Je weet nooit wanneer je gaat

Op bezoek bij de Katwijkse opvang voor uitgeprocedeerde vluchtelingen

Taco van der Eb

In de Katwijkse gezinslocatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) wachten bijna vijfhonderd vluchtelingen op hun uitzetting. ‘Je kunt in een hoekje zitten huilen, of er iets van proberen te maken.’

‘Eigenlijk is dit een kazerne’, zegt Salaheddin Ben Cherifa (35). ‘Het is gebouwd als verblijf voor soldaten en officieren van het voormalig militair vliegveld Valkenburg.’ Om de hoek wordt nog dagelijks de musical Soldaat van Oranje opgevoerd, verderop huizen de motorclub “Easy Riders Kattuk” en de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging. In het complex wachten 470 uitgeprocedeerde asielzoekers op hun uitzetting. Ruim de helft van hen is minderjarig. Vandaar dat de muur in de hal is volgekalkt met stoepkrijt en er voor de deur een knalroze speelgoedtractor is achtergebleven.

Ben Cherifa is een van de locatieleiders van de Katwijkse gezinslocatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), beter bekend als uitzetcentrum. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor de opvang van de gezinnen en moeten ervoor zorgen dat het ook echt leefbaar voor hen is.’ Daarover komt hij vertellen op het symposium Lokale Integratie in Nederland, dat vrijdag wordt gehouden aan de Leidse universiteit.

Vluchtelingenstroom

Hij wijst naar het terrein naast het complex: dat was tot voor kort nog gevuld met extra woningen om de vluchtelingenstroom op te vangen. ‘Op dat lege veld woonden zeshonderd mensen.’ De infrastructuur ligt er echter nog. Dus als het nodig is, trekt het COA zo weer nieuwe woningen op.

Verderop zwaait de deur van basisschool De Verrekijker open. Joelend rennen de kinderen naar buiten. Wat oudere jongens gaan gamen “Wat wil je spelen?” vragen ze aan elkaar. De voertaal is Nederlands.

‘We hebben iets van honderd basisschoolkinderen’, zegt Ben Cherifa. ‘Het is heel lastig om die te verdelen over Katwijk. En omdat we alle capaciteit zelf nodig hebben, zitten er ook geen Katwijkse kinderen op De Verrekijker. Maar verder is het een heel gewone basisschool. Hierna gaan ze onder andere naar het ROC Leiden. Ze hebben tot hun achttiende recht op onderwijs. Het COA vergoedt reiskosten als de afstand boven de tien kilometer is.’

Dat onderwijs is cruciaal, vindt hij. ‘Ik heb liever dat ze met een opleiding teruggaan naar het land van herkomst dan dat ze zich als analfabeet moeten zien te redden.’


Burgeroorlog

Zelf was hij ook ‘uitgeprocedeerd en illegaal’. Als zestienjarige vluchtte hij vanwege de burgeroorlog in Algerije naar Nederland. ‘Het was februari 1999 en heel erg koud. Leiden was de eerste stad waar ik kwam. Die eerste aanblik was zo mooi. De grachten waren bevroren, mensen zaten aan stoelen en tafels op het ijs. Leiden leek net een groot attractiepark.’

Maar hij kreeg na een tijd te horen ‘dat ik binnen 28 dagen Nederland moest verlaten’, zegt hij. ‘Ik had toen het verkeerde pad kunnen bewandelen en in de criminaliteit kunnen vervallen. Maar dat wilde ik niet. Dus ik heb keihard gewerkt in de horeca – zwart – en moest ook telkens onderduiken. Maar ik ging bijvoorbeeld ook modelleren voor een teken- en schilderclub – wel met mijn kleren aan, hoor. Maar zo haalde ik toch weer vijftien euro binnen om boodschappen mee te doen. Ik kreeg veel hulp, maar uiteindelijk moet je toch veel zelf doen. In Algerije ben ik opgegroeid in een weeshuis. Daar heb ik een overlevingsinstinct ontwikkeld dat hier van pas kwam.’

Valse hoop

Toen Ben Cherifa na acht jaar alsnog in Nederland mocht blijven, ging hij bij het COA werken. ‘Ik probeer mensen die in een moeilijke situatie zitten een perspectief te bieden en hun situatie te relativeren. Ik vertel over wat ik zelf heb meegemaakt. Je kunt in de hoek van de kamer gaan zitten huilen. Je kunt echter ook opstaan en kijken wat je er nog van kunt maken. Dat is moeilijk, dat weet ik maar al te goed. Je moet wel altijd reëel en nuchter blijven en mensen geen valse hoop bieden.’

