Drugs en dood - vissenplastic - vetzuren

Dood en drugs
Er zijn drugs die je agressiever maken. Er zijn drugs die je remmingen weg nemen. En er zijn drugs die illegaal zijn, zodat handelaren geen legale manier hebben om conflicten op te lossen, en gebruikers gaan roven om aan dure middelen te komen. Allemaal redenen om aan te nemen dat bij een relatief groot gedeelte van de geweldsmisdrijven drugs in het spel zijn, dus.

Hoe groot? In het International Journal of Drug Policiy spitten criminologen Roel de Bont en Marieke Liem door de Europese data. Ze keken alleen naar moorden, omdat die het ergste zijn en als indicatie voor het totale aan drugs gerelateerde geweld kunnen dienen.

Wat blijkt: niet alle landen houden het bij, en niet alle landen die het bijhouden, houden het op dezelfde manier bij. En dan is er nog het probleem dat het inwonersaantal van veel Europese landjes zo klein is dat de cijfers heel erg schommelen: in Noorwegen worden normaal gesproken zo’n twintig à dertig moorden gepleegd, dus een Anders Breivik die 77 doden veroorzaakte met efedrine in zijn lijf verstoort de grafiekjes dan vrij sterk. In Duitsland zijn de cijfers overigens wel stabiel: zo’n tien procent van de moordenaars is daar drugsgebruiker.
In hun artikel pleiten de onderzoekers ervoor om de Europese moordmonitor EHM uit te breiden, zodat daar informatie over de rol van drugs in komt te staan.

Vissenplastic
Een derde van de blankvoorntjes in de Britse rivier de Theems heeft tenminste één klein stukje plastic in zijn buik. Milieuwetenschappers Peter van Bodegom en Martine Vijver beschrijven dit samen met Engelse collega’s in een studie naar microplastics in Environmental Pollution. Dat valt overigens nog mee: bij zeevissen-onderzoek is de uitslag soms honderd procent. Hoe verder stroomafwaarts de vissen leefden, hoe meer plasticdeeltjes erin zaten. Vrouwtjes kregen gemiddeld meer plastic binnen dan mannetjes van dezelfde grootte, wellicht omdat ze meer honger krijgen van eitjes leggen. Hebben die beesten nou ook last van die microplastics? Dat kan je met zo’n veldonderzoek eigenlijk niet goed bestuderen: je vangt namelijk alleen de beesten die niet dood zijn gegaan aan de plastics. Meer experimenteel werk uit de vakliteratuur suggereert in elk geval van wel.

Depressie
Voedingsonderzoek is de pest. Proefjes in het lab geven maar weinig uitsluitsel over wat ze betekenen bij echte mensen in de boze buitenwereld, maar epidemiologisch onderzoek bij echte mensen heeft weer te kampen met allemaal verwarrende variabelen en gebrekkige zelfreportage. Een archeoloog kan met één vondst van alles zeggen, maar voedingswetenschappers hebben verschillende studies van verschillende opzet nodig voordat ze voorzichtig durven te zeggen dat er misschien toch wel iets mis is met een product.

Op dezelfde manier tekent zich nu langzaam een beeld af dat onverzadigde vetzuren (vis, noten) kunnen helpen om depressies te voorkomen. In het Journal of Psychosomatic Research beschrijft psychiater Erik Giltay met vier Amsterdamse collega’s een onderzoek naar 2912 proefpersonen uit een groot depressie-onderzoek.
Ze vonden wat verbanden: mensen met lage concentraties onverzadigde vetzuren in hun bloed zijn bijvoorbeeld wat introverter, en geven ietsje vaker aan zich hopeloos te voelen. Kleine effecten, maar ze passen wel in het plaatje.

Deel dit bericht:

Voorpagina

Stressstressstressstress

De helft van de studenten zou er last van hebben, en volgende week is er een symposium om …

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

Rubrieken

English page