Opinie: Leidse studenten peilden als ware profs

Exitpoll van onervaren enquêteurs was zeer accuraat

Marc de Haan

De Leidse studenten die bij de gemeenteraadsverkiezingen een exitpoll hielden, konden zich meten met professionele bureaus, betogen Jelke Bethlehem en Joop van Holsteyn.

De exitpolls of schaduwverkiezingen bij de raadsverkiezingen van 21 maart waren accuraat of nauwkeurig. Althans, volgens onderzoeksbureau Ipsos een week na die verkiezingen. WC-Eend meldt dat WC-Eend deugt. Ipsos voerde namelijk zelf in opdracht van de NOS deze peilingen uit in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Enschede, Weert en Emmen.

Dat die peilingen accuraat waren is prachtig, maar niet erg verrassend. Exitpolls zijn, anders dan reguliere opiniepeilingen, vaak accuraat. Dat was ook het geval bij de exitpoll in Leiden. Niet gehouden door een professioneel onderzoeksbureau, maar door studenten Journalistiek en Nieuwe Media en Politicologie.

Een exitpoll is een apart soort peiling, die in of in de directe nabijheid van een stembureau wordt uitgevoerd, op de verkiezingsdag. In een gerichte selectie van bureaus vragen enquêteurs aan de stemmers, nadat deze hun stem hebben uitgebracht, wat ze zojuist hebben gestemd. Dat is de kern, soms volgen nog enkele andere vragen.

Knoop doorhakken
Exitpolls hebben door hun specifieke opzet het voordeel dat je zeker weet dat de deelnemers eraan stemmers zijn. Ze worden immers op weg naar de uitgang van het stembureau opgevangen en bevraagd. Bij opiniepeilingen voorafgaand aan de verkiezingsdag is er veel meer onzekerheid. Mensen weten dan nog niet of ze gaan stemmen, of zeggen dat te gaan doen maar doen het uiteindelijk niet. En als ze denken te gaan stemmen, dan weten ze nog niet op welke partij. Bij Kamerverkiezingen hakt een op de zeven kiezers pas op verkiezingsdag de knoop door.

Om een beeld te krijgen van de nauwkeurigheid van exitpolls zijn er enkele op een rij gezet. We beginnen bij het begin. De allereerste exitpoll in de wereld werd gehouden in Utrecht op 15 februari 1967 en was bedacht door Marcel van Dam. Hij voorspelde toen de uitslag voor de stad Utrecht (164 stembureaus) op basis van een peiling in vier stembureaus. Zijn prognose was nauwkeurig. De gemiddelde afwijking per partij bedroeg slechts 0,27 procentpunt.

Een recent voorbeeld van een exitpoll bij landelijke verkiezingen is die voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. De exitpoll werd uitgevoerd door Ipsos. In een selectie van 43 uit de in totaal ongeveer 9.300 stembureaus werden stemmers geënquêteerd. Dat leverde in totaal het forse aantal van ongeveer 55.000 respondenten op. De prognose was nauwkeurig, al was de gemiddelde afwijking van 0,41 iets groter dan die van de allereerste exitpoll, die in nauwkeurigheid nu eenmaal lastig is te overtreffen.

Dan naar 21 maart 2018. Zoals gezegd deed Ipsos exitpolls in zes steden. De gemiddelde afwijking bij deze zes peiling lag rond de 0,8 procentpunt. Dat is wat meer dan het geval was bij de exitpoll in 2017. Maar het is en blijft een nette schatting, met een waarde van de afwijking onder de 1,0. Daarmee zijn de exitpolls ook in de zo wisselvallige en beweeglijke electorale situatie van het begin van de 21e eeuw nog steeds behoorlijk nauwkeurig. Ook op lokaal niveau.

Referendum
De Leidse exitpoll was opgezet door enkele onderzoekers en uitgevoerd samen met een groep van ruim 20 studenten. Er werden acht stembureaus geselecteerd uit de in totaal 54 stembureaus. In 2014 gaf de gecombineerde uitslag van die bureaus een goed beeld van de uitslag voor de gemeente Leiden bij de raadsverkiezingen van toen. In elk van de in 2018 geselecteerde stembureaus werd het werk gedaan door teams van twee of drie studenten als enquêteurs. Ze vroegen alle langskomende stemmers de vragenlijst (een enkele pagina A4) van de peiling in te vullen. De vragenlijst was relatief lang voor een exitpoll en bevatte zeven vragen (stem 2018, stem in 2014, belang lokale versus landelijke factoren bij stemkeuze, stemgedrag referendum, geslacht, leeftijd en opleiding). Uiteindelijk vulden 5.130 Leidse stemmers de vragenlijst in, een grote meerderheid van alle stemmers op de geselecteerde bureaus.

Het gemiddelde verschil tussen prognose en uitslag in Leiden lag met 0,88 in de buurt van de gemiddelde verschillen van de peilingen van Ipsos. Slechts een fractie hoger, maar nog ruim onder de 1.0 procent. Een knappe prestatie als we ons realiseren dat de betrokken student-enquêteurs onervaren waren in het ambacht van het enquêteren, en dan nog in stembureaus ook, met mensen die na het stemmen snel hun dag willen voortzetten. En in een enkel geval letterlijk een sprintje trekken naar de uitgang om maar zo snel mogelijk weg te zijn.

Exitpolls zijn, ook ruim vijftig jaar na hun uitvinding en in een heel andere tijd en politieke context, nog altijd behoorlijk nauwkeurig. Al lijkt het op lokaal niveau net wat lastiger te zijn om tot een goede prognose te komen dan bij Kamerverkiezingen. Maar hoe dan ook: wie een verkiezingsuitslag goed wil voorspellen, kan zonder twijfel het beste een exitpoll houden. Die kunnen dan worden besteld bij Ipsos, maar als je een groep Leidse studenten zo ‘gek’ krijgt om zich ervoor in te zetten, kom je ook een heel eind! Zij peilden op 21 maart 2018 als ware profs.

Prof. dr. Jelke Bethlehem en prof. dr. Joop van Holsteyn zijn verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zij waren verantwoordelijk voor de Leidse exit poll, uitgevoerd in samenwerking met prof. dr. Jaap de Jong, dr. Alexander Pleijter en dr. Willem van Rooijen van LUCL Journalistiek en Nieuwe Media.

 

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

Rubrieken

English page