Column: Leren waarderen

Een enorm gejuich stijgt op. De menigte slaat driftig de handen op elkaar. Om mij heen rijzen mensen op uit hun stoelen om hun toewijding meer kracht bij te zetten. Overal is geschuifel en gerommel, maar dat geluid valt in het niets bij het oorverdovende fluitconcert. Van puur geluk weten sommigen niet meer waar ze hun handen moeten houden, dus gooien ze hen maar boven zich, nog steeds klappend, terwijl ze hun lippen op elkaar duwen en met hun hoofd knikken. Chapeau! Hier en daar pinkt iemand een traantje weg.
Zelf blijf ik bedaard zitten. Geringschattend zie ik het hele gebeuren aan. Was dat nou allemaal nodig? Het geklap houdt echter aan en ten slotte geef ik toe en klap mee, extra enthousiast om mijn achterstand in te lopen. Tegelijkertijd denk ik: waarom? Waarom, in hemelsnaam?
Het verbaast me iedere keer weer, maar het is een bekend fenomeen. Het is vijf minuten voor heel in de collegezaal. De spanning bouwt zich op tot dat kritieke punt, waarbij de oppervlaktespanning wordt doorbroken en één druppel de gehele emmer doet leegstromen. Maakt de docent de fout om de woorden 'einde' of 'afronden' in de mond te nemen, dan is het hek helemaal van de dam. De schapen denderen achter en over elkaar heen de collegezaal uit, maar nog niet voor het college is afgesloten met een uitbundig, dankbaar en verlossend applaus.
Maar waarom die ovatie? Omdat iemand zijn werk doet? Als we voor mensen gaan klappen die hun werk doen, laten we dan consequent zijn; kom je bij de bakker, geef hem een applaus voor het brood dat hij je overhandigt. Rijd je langs wegwerkzaamheden, stop en laat je waardering blijken. Word je gearresteerd wegens wildplassen, sla de handen op elkaar voor die goede smeris. Of lijkt klappen in die gevallen ineens misplaatst?
Misschien is er dan een andere reden voor al die ophef? Misschien wil iedereen aangeven hoe verschrikkelijk hij van het college genoten heeft? Of wil men gewoon zijn dankbaarheid tonen voor al die vreselijk nuttige informatie en de tijd die de docent neemt om die informatie over te brengen? Daar is toch niets mis mee?
Nee, zeker niet. Integendeel. Maar in dat geval vraag ik mij wel af wat alle Facebookschermen, knutselwerken en puzzelbladen in de collegezaal doen. Als het college zo gewaardeerd werd, zou je toch verwachten dat het een kleine moeite is om de concentratie erbij te houden? Het college hoeft niet alleen aan het einde de aandacht te krijgen, maar verdient die – meestal – ook terwijl het bezig is.
Daar ligt de oplossing van het probleem: in het einde. Het is een enigszins teleurstellende vaststelling, maar een college dat ten einde loopt, wordt het meest gewaardeerd. Dat ligt echter niet aan de docent; het ligt aan ons. We zijn luie studenten, die liever helemaal niet naar de colleges zouden gaan. Toch houden we koppig vol. Dat is een prestatie. Daar mag je trots op zijn. Het eindapplaus, dat is niet voor de docent, dat is voor jezelf.

Key Tengeler

Deel dit bericht: