Background
Steeds weer aan de dood ontsnapt
Hij geldt voor sommigen als de grootste oorlogsheld, maar had vooral veel geluk. Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje, was de eerste om dat zelf toe geven. ‘Ik was niemand in Leiden.’
Veerle van der Gracht
Thursday 30 April 2015
Hazelhoff Roelfzema (rechts) met Peter Tazelaar en Rie Stokvis tijdens het bezoek van koningin Wilhelmina en prinses Juliana aan Breda op 2 mei 1945.

‘Ik ben geen grote Leidenaar. Nooit geweest ook. Ik heb geen grote job gehad bij mijn vereniging, het corps. Ik was niemand in Leiden. Tot de jaren zeventig, toen de film Soldaat van Oranje uitkwam. Toen is de mythe ontstaan.’ Dat zei Nederlands bekendste verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema in april 2002 tegen Mare, vijf jaar voordat hij overleed.

Hij ontving de Willemsorde, Nederlands hoogste onderscheiding en werd adjudant van koningin Wilhelmina door zijn moedige daden. Geboren in Nederlands-Indië in 1917 als zoon van een rijke planter vertrekt hij naar Leiden om rechten te studeren. ‘Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak tijdens zijn studententijd, kon hij pas echt zien wat zijn idealen waard waren’, zegt Soldaat-van-Oranje-deskundige en advocaat Carel Erasmus.

‘Ik ben gefascineerd geraakt door zijn boeken. Toen ik ze allemaal gelezen had was ik hooked’, vertelt Erasmus. Hij zocht Hazelhoff Roelfzema in 2005 op in zijn toenmalige huis in Hawaï. ‘Dan rijjd je daar en dan zit de Soldaat van Oranje gewoon naast je in de auto.’ Met Floris Meinardi maakte hij de documentaire Soldaat van Ambon (over zijn strijd voor zelfstandige Molukken) en schreef het boek De Soldaat van Oranje achterna. ‘Ik was zo verbaasd over wat hij allemaal had meegemaakt, hoe hij stond in het leven en wat hij eruit haalde.’ Daarna heeft Erasmus zijn kantoor naar de soldaat vernoemd: Advocaten van Oranje.

‘Hazelhoff Roelfzema was niet bang om risico’s te nemen en zijn stem te laten horen’, vertelt Erasmus. ‘Bijvoorbeeld bij het protest tegen de arrestatie van professor Cleveringa.’ Die betoogde in november 1940 tegen het uitsluiten van Joodse collega’s en studenten. Daarop sloten de Duitsers de universiteit. ‘Erik was daar zo verbolgen over, dat hij vervolgens een pamflet maakte, het Leids Manifest. Daarmee protesteerde hij namens de Leidse studenten tegen de sluiting. Dat hing hij 's nachts met zijn vrienden door de hele stad. De volgende dag waren de Duitsers zo woedend dat ze op jacht gingen naar Erik.’

Maar hij was intussen al toevallig gearresteerd. Hij zat bij een huis op de Morssingel, waar studenten een plan hadden gemaakt om de Joodse professor Meijers te bevrijden. Om vrij te komen schreef Hazelhoff een verzoek tot vrijlating op wc-papier. Dat gaf hij de bewaker die hij al een tijdje bewerkt had met zijn praatjes. De commandant was zo beledigd dat hij dreigde hem de volgende keer overhoop te schieten. Erasmus: ‘In de film schrijft hij zijn verzoek met poep, maar dit is nooit werkelijk gebeurd.’ Terwijl hij vast zat, waren de Duitsers in Leiden nog elke dag naar hem op zoek.

‘Erik was impulsief, volgde zijn gevoel en ondernam actie zodra hij kon’, vertelt Erasmus. Na zijn doctoraalexamen op 10 juni 1941 wilde hij zo snel mogelijk naar Engeland. Toen dat lukte, ondernam hij meerdere geheime overtochten naar de bezette kust om zendapparatuur te leveren en mensen op te halen. ‘Zijn levensmotto was: als je ergens in gelooft, moet je er voor vechten en nooit opgeven. Bij hem was dat behoorlijk letterlijk. Tot zeven keer toe ging hij met de Engelse marine zonder succes heen en weer naar de Nederlandse kust. Pas de achtste keer lukt het om iemand aan land te zetten.’

‘Hoe vaak hij aan de dood is ontsnapt, is echt bizar’, zegt Erasmus. Voor de Britse Royal Air Force, maakte hij maar liefst 72 levensgevaarlijke vluchten boven Duitsland. ‘Hij vloog in een klein vliegtuigje vooruit om via lichtfakkels aan parachutes aan te geven waar er bommen moesten vallen. Achter hem vlogen dan zo’n zeventig bommenwerpers die afgingen op zijn lichtkokers.’ Eén derde van de vliegers kwam niet van zo’n vlucht terug.’

Soldaat van Oranje staat bekend als hét verzetsverhaal van Nederland, maar blijkt achteraf toch vooral een spannend jongensboek. Erasmus: ‘Wat hij schrijft is waar, maar ook geromantiseerd. Hij had veel geluk en geldt als de grootste oorlogsheld van Nederland. Maar hij is die hele oorlog doorgekomen terwijl hij geen schot heeft gelost en niet in een kamp terecht is gekomen.’

