Op safari in de Leidse rimboe

De Hokjesman begeeft zich onder professoren

Foto VPROMichael Schaap tijdens de dies natalis. 'De universiteit is de perfecte poppenkast met allerlei rituelen en verkleedpartijen.'

Door Frank Provoost

De exotische stammenspecialist De Hokjesman volgde een jaar lang de hoogleraren van de Leidse universiteit. Voorafgaand aan de uitzending van morgen ging Mare op bezoek bij de tv-antropoloog. ‘Stel eens een fatsoenlijke vraag man! WAAR BLIJVEN DIE VRAGEN?!’

‘In alle landen waar ik kwam, en onder alle volken die ik ontdekte, vond ik geen vreemdsoortiger slag mensen dan de Nederlanders. Niet één volk, maar een tombola vol culturen, clubs en groepen met vreemde stammen en exotische gemeenschappen. Zoals de klassieke volkenkundigen voor mij zoek ik ze op, ontleed ze, meet ze, en doorgrond ze. Ik ga op safari in eigen land, op zoek naar de rimboe in onszelf. Noem mij: De Hokjesman.’

Met een haast hypnotiserende rust kondigt presentator, herstel: tv-etnoloog Michael Schaap (47) wekelijks aan welke bevolkingsgroep hij vakkundig gaat fileren. Zijn voice-over klinkt kalm en sereen. Zijn taalgebruik is even smetteloos als zijn driedelig pak van bruingroen tweed, inclusief stemmige vlinderstrik. Als een antropologische David Attenborough wandelt hij dwars door alle mogelijke subculturen - van doven tot Drenten en van krakers tot krankzinnigen - ondertussen hun habitat analyserend.

In de derde aflevering van het derde (en laatste) seizoen van het VPRO-programma begeeft De Hokjesman zich onder professoren. Een jaar lang liep Schaap met researcher Maarten Slagboom rond in Leiden. Het resultaat is vrijdagavond te zien, op NPO2.

Het is een prachtig portret over de oudste universiteit van Nederland en haar worstelingen met de moderne tijd. De academie is ‘een archipel, een veelvoud van dun- en dichtbevolkte eilanden’ met grote cultuurverschillen. Waar wiskundigen ‘strijdmakkers in de veldslag met de materie’ zijn, geldt de rechtenfaculteit als ‘kraamkamer van de Leidse bal, en een haast oneindige reeks ministers van Justitie’ en bevinden brallende Minervanen zich ‘in een permanente tweestrijd tussen brein en branie’.

Typisch Hokjesman is de mix van poëtisch commentaar en vlijmscherpe observatie. Dat blijkt bijvoorbeeld in de togakamer, waar tussen alle zwarte gewaden ook een geplastificeerd hoe-strik-ik-mijn-stropdas-voorschrift hangt. ‘De heren en dames zijn hooggeleerd, maar een stropdas strikken: daar hebben ze nog even een handleiding voor nodig.’

Voor de hand liggende vraag: hoe heeft de antropoloog zijn academische safari zelf ervaren?

Alleen: het blijkt niet zo eenvoudig om hem op te zoeken, te ontleden, te meten, en te doorgronden. Want zodra de camera stopt met draaien, gaat De Hokjesman uit en Michael Schaap aan. Dan verandert de geduldige volkenkundige in een ongedurig ratelende tornado. Die spreekt zonder spaties, zo blijkt tijdens de voorafgaande telefoongesprekken. ‘Luister’, begint hij.

‘Ikhebdustotaalgeentijdwantwezijnnoglangnietklaarmetdraaienendaaromdoeik
geenenkelinteviewmeerikheballesafgezegdzojuistnogdeMicrogidsmaardatis
natuurlijkookeenkloteblaadjemaaranywayiedereenzeiMaredaarkunjeechtgeen
neetegenzeggendusokédanmaarikmoetnuechtophangen!’

Bij een volgende poging, anderhalve week later: ‘Ikwilhetwelvantevorenlezenwantikweetnualdatikallerleimensengadoodwensen.’

Vrijdagochtend, een week voor de uitzending, lijkt de rust nog niet wedergekeerd in huize Schaap, aan de rand van het Vondelpark - ook niet na een joint op het kleine balkon. In anderhalf uur tijd springt Schaap continu op om espresso’s te tappen, melk in de magnetron te zetten, scheldend te ontdekken dat daar allang een kokend glas stond te wachten, om dáár vervolgens weer zijn vingers aan te branden.