De COA-medewerkers krijgen met spanningen te maken, die specifiek zijn voor een gezinslocatie. ‘Er is bijvoorbeeld een verschil tussen mannen en vrouwen. Ik schat in dat de meeste vrouwen hier grotendeels hetzelfde doen als in hun land van herkomst. Ze hebben twee of drie kinderen, bereiden het eten, maken schoon, doen de was en gaan naar Katwijk voor de boodschappen.’

Maar de vaders, die gewend waren kostwinner te zijn, mogen niet werken. ‘Als je uit een cultuur komt waar de vader het hoofd van de familie is, de aanvoerder van het team, dan is het best lastig om met zo’n situatie om te gaan.’ Ook de wekelijkse vergoeding - 141,40 euro voor een gezin met twee kinderen dat zelf alle maaltijden koopt – ervaren ze daarom soms als negatief. ‘Dat leefgeld heeft invloed op je rol als man. Je vrouw heeft je bij wijze van spreken niet meer nodig.’

Spanningen

Dat komt boven op het psychische leed van het vluchten en jaren procederen. ‘Er zijn mensen die om aandacht schreeuwen, maar ook die in stilte lijden. Degenen die het zwaar hebben, proberen we een routine te geven door middel van activiteiten, zoals hardlooptrainingen. Verder gaat de woonbegeleider minstens een keer per maand op bezoek bij een gezin om te kijken wat er speelt. Er ontstaan bijvoorbeeld ook spanningen tussen jongeren en hun ouders. Die kinderen zeggen dan: “Waarom hebben jullie ons in deze situatie gebracht?” Met zulke verwijten moet je leren omgaan.’

‘Er zijn de gewone dagelijkse incidenten die je ook in een Leidse wijk tegenkomt: de kinderen luisteren niet, of je hebt ruzie met je vrouw en nu moet je op de bank slapen. ‘Maar als er vervolgens een ongunstig bericht van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) komt, zorgt dat voor nog veel meer emotie. Dan moet je huilende mensen een luisterend oor geven en proberen ze tot rust te brengen.’ Uit de hand loopt het eigenlijk nooit. ‘We hoeven vrijwel nooit de politie te bellen; hoogstens een keer per jaar. Meestal gaat het dan om een incident met een persoon die het echt niet meer ziet zitten.’

Uitzetting

Want natuurlijk hangt de uitgeprocedeerde gezinnen altijd uitzetting boven het hoofd. ‘Bewoners kunnen kiezen voor vrijwillige terugkeer, maar dat komt weinig voor. De meeste gezinnen zitten in een traject van gedwongen terugkeer. Elk gezin heeft een regievoerder van de Dienst Terugkeer en Vertrek die elke stap met het hen bespreekt. Dat gebeurt ook als de procedure voor terugkeer al vrijwel helemaal is afgerond. Dan nog kunnen de betreffende bewoners kiezen voor het vrijwillig terugkeertraject. Doen ze dat niet, dan wordt het gezin opgehaald om zeven uur ’s ochtends – omdat de kinderen dan nog niet naar school zijn. We zijn daarbij om te zorgen dat alles rustig verloopt.’

Hoewel de bewoners weten dat er aan hun uitzetting wordt gewerkt, komt het toch altijd als verrassing wanneer er bij hen wordt aangeklopt. ‘Ze worden vervolgens eerst naar een gesloten gezinslocatie in Zeist gebracht. Dat is de laatste stap voordat ze naar Schiphol worden gebracht.’ Maar heel veel bewoners zitten eigenlijk vast in Katwijk. ‘We hebben hier mensen die er al achttien jaar zitten.’ Of ze überhaupt kunnen terugkeren, hangt ook af van de mede- werking van het land van herkomst. ‘Terugkeer naar Irak is bijvoorbeeld niet makkelijk te regelen.’

Symposium: Lokale integratie in Nederland
Studentencentrum Plexus
Vrijdag 8 juni 2018, 9:00- 16:45

 .

 Ik wilde iets doen met mijn leven, maar stond te lang stil

 .

