Blowers blijven low

Psycholoog experimenteert met Leidse wietplacebo

Esther Schenk

Wie blowt maakt niet alleen meer fouten, maar heeft dat ook nog eens minder goed in de gaten. Dat ontdekte psycholoog Mikael Kowal, dankzij een Leidse wietplacebo.

Onderzoek doen naar cannabis is ingewikkelder dan u misschien dacht. Sommige patiënten gebruiken medi-wiet, maar dat betekent niet dat het middel ook echt is geregistreerd als medicijn. Alle patiënten en recreatieve gebruikers ten spijt; hasj en wiet blijven voor de wet verboden drugs.

Een cannabisproef heeft dus heel wat meer voeten in de aarde dan een onderzoek naar de gevolgen van, zeg, ritalin. Een wetenschapper moet niet alleen langs de medisch-ethische toetsingscommissie, maar ook langs het het ministerie van Volksgezondheid. Die kunnen een ontheffing van de Opiumwet geven, maar die krijg je niet zomaar. ‘Het duurde twee jaar voordat we daadwerkelijk aan de slag konden met ons onderzoek’, vertelt psycholoog Mikael Kowal. ‘Which sucks, als je op een promotietraject zit, en je tijd beperkt is.’

Als je eenmaal aan de slag kunt, komt er een methodologisch probleem om de hoek kijken. Want wie de gevolgen van wat dan ook wil onderzoeken, moet een controlegroep hebben. De proefpersonen in die groep mogen niet van zichzelf weten dat zij er alleen maar zijn als vergelijkingsmateriaal. Bij onderzoek naar pillen is dat makkelijk: je maakt twee groepen en geeft de ene helft werkzame pillen, en de andere helft pillen met niks. Als je voor je wietproef echter de ene helft een dikke joint geeft, en de andere helft een Marlboro light, dan weten alle rokers meteen of ze de controlegroep zijn of niet.

Je hebt kortom een betere placebo nodig: nepwiet.

Die bestaat. Bedrocan, het bedrijf dat medicinale wiet kweekt voor apothekers en de huidige werkgever van Kowal, produceert ook placebo-cannabis. Dat doen ze bij Proxy Labs, op het Leidse BioSciencePark.
‘We hebben een methode die alle aan THC-verwante stoffen eruit haalt. Daarbij verwijderen we ook de zogeheten terpenoïden, die de specifieke wietgeur en –smaak geven. Die terpenoïden stoppen we dan weer terug. Voor elke kilo placebo hebben we twee kilo actieve cannabis nodig, maar het eindresultaat ziet er precies hetzelfde uit. Het smaakt en ruikt niet alleen naar cannabis: het lijkt zelfs op de specifieke wietvariant die je hebt gebruikt.’
Kowal en zijn collega’s deden twee psychologische onderzoeken: eentje naar controle, en eentje naar creativiteit.

Die eerste draait om een verschijnsel dat psychologen error monitoring noemen. Bij alles dat je bewust doet, houden je hersenen een oogje in het zeil. Gaat er iets fout, dan geven ze dat aan zodat je – hopelijk – kunt corrigeren. Als je proefpersonen elektrodes op het hoofd plakt, kun je die error monitoring meten in twee signalen elektrische activiteit in het brein.

Het ene signaal heet de ‘foutpositiviteit.’ Dat is een signaal waardoor mensen zich er bewust van zijn dat ze een fout hebben gemaakt. Die foutpositiviteit heeft vermoedelijk veel te maken met het ‘Oeps-gevoel’ dat je krijgt als je auto een stoeprand schampt of als Super Mario in een gat valt, maar het is niet precies hetzelfde. Het is een soort brandalarm; een veel groter deel van je hersenen besluit of er echt brand is.

Het andere signaal is de zogeheten fout-gerelateerde negativiteit. ‘Die zie je iets eerder, en dat is juist iets waarvan je je niet bewust bent. Het is een basaal proces dat in je hersenen aan de gang is’, legt Kowal uit.
Kowal en co verzamelden 61 proefpersonen die regelmatig cannabis gebruikten, onder meer door briefjes op te hangen in coffeeshops. De groep werd opgesplitst in drie subgroepen: eentje die een hoge dosis THC kreeg, eentje met een lage dosis, en een controlegroep met de speciale placebowiet. Inhaleren ging via een mediwiet-verdamper.

Eerste conclusie: de placebo bleek daadwerkelijk mensen te kunnen foppen. Kowal: ‘Dit waren mensen die tenminste twee jaar lang tenminste twee keer per week blowden. De meesten van hen zaten daar ver boven. Connaisseurs, zou je verwachten, maar op twee mensen na dacht iedereen dat ze gewoon de lage dosis hadden gekregen.’