‘Zet maar weer uit’, wijst hij naar de voice-recorder als hij de keuken uitstuift en de trap opvliegt. ‘Of lul hem anders zelf vol.’ Hink-stap-springend blikt hij terug op zijn veldwerk, zichzelf voortdurend onderbrekend.
‘Nee wacht’, roept hij dan. ‘Dat vroeg je helemaal niet. Stel eens een fatsoenlijke vraag man! WAAR BLIJVEN DIE VRAGEN?! Ik ga even een asbak pakken.’

Hoe kan De Hokjesman zo rustig zijn…
‘…en ik zo druk? (zucht) Ga je dat nu net zoals iedereen opschrijven? Elk interview begint met: hij is héél druk. Nou: applaus!’

Het is toch opvallend dat iemand die in de vorige aflevering zó kalm en empathisch met geesteszieken spreekt in werkelijkheid zó hyperactief is.
‘Maar wat wil je daarmee zeggen? Je ziet toch wat ik doe? Het gaat toch om het eindresultaat, het netto uitlekgewicht?’

Ik vraag me af hoe u dat voor elkaar krijgt.
De Hokjesman is het goede voorbeeld voor mezelf. Ik ben lang niet zo mild, to put it mildly, eerder een olifant in de porseleinkast. Ja: ik ben altijd druk, praat te snel en schreeuw teveel... totdat ik dat pak aantrek.
‘Ik kijk zelf ook met verwondering naar die persoon. Dat lijkt schizofreen, maar ik kan het omdat ik al mijn hele leven cameraman en regisseur ben. Op televisie wordt alles twee keer zo groot, dik of boos. Met mijn expressieve gezicht moet ik oppassen dat ik niet te veel verraad. Als ik één wenkbrauw optrek, voel je dat al.
‘Ik was in mijn jeugd geobsedeerd door Dr. Jekyll & mister Hyde. Het is precies zoals Samira het zo mooi zegt in de aflevering over geesteszieken: “Wij zijn allemaal tweedrachtig.” Prachtig!’

Waarom wilde u de universiteit filmen?
‘Ik zat bij een promotie toen een bevriende hoogleraar zei: “Je moet óns doen.” Hij had gelijk: het is de perfecte poppenkast, met allerlei rituelen en verkleedpartijen.’

Kreeg u de vrije hand?
‘We hebben vooraf gezegd: we willen carte blanche, want we kunnen dit alleen maken als we elkaar vertrouwen. Al in het eerste gesprek met de rector kregen we dat. Dat vond ik heel chic.
‘Hij vroeg aan zijn voorlichter: “Vertrouw jij ze?” “Ja hoor”, antwoordde zij. “Ik ook wel”, zei hij toen. “Nou, veel succes.” Applaus voor de universiteit.
Maa-haaar: er zijn wel veel klachten geweest. Heul veel klachten. Ik heb brandjes moeten blussen. Op de eerste draaidag al, in de Pieterskerk, bij de opening van het academisch jaar. Men vond mij veel te aanwezig. “Kan die presentator niet aan de kant?” hoorde ik dan.
‘Maar ik ben ook regisseur, en als ik ergens een scène wil halen, dan gebeurt dat op mijn manier. Als er iemand van de universiteit dan komt zeggen: “U mag hier geen camerarails leggen”, dan zeg ik: “Hoezo niet? Ik heb carte blanche.” En hup! Dan leg ik die rails.’

En toen de film klaar was?
‘De universiteit wilde heel graag dat we zouden filmen aan de Haagse campus, maar dat paste gewoon niet. Verder hadden ze ook graag meer aandacht gezien voor het LUMC en de gamma’s. Ik moet eerlijk bekennen: ik had er ook graag een antropoloog bij gehad, omdat dat een heel grappig Droste-effect was geweest. Maar we moesten nu eenmaal keuzes maken en dan vallen sommige karakters af.’

De sociale wetenschappen komen er in de uitzending sowieso niet al te best vanaf. ‘Gamma’s tellen eigenlijk niet mee’, zo bevestigt wiskundige Hendrik Lenstra het vermoeden van De Hokjesman dat bèta’s op hen neerkijken. ‘Het respect voor een collega-geleerde wordt bij mij voor een groot deel bepaald door het gevoel: kan hij iets wat ik de moeite van het kunnen waard vind? Dat heb ik met een heleboel alfa’s, maar dat heb ik met gamma’s zeer zelden.’

