krijgt voorlopig nog geen ombudsfunctionaris voor het personeel. …

De docent is kwijt

Zowel de ombudsfunctionaris voor studenten als de vertrouwenspersoon …

Stress door leenstelsel

De druk op jongeren om te presteren lijkt toe te nemen. Een van de oorzaken is mogelijk …

Rubrieken

Zou jij Thierry doen?

Ook dit jaar las Mare alle almanakken om te bepalen welke vereniging het beste boekwerk …

English page

Lack of facilities

The University Council believes that the facilities for students in The Hague are lacking …