Ga je dood van koffie?

Koffie lijkt de kans op trombose te verkleinen, blijkt uit een Leidse studie. Maar echte zekerheid komt er pas na een experiment.

Door Bart Braun

Hoe goed of slecht is koffie voor je? In de 17-e eeuw was de wetenschap daar nog niet zo over uit. De Leidse arts Sylvius beval het aan, omdat het 'bloedzuiverende' eigenschappen zou hebben. Zijn Duitse tijdgenoot Simon Pauli vond juist dat je er door vervrouwelijkte en je er impotent van werd. Geen van beiden deed ooit een experiment om hun mening daadwerkelijk te staven.
De Zweedse koning Gustav III deed dat wel. Hij was ervan overtuigd dat koffie vergif was, en daarom droeg hij een veroordeelde moordenaar op om elke dag koffie te drinken. Hij had een controle: een andere moordenaar moest elke dag thee drinken.

De theedrinker ging als eerste dood; op 83-jarige leeftijd. Gustav was toen al vermoord in een aanslag die overigens niets te maken had met het toen geldende koffieverbod in Zweden. Met een steekproefgrootte van één laat de proef naar moderne maatstaven nogal te wensen over, maar het experiment suggereert in elk geval dat je al koffiedrinkend oud kunt worden. Dat zie je nu nog steeds: er wordt een hoop koffie geleut in bejaardencentra. De grote vraag is alleen of je oud wordt dankzij, of ondanks de koffie.
Media maken de verwarring vaak alleen maar groter. Koffie is goed tegen Alzheimer. Maar slecht voor je hart. Je droogt ervan uit. Oh nee, toch niet. Er zitten kankerverwekkende stoffen in. Maar het zou wel de kans op borstkanker verlagen. Honderden jaren na Sylvius is de wetenschap er nog steeds niet uit, lijkt het. Dus als Leidse onderzoekers komen met een publicatie die suggereert dat koffie de kans op veneuze trombose aanzienlijk verlaagt, is niet meteen helder wat dat betekent.
'Veneuze trombose' is de medische term voor een bloedstolsel in de aderen. Afhankelijk van waar het stolsel precies zit, kan je eraan dood gaan. Leidse epidemiologen – wetenschappers die zich bezighouden met de aanwezigheid van ziektes binnen grote groepen mensen, en niet noodzakelijkerwijs met epidemieën van besmettelijke ziektes – specialiseren zich in trombose, onder meer met een studie naar vijfduizend trombose-patiënten, en meer dan vijfduizend controlepersonen. Daarin bestuderen ze allerlei risicofactoren voor het ontstaan van bloedproppen, van erfelijke factoren tot overgewicht en vlieggedrag.
Voor het koffie-onderzoek, deze maand gepubliceerd in het specialistische Journal of Thrombosis and Haemostasis, keken ze naar ruim 1800 patiënten en een even grote controlegroep. Het bleek dat er in die controlegroep – de mensen die géén trombose hadden gehad – relatief meer koffiedrinkers zaten.
Nu komen er een aantal potentiële valkuilen om de hoek kijken voordat je uit zo'n resultaat conclusies mag trekken. De eerste ligt voor de hand: koffiedrinkers en niet-koffiedrinkers zijn verschillend. Misschien eten, roken, slapen, sporten de koffieleuten meer of minder dan de koffie-ontwijkers, en zorgt dat ervoor dat ze minder trombose krijgen, in plaats van de koffie zelf, of is er een andere verstorende variabele in het spel.
Daar bestaat een oplossing voor: je vraagt je mensen naar zoveel mogelijk van die verstorende factoren, en dan corrigeer je daarvoor met behulp van statistiek. Een perfecte oplossing is het niet, al was het maar omdat je niet precies weet waarvoor je allemaal moet corrigeren.
Promovenda Rachel Roach, eerste auteur van het artikel: 'Je kan natuurlijk niet voor alles corrigeren. Je kan veel van die onbekende factoren wegcorrigeren omdat ze verband houden met de dingen waarvoor je wel corrigeert.' Je houdt bijvoorbeeld geen rekening met de mogelijkheid dat eetgewoontes trombose veroorzaken, maar als het dat doet, ondervang je het deels omdat je wel corrigeert voor gewicht en lichaamsactiviteit. Roach: 'Bovendien is de kans klein dat zo'n variabele je hele effect verklaart.' Nadat de statistische mist was opgetrokken, vonden de Leidenaars dat koffiedrinken de kans op trombose met dertig procent lijkt te verlagen. 'Dat is veel', legt begeleider Willem Lijfering uit. 'Verhoogde kansen vind je gemakkelijk, en die leveren ook vaak veel hogere risico's op. Maar voor een beschermend effect is dertig procent aanzienlijk.'
Het mag dan veel zijn, vooralsnog is het vooral een statistisch verband. Dat is een belangrijke kanttekening in een tijd waarin steeds meer zulke studies worden gedaan. Niet alleen naar trombose, maar ook naar hartklachten, kanker en andere ziektes. Als je duizenden mensen allerlei dingen laat invullen en daarna met een computer naar verbandjes gaat zoeken, vind je door puur toeval altijd wel wat. Die praktijk heet data dredging, en geldt als misbruik maken van de statistiek.
Je moet het andersom doen: niet eerst een verband uit je data opkoken, maar beginnen met een idee, en dan kijken of de data die theorie ondersteunen. De Leidse onderzoekers hebben zo'n idee. Het ontstaan of niet ontstaan van een bloedprop wordt mede bepaald door de aanwezigheid van allerlei stollingsfactoren in het bloed. De bekendste daarvan heet Factor V Leiden, omdat hij in Leiden ontdekt is, maar de epidemiologen denken dat de zogeheten Von Willebrandfactor en factor VIII hier een rol spelen. De koffiedrinkers in hun studie hebben namelijk lagere concentraties van die stofjes in hun bloed dan de niet-koffiedrinkers. Hun vermoeden is dat iets in de koffie de concentraties stollingsfactoren verlaagt, en daardoor beschermt tegen trombose.
Dan ben je er nog steeds niet. Om het verhaal sluitend te krijgen, moet je in een experiment laten zien dat het inderdaad zo werkt. Liefst een grondiger experiment dan dat van koning Gustav III. Roach: 'Het is niet haalbaar om mensen jarenlang wel of niet koffie te laten drinken, en vervolgens te kijken wie er trombose krijgen. Daarvoor is trombose te zeldzaam.' Als je duizend mensen een jaar volgt, krijgt statistisch gezien één van hen trombose. Voor goede cijfers zou je dus tienduizend mensen of meer jarenlang moeten volgen – en al die tijd moet je maar hopen dat ze zich ook echt aan hun koffieregime houden.
'Maar een mini-experiment kan wel', vervolgt de promovenda. 'Als niet-koffiedrinkers koffie gaan drinken, zou het gehalte stollingsfactoren in hun bloed binnen een aantal weken moeten dalen; als koffiedrinkers stoppen met koffie drinken, zou dat gehalte bij hun omhoog moeten gaan.' Lijfering: 'Volgens onze berekeningen zou dat met veertig proefpersonen al moeten kunnen. Alleen moet je er zeker van zijn dat ze zich echt aan de afspraak houden.'

