De andere slachtoffers

Cleveringa-hoogleraar over de moordpartijen van Hitler en Stalin

Wilhelm von Habsburg (1895-1948)

Door Vincent Bongers

‘Geschiedschrijving is duurzamer dan herdenkingen en ceremonieën‘, zegt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder. Aan de hand van kleurrijke figuren en tot voor kort onbekende bronnen reconstrueert hij de bloederige geschiedenis van een onderbelicht deel van Europa. Op 26 november houdt hij de Cleveringalezing.

De aartshertog was best een vreemde vogel. Hij aanbad zijn poes, frequenteerde in vrouwenkleren Parijse homobordelen, rekruteerde spionnen voor de Britse geheime dienst en werd bijna koning van een onafhankelijk Oekraïne.
Als klein jongetje zwom Wilhelm von Habsburg (1895-1948) met dolfijnen in het kristalheldere water bij de Adriatische kust en droomde van een eigen rijk. De Habsburgers waren immers geboren om te heersen. Wilhelms familielid Franz Josef was op dat moment keizer van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.
Maar het leven van aartshertog eindigde niet op de troon maar in een smerig ziekenhuisbed in een sovjetgevangenis. Zijn lichaam werd gedumpt in een naamloos graf. Hartklachten, tuberculose en de verhoortechnieken van de Russische militaire inlichtingendienst deden hem bezwijken.
Aan de hand van de kleurrijke 'Willy' schetst Yale-historicus en Cleveringa-hoogleraar Timothy Snyder (43) in het boek De Rode Prins meer dan een halve eeuw geschiedenis waarin omgeven door kruitdampen het moderne Europa ontstaat. Volkeren die eerst speelballen van vorstenhuizen zijn, zien dat hun landsgrenzen nu door Stalin en Hitler met bloed worden getrokken. Het lot van deze landen is het thema in veel van het werk van Snyder.
'Ik wilde eigenlijk een boek over vorsten en nationalisme schrijven, maar bleef hangen bij Wilhelm,' zegt Snyder. 'Na 1918 zou met de opkomst van het moderne Europa de macht van de Habsburgers gebroken zijn, maar dat klopt niet helemaal. Het boeit mij hoe leden van vorstenhuizen hun macht wilde behouden in een tijd dat er eigenlijk een einde lijkt te zijn gekomen aan de invloed van koninklijke families.'
Wilhelm was een van die telgen op zoek naar een land. 'Hij is daarnaast ook nog eens een heel erg boeiend figuur. Hij was biseksueel en verkleedde zich volgens de Franse pers tijdens zijn nachtelijke escapades soms als vrouw.'
Maar de aartshertog had ook een missie. Hij beschouwde het als zijn opdracht - als hij tenminste niet in een bordeel of op het strand lag - het lijdende Oekraïense volk van de bolsjewistische overheersing te bevrijden.
Snyder: 'Wat ook opvallend is, is dat hij aan de ene kant een typisch aristocratisch leven leidde, maar zich tegelijkertijd verbonden voelde met het lot van arme Oekraïense boeren. Vandaar zijn bijnaam de Rode Prins.'
Zijn vader Stephan had juist zijn oog laten vallen op Polen en wilde daar de scepter zwaaien. Wilhelm rebelleerde tegen hem en wilde een koningshuis stichten voor een volk dat nog niet wist dat het er een nodig had.'
De Oekraïners waren een volk dat lang staatloos was en uiteindelijk ingelijfd werd door Stalin. Wilhelm bleef er alles aan doen om een onafhankelijk land voor hen te creëren, met hem zelf aan het roer natuurlijk. Hij lieerde zich aan de nazi's toen hij dacht dat dat hem wat kon op leveren. Maar hij zag al snel in dat die hem niet gingen helpen. Toen begon hij onder hun ogen in Wenen de Britten te helpen met het opzetten van verzetshaarden. Na de oorlog rekruteerde hij voor de Fransen in dezelfde stad spionnen.
De Russen besloten uiteindelijk de koppige voorvechter van de Oekraïense zaak uit te schakelen. Ze ontvoerden hem en hij liet, ironisch genoeg, het leven in Kiev - nu de hoofdstad van het vrije Oekraïne. De droom van Wilhelm kwam uiteindelijk toch gedeeltelijk uit.
Door het leven van de aartshertog nauwkeurig in kaart te brengen, bouwt Snyder stukje bij beetje aan de beschrijving van de geschiedenis van Centraal en Oost-Europa. 'Ik wil dat de complete geschiedenis van het moderne Europa wordt verteld. Het verhaal van een groot deel van het continent is een beetje ondergesneeuwd geraakt.
'Door de Koude Oorlog was er in het Westen 45 jaar een eigen geschiedenis opgebouwd. In het Oosten gebeurde dat ook. We zijn nu in een proces om die twee verhalen samen te voegen.'
De Muur viel voor Snyder op een gunstig moment. 'Er kwam een vloed van informatie vrij over bijvoorbeeld de ervaringen van mensen in de Tweede Wereldoorlog. Sommige gebeurtenissen waren maar vaag bekend, andere zijn compleet vergeten.'
In het boek Bloedlanden beschrijft Snyder op bijna pijnlijk gedetailleerde wijze hoe in Polen, de Baltische Staten, Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland tussen 1933 en 1945 meer dan 14.000.000 burgers het leven lieten in door Stalin en Hitler georganiseerde slachtingen. De meeste stierven door kogels, ziekte en honger. Alleen al in Oekraïne stierven miljoenen mensen, onder meer door Stalins georkestreerde hongersnoden.
De gaskamers waren maar een gedeelte van een vreselijk verhaal van machtswellust, ideologie en paranoia. De schade en ellende is nog erger dan verwacht. Snyder plaatst met zijn bevindingen ook de Holocaust in een groter geheel. Iets wat hem ook op kritiek is komen te staan.
'Ik vind dat onterecht. Het doet me weinig en ik neem zo ook niet serieus. De Holocaust zonder context is in historische zin betekenisloos. Het was onderdeel van beleid, van een strategie van de nazi's. Hetzelfde geldt voor de moordpartijen van Stalin.
'Geschiedschrijving is duurzamer dan herdenkingen en ceremonieën. Je moet recht doen aan alle slachtoffers, dat doe je door zoveel mogelijk uit te zoeken en te vertellen. Het is ook de enige manier om historisch inzicht te verkrijgen over dit soort vreselijke gebeurtenissen.'

Cleveringa-oratie, maandag 26 november, 16u, Academiegebouw. Aanmelden kan via
www.leidenuniv.nl

Deel dit bericht: