Komt een dokter bij de Chinees

Werken Chinese kruidenmengsels nu wel of niet? Een symposium buigt zich over deze vraag in een poging zowel kwakzalverij als vergissingen uit de weg te ruimen.

Chinezen schrijven geneeskrachtige eigenschappen toe aan gedroogde zeepaardjes.

Door Bart Braun

'Alternatieve geneeskunde', zei de Australische komiek Tim Minchin ooit, 'is per definitie een geneeswijze waarvan òf niet bewezen is of het werkt, òf waarvan bewezen is dat het niet werkt. Het woord voor alternatieve geneeskunde waarvan bewezen is dat het werkt is "geneeskunde".
Dat weerhoudt veel mensen er niet van om heel veel geld uit te geven aan de eerste twee soorten geneeskunde. Dat is een beetje zonde en soms zelfs ongezond, bijvoorbeeld als exotische kruiden ineens blijvende leverschade veroorzaken. Het komt ook wat ondankbaar over jegens de mensen, overheden en bedrijven die levensjaren en miljarden investeerden in de derde soort geneeskunde.

Nederland kent daarom al sinds 1880 een Vereniging tegen de Kwakzalverij. Die dient klachten in tegen misleidende reclames, schakelt de Inspectie voor de Volksgezondheid in tegen al te misleidende behandelaars, en maakt zich boos over dingen als ingestraalde kristallen, homeopathische antigriepkorrels en iemand die zich 'pH-technicus' noemt. Afgelopen winter maakte de Vereniging zich ook boos over de Universiteit Leiden.
In het Gorlaeusgebouw is namelijk medio april een congres over traditionele Chinese geneeskunde.

'Die geneeskunde is een atavisme (een ineens opduikend overblijfsel uit het verleden, red.). Men gelooft in meridianen en vitale energie onder invloed van Yin en Yang. Geen enkele van de traditionele Chinese kruidenpreparaten heeft aan de in ons werelddeel gebruikelijke kwaliteitseisen en vereisten voor registratie kunnen voldoen en niemand verwacht dat dit ooit zal veranderen. Bovendien kunnen preparaten schadelijk zijn', schreef VtdK-voorzitter en arts Catherine de Jongh aan rector Paul van der Heijden. 'Ik doe een beroep op u om het congres alsnog te verbieden of naar buiten uw universiteit te verplaatsen.' Zo niet, 'dan gaat het wereldje van de Chinese geneeskunde goede sier maken met de reputatie van de Leidse universiteit, en staat de medische faculteit in haar hemd.' De rector beriep zich op het Praesidium Libertatis-motto van de universiteit en pleitte voor een open doch wetenschappelijke houding jegens andere ideeën en meningen.

Het congres komt er toch, en begint volgende week. Organisator prof.dr. Rob Verpoorte hoort de beschuldigingen van de VtdK gelaten aan. 'Ik heb De Jongh geschreven dat we hetzelfde nastreven: evidence based medicine. Als uit onderzoek blijkt dat een Chinese geneeswijze niet werkt, vind ik dat ook prima.'
De titel van het congres is Good Practice in Traditional Chinese Medicine research in the post-genomic era. 'De afgelopen drie jaar was mijn groep onderdeel van een met Europees geld gefinancierd netwerk dat moest bepalen hoe je bewijst of Chinese geneeskunde werkt of niet. Op dat congres bespreken we de resultaten.'
In maart verscheen er een artikel van onder meer zijn hand met dezelfde titel als het congres in het Journal of Ethnopharmacology. 'De VtdK heeft deels gelijk als ze zeggen dat er geen bewijs is – al lopen er in Amerika nu wel een aantal trials met Chinese kruidenmengsels. Het gaat namelijk in heel veel artikelen mis, al is dat zeker niet uniek aan deze tak van wetenschap.' In het artikel leggen Verpoorte en co uit aan welke eisen een onderzoek in elk geval moet voldoen. Zo is bijvoorbeeld lang niet altijd duidelijk welke plant er nu eigenlijk onderzocht wordt. 'Dat klinkt triviaal, maar dat is het niet. Wij delen planten in volgens de methode die meneer Linnaeus in de achttiende eeuw bedacht heeft, maar Chinese geneesheren van vijfduizend jaar geleden hadden nog nooit van Linneaus gehoord. Dan kan het gebeuren dat een artikel over één plant met een Chinese naam gaat, terwijl wij daarvan twee soorten kennen.'
Dat leidt tot problemen. In de jaren negentig kregen Belgische gebruikers van een afslankmiddel ineens kanker. De Chinese naam Fang Ji bleek op verschillende planten te kunnen slaan; van de meeste ga je harder plassen, maar deze versie was kankerverwekkend. Westerse inkopers kunnen dezelfde fout maken: het verschil tussen Japanse en Chinese steranijs is niet voor iedereen duidelijk te zien, maar de tweede is niet geschikt voor menselijke consumptie. Het spul kwam gewoon op de markt.
Verpoorte wil toe naar een goede manier om van de eerste, onbewezen, geneeskunde naar bewijs te komen. 'We moeten reëel kijken. Wat is echt nodig? Waar houdt het placebo-effect op, waar houdt het effect van voedsel op, en begint het geneesmiddel? Je kan niet alleen roepen dat iets niet deugt omdat het niet bewezen is. Ik wil het gewoon bewezen zien, werkt het of werkt het niet.'
Tussen de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Verpoorte lijkt het overigens goed te gaan komen: er komt iemand van de club spreken op het congres.

'Ik kan toch niet onderzoeken wat al zeker is?' 

De Leidse hoogleraar analytische biochemie Jan van der Greef is de enige Nederlandse spreker op het congres. 

'Negentig procent van de westerse geneesmiddelen werkt maar bij veertig procent van de patiënten', vertelt prof. dr. Jan van der Greef. 'Als jij en ik dezelfde ziekte hebben, reageren we toch anders op een medicijn. De farmaceutische industrie wil daarom toe naar personalized medicine, geneeskunde die op de patiënt is afgestemd. En dat is nou precies wat wij doen, in samenwerking met China.' Van der Greef is behalve hoogleraar in Leiden en onderzoeker bij TNO ook directeur van het Sino-Dutch Centre for Preventive and Personalized Medicine.

'De geneesmiddelen die wij in het Westen hebben, zijn heel erg goed ontwikkeld om één doelwit aan te pakken. Eén ziekte, één target, één geneesmiddel. Dat werkt eigenlijk pas goed als je al diep in de ziekte zit, ook al geneest het niet altijd. Maar als je al eerder vast kon stellen dat de organisatie langzaam ontspoort, dan kun je in plaats van ziektemanagement gezondheidspromotie bedrijven.'
Een voorbeeld van wat hij met die organisatie bedoelt: westerse artsen zijn gewend om op één of enkele stofjes, zogeheten biomarkers, te letten. Je bloedsuiker zegt iets over suikerziekte, de verhouding LDL vs HDL-cholesterol in je bloed iets over de kans op hart- en vaatziekten.
Als je nu met behulp van technologie kon zien hoe niet een of twee biomarkers reageren, maar hoe veel of zelfs alle genen, eiwitten en stofwisselingsproducten reageren, dan heb je een veel beter beeld van de zelforganisatie en dynamiek van een systeem. Wellicht is je cholesterol alleen maar constant omdat ergens in je lichaam de factor die dat constant moet houden overuren draait.
Het ontwikkelen en gebruiken van zulke technologie heet, afhankelijk van wie je het vraagt, systeembiologie of -omics. Waarbij 'omics' een verzameling is van genomics, transcriptomics, metabolomics en andere soortgelijke woorden die een hele verzameling biologische gegevens aanduiden. Van der Greef geeft de voorkeur aan de term 'systeembiologie': 'Omics is veel meten en proberen een system op te bouwen, systeembiologie richt zich op het meten van regelprocessen.' Van der Greef: 'Met de Leidse groep Analytical Bioscience publiceerden we verleden jaar in Plos One over een groep patiënten met een Westerse diagnose: reuma. Een Chinese arts deelde die op in twee groepen, die hij anders zou behandelen. Met behulp van metabolomics (kijken naar stofwisselingsproducten, red.) konden we die groepen ook biochemisch onderscheiden. Als je zo betere diagnoses kunt stellen, ben je een stap dichter bij die personalized medicine.'
Het Leidse congres krijgt kritiek van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, maar Van der Greef krijgt die al langer. Behalve naar Chinese geneeskunde doet hij ook onderzoek naar controversiële onderwerpen als biofotonen. In 2006 nomineerde de club Van der Greef nog voor hun 'Meester Kackadorisprijs voor het bevorderen van de kwakzalverij'.
'Zonder enig wetenschappelijk argument over mijn publicaties', aldus Van der Greef. De hoogleraar wil liever een dialoog dan een strijd. 'Maar dan moet men wel eerst de literatuur lezen en kennis verwerven. Er is geen bewijs voor, zeggen mijn tegenstanders. Maar ik kan toch moelijk alleen dingen onderzoeken die al bewezen zijn?"