‘Ik ben zo blij’, zegt Giorgi (24). ‘We hebben uiteindelijk toch een verblijfsvergunning gekregen.’ Met zijn ouders en drie broers mag hij in Nederland blijven. Hij heeft een sleutel bij de aanmeldbalie opgehaald en opent de deur van het nieuwe jeugdhonk waaraan hij hard heeft geklust. ‘Pas op! We hebben laminaat gelegd, dat bolt daar nog op.’

Naast een tafelvoetbalspel en twee hangbanken ligt een groot net met voetballen waarop de naam “Cruyff’ prijkt. ‘We hebben namelijk een tijdelijke Cruyff Court, zo’n trapveld, gehad. Dit wordt echt een toffe plek voor jongeren en dat is echt heel erg nodig.’

Giorgi (‘mijn achternaam is lastig, maar ook heel herkenbaar - die wil ik liever niet in de krant’) vluchtte vanuit Georgië naar Nederland. ‘Ik woonde in de hoofdstad Tbilisi. In 2008 brak de oorlog in Zuid-Ossetië uit en die bracht ons in de problemen. Mijn ouders vluchtten eerst, ik ben in 2011 vertrokken. Toen ik met mijn oudere broer naar Nederland kwam, had ik de rest van het gezin al tweeëneenhalf jaar niet meer gezien. Ik ontmoette ze hier in Katwijk. Het gaf een onbeschrijfelijk gevoel om ze eindelijk weer te omarmen.’

Het leven in het centrum is vaak zwaar, vindt Giorgi. ‘De dagelijkse meldplicht is heftig. Het geeft je toch het gevoel dat je een crimineel bent. Je voelt je ook wel een soort gevangene, want officieel mag je niet buiten de gemeentegrens van Katwijk komen.’

Eerder zat hij in Alkmaar. ‘Ik was zeventien en mocht daar gelukkig naar school. Na zes maanden zou ik echter al achttien worden. Dan had ik geen recht meer op een opleiding. Mijn mentor heeft er toen voor gezorgd dat ik toch nog een opleiding economie en handel kon afronden. Het is lastig: ik wilde doorstuderen, iets doen met mijn leven. Ik ben nu 24 en heb vijf jaar stilgestaan. Dat doet wel pijn. Ik had allang een baan moeten hebben.’

Dat zijn familie toch mag blijven is ‘deels puur geluk en deels het gevolg van keihard werken’, vindt hij. ‘We hebben gebruik kunnen maken van een regeling voor kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven. Het is haast onmogelijk om aan alle criteria te voldoen: 99 procent van de aanvragen wordt afgewezen. We hebben veel mensen die zich voor ons hebben ingezet; de school van mijn broertje bijvoorbeeld en de organisatie Defence for Children.’

Giorgi wandelt rond in het honk. ‘Er moet meer gebeuren voor jongeren. Sommige plekken zijn gewoon dood. In Alkmaar gingen we nooit ergens heen. In Gilze-Rijen was echt helemáál niets, echt een ramp. Katwijk is best oké, hier worden wel uitjes georganiseerd. We zijn gaan paintballen bijvoorbeeld. Maar ik ken hier ook jongeren die echt niets te doen hebben en gefrustreerd raken.’ Zelf was hij altijd actief.

‘Ik had een uitlaatklep. Ik kon acteren in de hier opgerichte toneelgroep IND, in dit geval staan die letters niet voor Immigratie- en Naturalisatie Dienst maar voor In Nederland Dromen. We maakten een voorstelling 10 Vrienden en ik over het leven in een asielzoekerscentrum en speelden in heel Nederland. Door het acteerwerk heb ik onder andere de het tv-programma Koffietijd gehaald. Dat zijn mooie herinneringen.’

‘Het is fantastisch dat we weg kunnen’, concludeert Giorgi. ‘Maar centrum Katwijk is zo’n groot deel van mijn leven dat ik het toch wel ga missen. Ik wil in de toekomst met jongeren gaan werken die in een COA-centrum zitten. En dan het liefst op deze locatie.’

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Bidden als Simba mag ook

Wat kun je als weldenkende 21e-eeuwer nog leren van de Bijbel? Alain Verheij probeert die …

Wetenschap

Nieuws

Rubrieken

Over de grenzen

Hoogleraar rechtssociologie Maartje van der Woude wil een brug slaan tussen de juridische …

English page