Er bestaat een beroemde cartoon van Jim Borgman waarin een nieuwslezer het wetenschapsnieuws verhaalt. Achter hem staan drie draaiwielen, waarop een pijl naar het onderwerp van de dag wijst. Op het linkerwiel staan alledaagse dingen als koffie, computers of sport. In het midden datgene dat ze veroorzaken: kanker, depressie, etc. En op wiel drie de groep waarin ze effect hebben: kinderen, ratten, zeven van de tien vrouwen. Elke dag, zo is de suggestie, rolt er een willekeurige nieuwe kop uit.

Wie het wetenschapsnieuws volgt via vrouwenbladen of snelle sites, zou zomaar de indruk kunnen krijgen dat het echt zo werkt. Ook de serieuzere wetenschapspers zaait verwarring: het al decennia verguisde verzadigd vet heeft in bevolkingsonderzoeken geen verband met hart- en vaatziekten; en de anti-oxidanten die longkanker zouden moeten voorkomen, lijken zelfs het tegenovergestelde te doen.
Een paar vuistregels voor de omgang met medisch nieuws:

* Eén studie is geen studie. Het is in onderzoek naar voeding en gezondheid volkomen normaal dat onderzoeken tegenstrijdige resultaten geven. Als een onderzoek een nieuw verband blootlegt, betekent dat hooguit dat er meer onderzoek gedaan moet worden, niet dat u uw leefstijl aan moet passen. 'Pas als meerdere studies iets vinden, laat je het a priori idee dat je verband toeval is los', aldus epidemioloog Lijfering. 'Ik snap dat het voor buitenstaanders wat verwarrend is'. Het Leidse koffieonderzoek komt overigens niet helemaal out of the blue: eerder al vonden Noorse en Amerikaanse collega's een vergelijkbaar effect van koffie op trombose.

* Een statistisch verband betekent niet dat u de gevolgen gaat ondervinden. Het verband tussen roken en longkanker is zo'n beetje het sterkste dat er is, maar 'slechts' één op de negen rokende vrouwen krijgt daadwerkelijk longkanker. Een dagelijks koffie-infuus betekent niet dat u geen trombose meer kunt krijgen.

