Zo kan het ook

Overleef het leenstelsel: blijf thuis wonen

Nationaal Archief/Spaarnestad

Nu het sociaal leenstelsel er toch komt, breekt de Eeuw van de Thuiswoners aan. Mare vroeg oud-redacteur en ervaringsdeskundige Judith Laanen naar de voordelen. ‘Wie zegt er nee tegen moeders draadjesvlees met bloemkool?’

“Woon je nog thuis? Oh...”
Ze keken me nog net niet aan alsof ik lepra had, maar de blikken van sommige medestudenten spraken boekdelen als ik vertelde dat ik bij mijn ouders woonde. Of ik niet goed was, of ik een speciale reden had, of ik misschien na duizend keer hospiteren nergens was uitgekozen? Al deze redenen werden voorgedragen na het allesomvattende “waarom?!” Dat werd trouwens begeleid door ogen als schoteltjes.
Dit is een ode aan de thuiswoner. Want bij je ouders wonen als student is niet zo suf als iedereen elkaar voorhoudt. Het is best handig. Zo word je niet afgeleid door huisgenoten die te harde muziek draaien, in het algemeen niet willen deugen en je van je studie proberen te weerhouden. Je weet wie ik bedoel.
Toen ik hoorde dat het sociaal leenstelsel definitief werd ingevoerd dacht ik: het is zover. De Eeuw van de Thuiswoners is aangebroken. Ik zou graag één simpele reden geven waarom ik mijn hele studententijd heb thuisgewoond, maar die is er niet. Daarom geef ik er meer.

Laten we beginnen met De Hel Die Hospiteren Heet. Wie in het studentenuniversum heeft zulke vernederende kringgesprekken bedacht? Voor de vorm heb ik een aantal keer gehospiteerd. In een huis boven de ‘Oude Harrrrrmo in de Bree’ keken de huisgenoten me aan of ze water zagen branden toen ik een grap probeerde te maken.

Te midden van vijfentwintig (?!) andere slachtoffers moest ik vertellen wat ik ‘in zou brengen’. Mijn voorganger kreeg goedkeurende knikjes en paringsachtige oehs en aahs bij het noemen van ‘het huis van mijn ouders in Frankrijk’. Ik mompelde binnensmonds: ‘Dat zullen je ouders leuk vinden.’ Toen ik mijn ‘sprankelende persoonlijkheid’ met stoïcijnse blik en monotone stem aanprees, werd dat niet begrepen.

Mijn hele studententijd heb ik me afgevraagd wat mensen bezielt om in elkaars troep te wonen. Of om van die kekke huisfeesten te geven waarbij er sowieso meubilair of andersoortige eigendommen sneuvelen. Het is harstikke leuk joh, op kamers!

Zegt men.

Menig studentenvereniging propageert enorm gave huizen te hebben maar vergeet daarbij, heel toevallig, te vermelden dat je thuis waarschijnlijk geen last hebt van ritmische gymnastiek in de kamer naast je. Je weet wel, dat stel dat je altijd ’s nachts om drie uur wakker krikt als je ’s ochtends naar college moet.

Dit is eigenlijk het enige vleselijke nadeel van thuiswonen, maar hoezeer je last hebt van bronstige medebewoners hangt natuurlijk af van de indeling van het huis waarin je woont. Feit blijft wel dat je niet zo snel je scharrel van De Zaak mee naar je ouderlijk huis neemt. Ik hoefde dat gelukkig nooit voor te stellen, want niemand zat te wachten op een treinrit naar mijn schimmige buurt in een stad die niemand kent. En als ik dan met mijn minst sarcastische gezicht toch maar zei dat ik thuis woonde was het gesprek toch snel afgelopen. ‘Oh, ik zie m’n clubgenoot daar...’ Exit PINO.

Beschonken arriveren bij het ouderlijk front? Daar had ik ook niet zoveel last van. De reistijd gebruikte ik om te ontnuchteren. Lukte dat niet, dan probeerde ik het ook niet te verbergen. Je ouders zijn niet dom. De meesten hebben ook een jeugd gehad, die weten wat je uitvoert als je ’s avonds weg bent. Het enige irritante is als ze net doen alsof ze niet door hebben gehad dat je wazig van de schuimkragen je als een botsauto naar bed hebt weten te bonken, en je na vier uur slaap wekken voor het zaterdagochtend familie-ontbijt.

Waar je wel onderuit komt, is dat ellendige koken. Stel je voor dat je élke dag moet bedenken wat je vanavond weer eet. Mijn moeder besliste dat voor iedereen. Hoeveel tijd je daarmee bespaart! Want iedereen weet dat je allemaal naar dezelfde supermarkt gaat en daar al-tijd mensen van De Klub tegenkomt. En die moeten al-tijd weer met je praten. Duurt uren.

Weet je trouwens wat je kunt doen met de tijd die je overhoudt als dat allemaal niet hoeft? Meer studeren! Verzin je niet, hè? Oké, een enkele keer kookte ik zelf. Maar dat is wel erg veel moeite als je moeder met hartjes in haar ogen draadjesvlees met bloemkool (mét sausje!) voor je neus zet. Wie zegt daar nou nee tegen?

Het laatste en belangrijkste voordeel: de significante kostenbesparing. Niet op kamers gaan scheelt nogal wat knaken. Ik betaalde geen kostgeld, had een OV op kosten van Het Rijk en hoefde geen doorontwikkelde alcoholverslaving te bekostigen dankzij overmatige aanwezigheid op een vereniging. Want ook daar hoef je je bij thuiswonen geen zorgen om te maken: als je al lid bent en je krijgt het voor elkaar te zeggen dat je nog thuis woont, ziet het collectief je het liefst en het snelst teruggaan naar je eigen warme nest.

Wat jaloezie al niet doet met mensen.

Voorpagina

Zo kan het ook

Nu het sociaal leenstelsel er toch komt , breekt de Eeuw van de Thuiswoners aan. Mare …

Achtergrond

Wetenschap

Lopen voor de lol

Wilde muizen lopen vrijwillig in tredmolens, ontdekten Leidse onderzoekers. Dat is …

Studentenleven

English page

You Only Live Once

Many students swear by their bucket lists: a list of things they absolutely must do. …