Kort daarna houdt hoogleraar Hebreeuws en Aramees en zelfverkozen kluizenaar Holger Gzella namens de alfa’s een vurig pleidooi voor de ivoren toren. ‘Ik hou van eenzaamheid’, zegt hij. Daarom heeft hij geen vrouw, geen mobieltje en trekt hij indien nodig de stekker uit zijn vaste telefoonlijn. Alles moet wijken voor de wetenschap, vindt hij, want dat is ‘een oneindige ruimte van schoonheid en waarheid’.

Toen ik vorige week belde, had u net een brief gekregen waarin de universiteit vroeg om gedeeltes van die scènes te schrappen.
‘Mijnheer Provoost, laat ik er dit over zeggen. Mijn handen jeuken om provocerende dingen te roepen over wat er achter de schermen is gebeurd. Maar ik weet niet of het verstandig is om zomaar antwoord te geven op vragen die u niet gesteld heeft.’

Mijn vraag luidt: wat was het bezwaar?
‘De universiteit wil een instituut zijn dat midden in de samenleving staat en Lenstra en Gzella voldeden niet meer aan het bijbehorende imago van moderne wetenschapper.
‘Gzella verkondigt natuurlijk een ouderwets en elitair standpunt: laat ons met rust en hou eens op met dat gezeur over output en valoriseren. Lenstra zegt: “Valorisatie is een ander woord voor prostitutie.” En daarmee raken ze natuurlijk de kern: waar gaat het om in de wetenschap?
‘Als programmamakers hebben wij dat juist beklemtoond, omdat het appelleert aan de dromen die we vroeger zelf als student hadden. Het idee van een intellectuele elite is helemaal niet verkeerd.
‘Ik koesterde torenhoge verwachtingen van de academie. Weet je hoe hard het dan is als je op de UvA terechtkomt bij politicologie, en al die te dikke en teleurgestelde ex-hippies onderuitgezakt ziet zitten tussen stapels ongelezen boeken? Dan denk je: is dit het nou?’

De scènes zijn gebleven. Wat was uw weerwoord?
‘Je kunt wel zeggen: we zijn hip en vlot, maar als ik in Leiden om me heen kijk, zie ik iets heel anders. Dus wat wil je dán? Dat ik het film, terwijl de voice-over tegelijkertijd zegt: “Eigenlijk is het heel modern”? Kijk eens naar jezelf! En snap eens hoe bijzonder jullie zijn!
‘Leiden is Leiden, en dat moet het vooral blijven. Geen moderne poppenkast en niks hip, want dat past daar niet. En wie die wereld van opwaaiende toga’s niet bevalt, moet vooral ergens anders gaan studeren.
‘Die rituelen spreken mij ook erg aan. Wat dat betreft ben ik best conservatief. En ja, dat ze in Leiden kakkineus zijn, dat vind ik alleen maar leuk. Ik ben zelf namelijk ook best een kakker, toch? Nou, is dat geen mooie eindquote?’

U heeft helemaal niemand doodgewenst.
‘Ik wil juist nog iets positiefs zeggen en dat is geen slijmballerij: ik denk niet dat wij dit aan een andere universiteit hadden kunnen filmen. Die pluim verdient Leiden echt. Uitgerekend in dit liberale milieu van het bolwerk van de ruling class, wat het toch is, gedijt de vrijheid om dit te kunnen maken.
‘En pas op, hè? Beatrix kijkt ook mee. Speciaal voor haar heb ik gisteren het stukje over Willem van Oranje toch nog maar opnieuw ingesproken. Het moest loepzuiver en perfect zijn. Om iedereen scherp te houden, brulde ik na elke take: “BEATRIX!” We zijn tot twee uur ’s nachts bezig geweest.’

De Hokjesman, De Professoren
(regie: Jurjen Blick en Michael Schaap)
Vrijdagavond 22 april op NPO2, 21.10 u.
Kijk hier afleveringen terug

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Computer says no

We krijgen steeds meer te maken met regels die ingebakken zitten in onze technologie. Dat …

Studentenleven

Nieuws

Rubrieken

English page