*Voedingsonderzoeken kunnen vaak moeilijk vastleggen wat er nou precies aan de hand is, want als je een ding eet of drinkt, neem je dus andere dingen niet. Nederland is bijvoorbeeld redelijk opgedeeld in koffiedrinkers en theedrinkers. Het zou in theorie kunnen dat je niet de goede effecten van koffie ziet, maar de goede effecten van geen-thee-drinken.

*De meeste studies kijken maar naar één effect. Roach en co keken bijvoorbeeld alleen naar trombose. Op dat punt scoort koffie gunstig, maar er zitten ook negatieve kanten aan (zie kader). Roach: 'Je hebt heel veel studies voor en tegen koffiedrinken, met allerlei uitkomsten. Je kan niet zomaar zeggen dat je daarom wel of geen koffie moet drinken.' Lijfering: 'Voordat je zegt dat koffie drinken net zo verstandig is als het eten van een appel, moet je wel echt zeker zijn van alle effecten.'

Oftewel: als je koffie heel erg vies vindt, moet je het vooral niet ineens gaan drinken.

Troost het bakje of vervuilt de zwarte motor?

Leuk, als koffie zou helpen tegen trombose, maar als je er vervolgens een andere ziekte van krijgt, schiet het niet zo op. De zwarte motor heeft een slechte reputatie, omdat veel koffiedrinkers zo'n ongezonde leefstijl hebben. Omdat koffiedrinkers meer roken en alcohol drinken, waren de eerste onderzoeken naar koffiedrinkers erg negatief. Nu onderzoekers beter weten hoe ze voor dat soort dingen moeten corrigeren, komt koffie er echter gunstiger van af.

Kanker
'Kanker' bestaat niet. Het is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziektes waarbij de celdeling op hol is geslagen. Voor verreweg de meeste daarvan bestaat er geen verband met koffieconsumptie. Koffie lijkt te beschermen tegen leverkanker en baarmoederkanker, maar de kans op blaaskanker bij mannen juist weer ietsje te vergroten. Het zou goed kunnen dat de manier waarop de koffie gezet is, uitmaakt. Dat doet het namelijk heel duidelijk bij:

Cholesterol
In koffie zitten zogeheten diterpenen, waarvan cafestol en kahweol de belangrijkste zijn. Die stuwen je LDL-cholesterol omhoog – en dat zou dan op termijn moeten leiden tot meer hart- en vaatziekten. Als er een filter aan te pas komt, blijven die stofjes daarin achter. Percolatorkoffie en espresso's bevatten wel veel van die terpenen, maar dan nog lijken een paar koppen per dag geen probleem. En automatenkoffie? Dat hangt van de automaat af: de hoeveelheid cafestol kan zo een factor tien verschillen, afhankelijk van wat de automaat precies met de koffie doet, volgens Wagenings promotieonderzoek. Om het lekker ingewikkeld te maken: cafestol mag dan slecht zijn voor je cholesterol, het stofje lijkt –bij ratten in elk geval - juist goed te zijn tegen kanker.

Suikerziekte
Koffie lijkt ongeveer even sterk te beschermen tegen type 2 diabetes als tegen trombose: vier koppen per dag verlagen het risico met 35 procent. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom dat zo is: koffie bevat meer dan duizend verschillende stoffen, en heeft diverse effecten op de stofwisseling en het immuunsysteem. Voor wie onrustig wordt van koffie: decafé lijkt net zo goed te beschermen tegen suiker als het echte spul.

Baby's
Bovenop al dat moois lijkt koffie ook nog eens de kans op Alzheimer en Parkinson te verlagen. Maar dat maakt het drankje niet automatisch goed voor iedereen. De meeste zwangere vrouwen worden al misselijk bij het idee. Daar blijken een goede redenen voor te zijn: Deens onderzoek uit 2003 suggereert dat veel koffie drinken tijdens de zwangerschap de kans dat je baby dood geboren wordt verdubbelt. Ter geruststelling: de Denen hebben het dan over acht koppen of meer per dag.
Komt dat door de koffie zelf, of omdat vrouwen zonder zwangerschapsmisselijkheid allerlei andere dingen eten die slecht zijn voor baby's? Waarschijnlijk allebei; ook zwangere aapjes krijgen eerder een doodgeborene als ze cafeïnepillen krijgen.
Andere studies vonden dat de kans op geboortedefecten groter werd bij intensieve koffiedrinksters.
Het Voedingscentrum adviseert zwangere en zogende vrouwen om de consumptie van koffie en energiedrankjes sterk te beperken.