De stoners kregen een proefje waarbij ze snel moesten reageren op informatie op het scherm. De placebogroep maakte gemiddeld ietsje minder fouten, maar daar ging het de psychologen niet om; de maximale reactietijd was expres zo kort ingesteld dat iedereen wel fouten moést maken. Interessanter is het hoe de hersenen van de proefpersonen op die fouten reageerden. Het signaal voor fout-gerelateerde negativiteit was verminderd bij de groep die een hoge dosis THC kreeg. Zowel een hoge als een lage dosis had effect op het signaal voor foutpositiviteit.

Oftewel: je maakt niet alleen meer fouten als je blowt, je hebt het ook nog eens minder goed in de gaten. Ook als je een ervaren blower bent voor wie de effecten van cannabis niet als een overrompelende verrassing komen. Uit ander onderzoek weet Kowal dat chronische gebruikers sowieso een verminderd foutpositiviteit-signaal laten zien, ook als ze niet vlak voor de meting cannabis gebruikten. ‘Aangezien een verminderd vermogen om te leren van fouten gerelateerd is aan slechte prognoses bij behandeling van drugsverslaving, lijkt het van belang om meer kennis te verzamelen over de invloed van cannabis op dat vermogen’, schrijft Kowal in zijn proefschrift.

Wat betekenen zijn resultaten voor niet-verslaafden? ‘In situaties waarin je je snel moet aanpassen aan veranderende omstandigheden, zal je het minder goed doen onder invloed van cannabis. Autorijden, bijvoorbeeld.’ Omdat cannabis ook de reactiesnelheid van gebruikers vertraagt, zal het in het echte leven niet altijd mogelijk zijn om te bepalen wat nou echt de gevolgen zijn van verminderde foutcontrole.

In een andere proef onderzocht Kowal de invloed van cannabis op bepaalde denktaken. De proefpersonen kregen onder meer een brainstorm-opdracht. ‘Daarbij moesten ze bijvoorbeeld zoveel mogelijk manieren verzinnen om een pen en een schoen te combineren’, legt Kowal uit. Een hoge dosis THC zorgde voor een slechtere score, een lagere dosis had geen meetbaar effect.

Dat is opmerkelijk, want er heerst een wijdverbreid geloof dat je van blowen juist creatiever zou worden. Kowal: ‘Dat is ook wat je zou verwachten: als een middel je remmingen vermindert, zou je beter moeten worden in dit soort denk-opdrachten. Misschien dat je een andere uitkomst krijgt als je mensen een creatieve opdracht geeft die aansluit op hun interesses: de muzikant liedjes laten maken, en de tekenaars tekeningen. Maar ja, hoe kan je dan nog onderzoeken of het werkt?’

Cannabidiol: ‘the hottest topic’ in cannabis-onderzoek


Het laatste hoofdstuk van Kowals proefschrift is een literatuuroverzicht van de effecten van cannabidiol. Dat is een verbinding die chemisch verwant is aan THC, maar heel andere gevolgen heeft op het brein; je wordt er bijvoorbeeld niet high van. Juist daarom is het een stuk makkelijker om te onderzoeken: in veel landen is het wel toegestaan om hennep te kweken, als er maar heel weinig THC in zit. ‘Het is the hottest topic in het cannabis-onderzoek’, aldus Kowal. ‘Het lijkt onder meer de negatieve effecten van THC, zoals angstgevoelens, te verminderen.’

Je kan het middel ook in min of meer pure vorm kopen. Wie doen dat? Vooral mensen met epilepsie, en ouders van kinderen met epilepsie. Zo’n dertig procent van de epileptici die medicijnen van de apotheek gebruikt, blijft last houden van aanvallen. Dan is het niet zo gek dat ze op zoek gaan naar iets anders. Er is veel anekdotisch bewijs dat het werkt, en een heel klein beetje wetenschappelijk bewijs: ‘Het is nog te vroeg om hier conclusies over te trekken’, aldus een overzichtsartikel in het New England Journal of Medicine, eerder dit jaar.
In zijn eigen overzicht beperkt Kowal zich tot de vraag of cannabidiol ook gevolgen heeft op de manier waarop gebruikers met emoties of cognitie omgaan. Ook daar zijn nog maar weinig gegevens over, maar op basis van het beschikbare onderzoek speculeert hij dat ook cannabidiol mensen minder bewust maakt van de fouten die ze maken.

Mikael Kowal
Thinking High: The impact of cannabis on human cognition.
Promotie: 6 oktober

Voorpagina

Blowers blijven low

Wie blowt maakt niet alleen meer fouten, maar heeft dat ook nog eens minder goed in de …

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

English page