'Ik ben geen heldin'

Else Arendse de Wolff-Exalto (1918) studeerde biologie toen de oorlog uitbrak. Dit weekend spreekt ze op een van de vele Cleveringa-lezingen over haar ondergrondse werk. 'Daar stond ik dan: met een boodschappentas vol wapens, pratend met een mof.'

De bestuursgang van VVSL, 1939-1940. Else Arendse de Wolff-Exalto is de tweede van rechts.

Door Frank Provoost

'Je moet me één ding beloven. Ik ben namelijk bang dat het verhaal wordt opgeblazen. Dus noem me geen heldin, want dat was ik niet. Ik heb gewoon gedaan wat ik moest doen, omdat het nodig was. Mensen begrijpen dat tegenwoordig niet meer. Maar die moffen liepen overal. Elke dag voelde je die vernedering. Dat kon gewoon niet.

'Ik studeerde biologie in Leiden toen mijn hospitaatje 's ochtends om half zes met veel geweld op de deur bonkte. Ze riep: "Juffrouw, ik heb uw zussie aan de telefoon". Net ontwaakt uit mijn diepste slaap mompelde ik in de hoorn: "Wat is er?" "Doe niet zo idioot, Els", schreeuwde mijn zus terug. "Het is oorlog!" Ik hoor het haar nog zeggen.
'Wat moest je doen? Als bestuurslid had ik mijn verplichtingen bij de Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden (dat later met het Leidse Studenten Corps zou opgaan in Minerva, red.). De meeste meisjes gingen terug naar hun ouders, maar een aantal durfde dat niet. Daar hebben we de eerste dagen mee op de club geslapen, op de grond in de bibliotheek.
'Dagenlang stond ik op het dak van de Sterrewacht. Zodra je een vliegtuig zag aankomen, moest je naar beneden rennen en een koerier waarschuwen. Die reed dan naar het stadhuis, waar het luchtalarm werd aangezet. Er gingen idiote geruchten: Duitse parachutisten zouden zich als non vermommen. Dus behalve naar de hemel, moest je ook omlaag turen om te kijken of er ergens nonnen liepen. Het klinkt primitief en belachelijk, maar toen was dat serieus.
'Geleidelijk aan ging het leven min of meer weer zijn gang - tot Cleveringa zijn rede hield. Toen werd de universiteit gesloten en zijn alle clubs opgedoekt. Als quaestrix (penningmeester, red.) kreeg ik zelfs het bevel om me bij de Duitsers te melden, op een ministerie in Den Haag. Of VVSL niet nog meer rekeningen had. Terwijl ze al ons geld en bezittingen al hadden gegapt! Dat je wordt verordonneerd om in het hol van de vijand te komen, dat vond ik ontzettend naar.
'Bij biologie vervielen alle practica. Docenten gaven aanvankelijk nog thuis colleges, maar uiteindelijk ben ik zoals de meesten verder gaan studeren in Utrecht. Dat vond ik zo'n stijve stad dat ik bij een vriendin in Geldermalsen ging wonen.
'Via haar leerde ik Lex Althoff kennen, een van de oprichters van verzetskrant Het Parool. Hij had dringend behoefte aan een koerierster. Ik wist dat het heel gevaarlijk was en dat je naar een kamp werd gestuurd als je werd gepakt. Maar ik heb geen moment geaarzeld. En als ik eerlijk ben, zat er ook wel iets van avonturierzin in.
'In Amsterdam haalde ik dikke pakketten Parolen op. Dan stapte ik de trein in, met een grote koffer en een onschuldig gezicht. Het leuke is dat ik zo mijn kandidaatsexamen biologie heb geleerd, want ik had altijd mijn dictaat bij me. Ik dacht: eigenlijk doe ik doodenge dingen, maar als ik naar mijn aantekeningen blijf kijken en werkelijk studeer, dan moet dat een onschuldige indruk wekken.
'Ik ben nooit bang geweest, heb nooit met trillende handen in de trein gezeten. Ik heb altijd een secundaire reactie. Op het moment zelf voel ik niets, pas achteraf krijg ik de bibbers.
'Die dierbare Lex hebben ze wel te pakken gekregen. Vlak voordat hij naar Engeland ging om de koningin te bezoeken, bleek de grote verrader Anton van der Waals in zijn omgeving te zijn binnengedrongen. Lex is gearresteerd en na een jaar Einzelhalft (eenzame opsluiting, red.) doodgeschoten.'

'Iedereen had contact met iedereen en probeerde elkaar te helpen. Een vriend uit een spionagegroep vroeg of ik als laborant niet aan aceton kon komen. Daarin werden microfilms met inlichtingen ondergedompeld: dan loste de gelatine op en werden de films kleiner en dus makkelijker te vervoeren. Aceton was nergens meer te krijgen, maar een bevriende bioloog bouwde een destillatieapparaat waarmee we de vervuilde aceton weer konden schoonmaken. 's Avonds als iedereen bij botanie naar huis ging, begonnen wij met destilleren.

