Gaybarantropologie

Veldwerk tussen dragqueens en strenggelovigen

Sandra HoogeboomLeidse antropologiestudenten bij faux-kings en advendo's

door Marleen van Wesel

Het is de vuurdoop voor studenten antropologie: het eerste veldwerk. Mare ging mee op kerkbezoek op de Veluwe én bingode met dragqueens van de Amsterdamse Wallen. ‘Het volgende nummer is een standje dat je niet met Roel van Velzen kunt doen!’

‘Doe wie oll hèf aar bingo kaarts reddie?’ vraagt presentatrice Coby van Dam in onmiskenbaar Amsterdams. Een stel toeristen kijkt vertwijfeld naar de struise blondine op het podium van gaybar Queen’s Head. ‘Ze zijn echt hoor’, verzekert Van Dam, terwijl ze haar borsten in hun richting schudt.

‘Coby is een faux-queen’, verduidelijkt tweedejaars antropologiestudent Stephanie Ratcliffe (21). ‘Dat is een vrouw, die zich verkleedt als man die zich verkleedt als vrouw. Of andersom. Faux-kings verkleden zich als vrouw, maar laten bijvoorbeeld hun baard staan.’ Coby presenteert intussen de hoofdprijs van vanavond, een pikzwarte dildo die het formaat van een colafles nadert.

Gedurende drie weken verblijft Ratcliffe met studiegenoten Ferdi Mintes (19) en Charlotte Roosen (24) tussen de Amsterdamse dragqueens voor een onderzoek naar kunst en gender. Roosen: ‘We kijken hoe attributen, make-up, pruiken, muziek en kleding mannelijkheid en vrouwelijkheid uitdrukken. We stellen dus niet echt inhoudelijke vragen.’ ‘Al vertellen ze er vaak een hoop inhoudelijks bij’, zegt Ratcliffe. ‘Voor de meesten is het een hobby, spelen met hun identiteit. Niet dat ze, zoals transseksuelen, echt van geslacht willen veranderen.’

Verspreid door het hele land zitten momenteel nog meer groepjes tweedejaars Leidse antropologiestudenten om ervaring op te doen met veldwerk. Aan de hand van observaties, interviews, enquêtes en groepsdiscussies onderzoeken ze bijvoorbeeld natuurkunstprojecten in Coevorden, standbeelden in Emmen of dating onder islamitische jongeren. Om echt in een lokale gemeenschap te duiken, is het de bedoeling dat ze verblijven bij gastgezinnen.

Zo ook honderd kilometer ten oosten van Queen’s Head, in Apeldoorn, bij de zevendedagsadventisten. Op zaterdagochtend, een kwartier voor aanvang van de sabbatschool kijken Anouschka Schaap (23) en Aukje Postma (20) door het venster van de Apeldoornse Adventkerk naar een bijna lege parkeerplaats. ‘Oh, mánnen, waar blijven jullie?’ zuchten ze ongeduldig. Vorige week hebben ze een groepsdiscussie georganiseerd met jonge vrouwen uit de kerk, voor hun onderzoek naar religie en dating. Nu zijn de mannen aan de beurt.

Ze kwamen bij de zevendedagsadventisten terecht via vrijwilligerswerk dat Schaap afgelopen zomer in Jamaica deed. ‘Op een zaterdagavond belde ik daar een vriendin, die in de kerk bleek te zitten. “Kerk?” zei ik. “Bedoel je niet synagoge of zo?” Maar de zevendedagsadventisten hebben dus op zaterdag sabbat.’

Postma: ‘Nu oefenen we hier het antropologieveldwerk. Je kunt er wel eindeloos literatuur op naslaan, maar in de praktijk loop je toch tegen andere problemen aan.’ ‘Ik heb bijvoorbeeld nogal de neiging om tijdens interviews de zinnen van respondenten af te maken. Dat moet ik dus niet doen’, zegt groepsgenoot Martijn Scharpff (20), die intussen trommelt op alles wat hij tegenkomt. ‘Ik heb koffie en Red Bull op, want in slaap vallen straks tijdens de eredienst leek me ook zo wat.’

Even later staan de auto’s van kerkgangers uit de wijde omtrek driedubbel geparkeerd, maar uit de categorie mannen van achttien tot dertig komen er slechts vier opdagen.

‘Hé, heb jij een bijbel bij je?’ vraagt Rutger Koffeman (21, student werktuigbouwkunde in Delft, en zevendedagsadventist) nog snel voor de groepsdiscussie begint. ‘Die staat op mijn telefoon’, reageert Ashwin van der Kamp (24, bedrijfskunde in Arnhem). Hard hebben ze die niet nodig. De studenten leggen hen bijbelcitaten over gender en liefde voor en uit zijn hoofd brengt Van der Kamp nuanceringen en context aan.
Bijvoorbeeld bij de strenge woorden van God aan de vrouw, na het eten van de verboden vrucht: ‘Verderop in Genesis kom je ook flinke straffen voor de man tegen.’ Daten buiten de kerk moet absoluut kunnen, vinden de mannen. Desondanks hebben drie van de vier een relatie, allen binnen de kerk. Daten met andersgelovigen lijkt hen lastiger dan met ongelovigen. Koffeman: ‘Een Ajax-fan met een Feijenoord-fan is ook geen goed idee.’
Uitgevraagd wórden vindt Van der Kamp ‘nog net geen afknapper’. ‘Maar dat heeft niet zoveel met het geloof te maken, eerder met mijn ego en trots.’ Alle vier de heren zijn het erover eens dat zij op een eerste date alles moeten betalen. ‘Anders mag je dat over twintig jaar nóg aanhoren’, zegt Koffeman. ‘Bovendien: alleen maar leuk doen en als de rekening komt de skeere boy uithangen is geen versieren.’

‘Dus je kóópt een meisje?’ vraagt Schaap. 

Van de eredienst, waarvoor de jongens eigenlijk kwamen, is na de groepsdiscussie nog maar een kwartier over. ‘Gewoon de preek gemist!’ roept Koffeman quasi-verontwaardigd. Vorige week, met de vrouwen, duurde het korter. ‘Als man in de kerk moet je voortdurend je woorden wegen’, verklaart Van der Kamp.

‘Het beeld dat mannen vrouwen overheersen; zo zitten we er niet in, maar zo staan we wel te boek.’ Toch gaan zevendedagsadventisten graag het gesprek aan, denkt Koffeman. ‘Jongens van andere kerken hebben dat minder. Maar de buitenwereld is niet heidens en eng.’

De sabbat wordt verder gevierd bij het gastgezin van Schaap thuis, samen met het gastgezin van Scharpff. Ook de drie studenten gaan mee. ‘Ik vraag me ineens bij alles wat ik zeg of doe af of het typisch is voor advendo’s’, grinnikt Scharpffs gastmoeder. Tijdens de thee, met heel veel koekjes, gaat adventistische lectuur rond. Ook de Serendipity Bible komt langs, de nieuwste Amazon-aanwinst van gastheer Charles Kneefel, die bij allerlei onderwerpen verwijst naar relevante bijbelpassages. ‘Handig’, zucht Schaap. ‘Voor de citaten in groepsdiscussie vanmorgen heb ik de halve bijbel nog doorgebladerd.’

Het vinden van een gastgezin binnen de Amsterdamse dragscene was lastiger. De studenten verblijven daarom bij willekeurige onbekenden. Mintes: ‘Ik zwerf toch vooral door de stad. In de bieb werk ik de resultaten uit en verder kom ik veel in bars.’ ‘Ook om contacten te leggen’, vult Ratcliffe aan. De eigenaar van Dragshowbar Lellebel wist bijvoorbeeld een hoop lijntjes uit te gooien. Mintes: ‘Volgens hem is trouwens tachtig procent van de dragqueens hetero. Wij zijn eigenlijk alleen nog maar homo’s tegengekomen.’

‘Vooral Ferdi trekt respondenten aan’, vertelt Ratcliffe. ‘Jong, man, en een tikkeltje exotisch.’ ‘Ik gebruik mijn lichaam voor de wetenschap’, beaamt Mintes. ‘Wij hebben dan weer nog nooit zó weinig aanspraak gehad in een bar’, zegt Roosen. De enige vrouw die zich hier in alle aandacht mag wentelen is Coby, paraderend op torenhoge panterprinthakken, in een fladderende panterprintblouse en een ultrakort zwart rokje waar een string doorheen schijnt. Ze graait een nieuw bingoballetje tevoorschijn. ‘Het volgende nummer is de leeftijd van Bonnie St. Claire! (64, -red)’

In Apeldoorn wandelen of skaten hun studiegenoten op vrije momenten over de Veluwe. Of ze ontglippen hun gastgezinnen even voor een rookpauze. Veel ervaring met religie hadden ze vooraf niet, vertellen ze tijdens zo’n moment. ‘Ik heb als bijbaantje wel eens stemmen geteld in Katwijk. SGP, SGP, SGP, dus’, zegt Postma. ‘Ik heb een heel vroom beeld, maar ze zijn een stuk liberaler’, zegt Scharpff, terwijl hij een sigaret opsteekt. ‘Over homoseksualiteit zeggen ze bijvoorbeeld: “Je gaat toch niet oordelen over een aardige homo?” En ze beschouwen hun lichaam wel als tempel, maar ze hebben normaal broodbeleg. In mijn bekering hebben ze ook nog niet echt energie gestoken. Behalve dat roken dan, dat vinden ze écht niet kunnen.’

Terwijl zaterdagmiddag de pompoensoep wordt opgediend staat het rookverbod nog even ter discussie. ‘Geloven wij dat eigenlijk écht?’ vraagt de dochter des huizes. Want er zijn grote onderlinge interpretatieverschillen. ‘Ik had bijvoorbeeld altijd begrepen dat we geen eend mochten eten. Die regel hebben we eens opgezocht, maar nergens gevonden’, vertelt moeder Sandra Kneefel. ‘Wel hebben we allemaal hetzelfde kookboek’, knipoogt ze. Ze laat De Dunne Vegetariër, waaruit de pompoensoep komt, van TROS-presentatrice en zevendedagsadventist Antoinette Hersenberg achter de Serendipity Bible aan de kring rondgaan.

In Amsterdam maken de studenten rond elven aanstalten om terug te keren naar hun gastgezinnen, met nieuwe observaties. Het zijn lange, vermoeiende dagen. Coby’s stem schalt nog één keer door het café.
‘Het volgende nummer is een standje dat je niet met Roel van Velzen kunt doen, want dat past niet!’ Bingoballetje 69.

Niet goed voor de hoofdprijs, maar de Mare-verslaggever neemt de trein terug naar Leiden met een knalroze wafelijzer onder de arm.

Meer lezen over de Leidse antropologiestudenten? Zie het Leidse Anthropology Blog.

Voorpagina

Gaybarantropologie

Het is de vuurdoop voor studenten antropologie: het eerste veldwerk. Mare ging mee op …

Achtergrond

Wetenschap

Verraderlijk gekwaak

Een tropische kikker kwaakt niet alleen met geluid, maar ook met waterrimpelingen …

Rubrieken

English page