‘Voor iedere vent die de Willemsorde krijgt, zijn er zeker tien die hem net zo goed verdienen’, zei Hazelhoff Roelfzema in Mare. ‘En honderd die hem verdiend zouden hebben. De enige reden waarom zij die onderscheiding niet hebben gekregen, is dat hun daden niet bekend zijn. Als je de gave hebt om over dingen te schrijven heb je een geweldige voorsprong. Ik ben de Soldaat van Oranje, niet omdat ik wat gedaan heb, maar om wat ik heb geschreven heb.’

De rechtenstudent Erik Hazelhoff Roelfzema zat bij het corps en woonde in het huis Welgelegen, boven het tegenwoordige Barrera op het Rapenburg. Het is nu nog steeds een mannen-Minerva-huis. ‘Alles was zo dichtbij dat het welgelegen lag. Daar is de oude Universiteitsbibliotheek, en de rechtenfaculteit, toen in het Academiegebouw, lag hier recht tegenover’, zegt Axel Vos (20, rechten) die tegenwoordig in de befaamde kamer woont, die tevens dienst doet als fusie. ‘Het is een hele eer. Al word je wel het hele jaar geleefd. Dan komen mensen terug van het zuipen en willen ze nog een drankje met je drinken terwijl je al ligt te slapen. Ik ben ook wel eens wakker geworden met iemand naast me in bed die via het raam was binnengekomen, maar niet meer de kracht had om vervolgens mijn bed uit te gaan.’

‘Degene die hier het meest via het raam naar binnenkomt is de barman van Barrera’, legt huisgenoot Bart Brink (23, rechten) uit. ‘Dan is hij klaar met werken, staat de muziek te hard om de bel te horen en heeft hij nog zin in een drankje.’

‘Als toeristen weer op het balkon willen staan om een foto te maken realiseer je je toch weer hoe bijzonder dit huis is’, zegt Brink. Vos: ‘Het originele Leids Manifest hangt hier nog aan de muur, en Erik is zelf ooit nog met Willem-Alexander langsgekomen vanwege een heruitgave van zijn boek. ‘Verder worden we vaak uitgenodigd voor dingen die met de Soldaat van Oranje te maken hebben’, vertelt Brink. ‘Op de première van de musical zijn wij als gastheren in een rokkostuum gehesen en moesten we een beetje gezellig doen met Beatrix. Er zijn ook studentenverengingen door het hele land die voor hun ontgroening bij ons moeten langskomen.’

Ook de film Soldaat van Oranje (1977)is in het huis opgenomen, en de resten daarvan zijn nog te zien. ‘Er ontbreekt een stuk van de balk van het plafond, omdat daar de camera zat tijdens de opnames’, vertelt huisgenoot Jetse van Helden (20, rechten). ‘In de muur zitten nog steeds schuifdeuren, omdat de camera-crew vanuit de andere kamer zat te filmen.’

Vos: ‘We hoorden van andere huisgenoten dat de bewoners van deze kamers een maand lang bij anderen op hun kamers sliepen. Maar ze zullen wel een schappelijke vergoeding hebben gekregen.’

Op vliegveld Valkenburg draait al ruim vierenhalf jaar de musical Soldaat van Oranje. Hij is al ruim 1500 keer gespeeld en wordt door het grote succes steeds verlengd. ‘Zolang de kaartjes blijven verkopen, blijven er nieuwe shows komen’, zegt studente Eline Buitelaar (22, Engels), die drieënhalf jaar bij de musical werkte.

‘Je blijft terugkomen: het is een uniek stuk, je ziet altijd nieuwe dingen en het is een herkenbaar verhaal over Nederland’, vertelt musicalliefhebber Danielle Poot (22, pedagogische wetenschappen). ‘Het meest bizarre is dat je echt meedraait met het verhaal doordat de zaal draait.’ Buitelaar: ‘Sommige mensen worden er misselijk van.’ ‘Alles is zo realistisch’, vertelt Poot. ‘Je hoort letterlijk de zee, voelt zowat de regen en hoort de motoren van verre aankomen. Door de doorsnede van het huis, kijk je zo mee in het verhaal en door het tikken van de typmachine en de afgebeelde datum wordt erg benadrukt dat er een verhaal vanuit de geschiedenis wordt verteld.’

‘Er komen regelmatig mensen die de oorlog nog hebben meegemaakt’, vertelt Buitelaar. ‘Sommigen gaan na afloop weer voor het eerst over de oorlog praten. Anderen lopen weg, omdat het te dichtbij komt.’ Poot: ‘Er zijn steeds minder mensen die de oorlog kunnen navertellen. Door het stuk blijft het toch nog leven bij de jeugd.’

In de foyer is een tentoonstelling te zien. ‘Je kunt een quiz doen over welke keuzes jij zou maken tijdens de oorlog’, zegt Buitelaar: ‘Iedereen zegt wel: "Ik zou in het verzet gaan", maar als het echt gebeurt, schijt je ook drie keer in je broek voordat je ook maar een beetje de Duitsers durft tegen te gaan.’