'Han Gelder, een jonge indoloog uit Leiden, was een van de oprichters van een comité op dat het studentenverzet moest gaan leiden. Bij de eerste vergadering in Den Haag sprak Johan Brouwer ons daar op inspirerende wijze toe. Dat vuur in zijn ogen, daar ging iets geweldigs vanuit. Na afloop zeiden we: "Nu zou je de eerste de beste Duitser die je op straat tegenkomt zo doden."
'Ik hielp pamfletten te verspreiden waarin studenten werden opgeroepen om de loyaliteitsverklaring (waarin ze moesten beloven zich te 'onthouden van iedere tegen het Duitse Rijk gerichte handeling', red.) niet te tekenen. Dat werd een geweldig succes, want 85 procent weigerde inderdaad.
'Gelder vond de illegale pers te politiek. Vrij Nederland, Het Parool, Je Maintiendrai waren gericht op specifieke doelgroepen. Er moest één blad komen dat ook voor de man in de straat goed leesbaar was. Dat werd Ons Volk, die ik ook ging verspreiden. Ik bracht ook clichés (beeldnegatieven, red.) en zetsel naar een van de drukkerijen in Apeldoorn.
'Gelder heeft het niet overleefd, heel tragisch. Toen de Sicherheitsdienst hem bij een illegale drukkerij in Den Haag opwachtte, heeft hij zich door zijn kop geschoten. Hij had ooit tegen zijn verloofde gezegd: "Als ik gepakt word, sta ik niet voor mezelf in. Ik weet niet of ik het kan volhouden om geen namen te noemen."
'Ik heb de oorlog vrij fatalistisch ondergaan. Ik ben echt niet voorzichtiger geweest dan degenen die gepakt zijn. Ik heb gewoon waanzinnig veel geluk gehad. Nadat ik in 1944 een microfilm met inlichtingen voor de Engelsen naar Brussel had gesmokkeld, kwam ik op de terugweg naar het station langs een razzia. Overal werden mensen tegen de muur gezet, maar wij mochten doorlopen.
'Ik had een vals Belgisch persoonsbewijs en wat gegevens - waar ik zogenaamd op school zat, etc. Maar daar deugde niets van. Als ik was aangehouden, was ik zo door de mand gevallen. Eenmaal in Antwerpen werd ik wel uit de rij gepikt. Ik moest mijn koffer openen, waar gelukkig alleen nog mijn pyjama en tandenborstel inzaten. Achteraf hoorden we dat het om een economische controle ging waarbij naar smokkelwaar werd gezocht. Maar je denkt toch even: "Oh hemel!" Later bleek ook dat Christiaan Lindemans, de dubbelspion King Kong, die route – die ook diende als pilotenlijn – aan het oprollen was. Kort daarna is iedereen gearresteerd.
'Zo zie je welke rol het toeval speelde. Na Dolle Dinsdag werd ik gevraagd om naar Amsterdam te komen, door Ons Volk en De Geus - de Leidse verzetskrant van Huib en Jan Drion – die inmiddels goede vrinden waren geworden. Daar moest ik een ondergedoken Engelse piloot, John, elders onderbrengen. 's Ochtends vroeg liep ik met hem over de grachten. Wat er ook gebeurde, hadden we afgesproken, hij mocht absoluut niet praten. Maar natuurlijk: er kwam een Duitse soldaat op ons af. Ik dacht: "Hoe moet dat nu?"
'In Johns mondhoek hing een peukje van bukshag. Je weet wat dat is, toch? Als je op straat een uitgetrapte peuk zag liggen, raapte je die op, en zo rommelde je langzaam maar zeker een sigaretje bij elkaar - ontzettend onhygiënisch natuurlijk! Die Duitser had die peuk zien gloeien en vroeg om een vuurtje. Godzijdank begreep John het direct. Zwijgend stak hij de sigaret van de Duitser aan, die vervolgens doorliep.
'Iets soortgelijks gebeurde toen ik met mijn zus wapens vervoerde. Thea en ik sjouwden met grote boodschappentassen vol tommyguns richting de Van Baerlestraat, toen er een Duitser op ons afkwam. De man van mijn zus liep twintig meter achter ons, met een revolver in zijn zak om bij noodgevallen te kunnen ingrijpen. Zijn hart stond stil.
'Maar wij bleven kalm, want die soldaat vroeg alleen maar de weg. Daar stonden we dan: met boodschappentassen vol wapens, pratend met een mof. Meestal stuurde je ze expres de verkeerde kant op, maar dat hebben we niet gedaan. We waren allang blij dat hij wegging.
'Idioot gewoon, maar zulke gekke dingen kon je beleven. Dat is mijn levensverhaal uit die periode: al die dingen zijn goed gegaan. Maar heel veel lieve vrinden zijn vermoord omdat ze wel pech hadden. Eerlijk gezegd heb ik tegen dit interview opgezien. Ik geef het omdat zij het niet kunnen navertellen. Ik wil niet te plechtig klinken, maar ik zie het als een soort eerbetoon.
'Naderhand heb ik het Verzetsherdenkingskruis gekregen. Hij ligt ergens in een la. Ik heb het ding nog nooit gedragen – ik zou niet weten wanneer. We waren helemaal geen helden. Je was blij dat je iets tegen de moffen kon doen. Het werd je gevraagd en daarom deed je het.
'En ja, ik weet ook dat er ook mensen waren die niets ondernamen. Maar hier was ik dus bang voor. Daarom nogmaals: beloof je me dat je het niet zult opblazen?'

Door Frank Provoost

Cleveringa-bijeenkomsten 

Zondag spreekt Else Arendse de Wolff-Exalto in Harderwijk op een van de vele Cleveringa-bijeenkomsten die door heel Nederland en in tientallen wereldsteden worden gehouden. Jaarlijks herdenken studenten, medewerkers en alumni van de Leidse universiteit rond 26 november de rede van professor Rudolph Cleveringa, waarmee hij op die dag in 1940 protesteerde tegen het ontslag van zijn joodse collega Eduard Meijers. 

Klik hier voor alle bijeenkomsten: