Wie mag er door?

Vijf plagiaatgevallen bij geschiedenis, gesmeek om herkansingen en stiekem achteraf ingeleverde tentamens. Nu de studiedruk wordt opgevoerd, zien examencommissies fraude toenemen.

Michiel Walrave

Door Vincent Bongers

‘We zijn heel fel op fraude’, zegt Hans-Martien ten Napel, voorzitter van de examencommissie bachelor rechten. ‘We hebben een keer het college van bestuur gevraagd om een student te verwijderen van de studie. Dat verzoek mogen we sinds twee jaar doen.’ ‘Het ging om fraude bij het vak inleiding burgerlijk recht in juli 2011’, aldus Arthur Elias, voorzitter van de master en propedeuse examencommissie van rechten. ‘Een student of een handlanger heeft een tentamen achteraf, toen de antwoorden al bekend waren, gedeponeerd op het kopieerapparaat van de afdeling burgerlijk recht. Buitengewoon ernstig.’

Ten Napel: ‘Het college erkende de fraude maar vond helaas dat de student terug mocht keren.’ Uiteindelijk werd de student uitgesloten voor alle vakken gedurende één jaar, de zwaarste sanctie die de commissie kan uitdelen.
‘Wij buigen ons over twintig á dertig fraudegevallen per jaar’, zegt Ten Napel. ‘We vrezen wel dat dit aantal gaat toenemen.’ In de faculteitsraad rechten maken docenten zich zorgen over de toename van mondelinge ‘laatste kans’-tentamens door maatregelen als de langstudeerboete. De commissies konden wel eens verleid worden om meer studenten een mogelijkheid te geven zich te redden. Met als gevolg een grotere werklast voor docenten. Ten Napel: ‘Studenten worden meer onder druk gezet. Zowel financieel, maar ook door het beleid van de faculteit zelf. Zo mogen studenten maar vier jaar over hun bachelor doen, anders vervallen hun vakken. Dat zijn prikkels om wellicht de fout in te gaan.’
En er zijn meer prikkels. Het college van bestuur wil de herkansingen minimaliseren en het bindend studieadvies opschroeven naar 100 punten in twee jaar. Studenten die het niet eens zijn met strenge regels, zei de rector in debat met de universiteitsraad, moeten hun recht maar bij de examencommissie halen.
Studenten die het niet eens zijn met de examencommissie kunnen naar het college van beroep voor de examens stappen. Elias schetst een recente beroepszaak. ‘Sommige studenten zijn echt listig. Bij het tentamen procesrecht moet je veel arresten kennen. Het wetboek ligt op tafel maar er mag op de bladzijden niets bijgeschreven worden. De student in kwestie zette punten bij letters in het wetboek. Die letters vormden samen de naam van een arrest. Ook daar werd tot teleurstelling van de student door de surveillant op gelet. Hij kreeg een schorsing van een paar maanden en ging in beroep. Het college van beroep was het met ons eens. Dan denk ik: “Jongen, had nou je tijd besteed aan studeren.”’
Ook de examencommissie geschiedenis, de grootste opleiding van de faculteit Geesteswetenschappen, krijgt de nodige fraudezaken. ‘Plagiaatkwesties komen nog al eens voor, vooral bij eerstejaars’, zegt commissievoorzitter Maurits Ebben. ‘De definitie vaststellen is al niet makkelijk. En we moeten beslissen over sancties. Vorig jaar waren vijf gevallen van potentieel plagiaat.’ Commissiesecretaris Joost Augusteijn: ‘In sommige gevallen is de docent te streng geweest. Het is ook moeilijk te beoordelen.’ Ebben: ‘Het is soms een kwestie van puur overschrijven, maar vaak ook een discussie over bronvermelding. Twee gevallen waren echt plagiaat. Echter niet intentioneel. Het is onwetendheid.’
Uiteraard krijgen de commissies ook te maken met bsa-zaken. ‘De duimschroeven worden aangedraaid’, zegt Ebben. ‘Als er een bsa komt van 50 in het eerste jaar en 50 in het tweede, zoals het college wil, dan vrees ik met grote vrezen.’
Augusteijn: ‘De groep van studenten die na twee jaar op het randje zit, wordt nu al steeds groter bij geschiedenis.’
Hij geeft een voorbeeld. ‘Stel: iemand heeft na twee jaar 55 punten in plaats van 60 die nodig zijn voor een propedeuse. Als die student zegt toch graag door te willen, moet je een lastige afweging maken. Die groep was altijd heel klein, meestal vier of vijf gevallen per jaar.’ Ebben: ‘Nu zijn er 45 die op het randje hangen.’
De gang naar de examencommissie ligt gevoelig voor studenten, zo blijkt uit een rondgang. Ze vertellen liever niet over hun zaak. Het gaat om persoonlijk omstandigheden, vinden ze, en die willen ze niet vermeld zien in Mare. Ook niet geanonimiseerd.
Er zitten inderdaad schrijnende gevallen tussen, zegt Augusteijn. ‘Studenten die duidelijk helemaal in de war zijn. Maar iemand wegsturen na twee jaar studie is altijd moeilijk. Vooral als je merkt dat de persoon in kwestie heel graag wil.’ Ebben vertelt over een oudere student die tijdens het werken aan zijn eindscriptie een ernstige ziekte kreeg. ‘Daarna zette hij onsamenhangende verhalen op papier. Hij wilde zo graag, maar het ging echt niet meer.’ In zulke gevallen stellen studentendecanen en psychologen vast of er sprake is van lichte, middelmatige of zware gevallen, aldus Augusteijn. ‘Wij moeten dat vertalen. Wat betekent dat nou? Dat is onze inschatting. Die kun je natuurlijk ter discussie stellen.’
‘Soms denk je echt: “Wat vreselijk”, zegt Elias. ‘Het overlijden van ouders, akelige ziektes. Maar er is ook een groep die wel heel snel met problemen komt. “Faalangst” hoor je dan vaak. Soms denk ik dan: “Kon je echt hierom een half jaar niet studeren?”’
En dan de herkansingen. Elias: ‘Het aantal verzoeken neemt waarschijnlijk toe door de langstudeerboete. Maar we zijn heel streng. Als je een vijf hebt gehaald en er staat nog een vak open, en je moet heel lang wachten op nieuwe kans, dan stellen we een mondelinge herkansing voor. Als je die niet haalt, houdt het op. Dit is Leiden, niet InHolland.’
De examencommissie van biologie verkeert in rustiger vaarwater. ‘Wij zien geen groei van het aantal negatieve bsa-adviezen’, zegt voorzitter Johan Memelink. ‘Zelfs niet na de verhoging van de norm naar 40 punten een aantal jaar geleden. Al verwacht hij wel dat 50 punten gevolgen gaat hebben. ‘Het aantal negatieve adviezen zal toenemen. We hebben nu aardig wat studenten in de 40-50 zone.’
Volgens Memelink ligt het rendement van biologie hoog en is het moeilijk om deze nog verder op te krikken. ‘Er zijn veel contacturen. Als je niet komt, stuurt een docent al snel een mailtje met de vraag: “Waar was je nou?”
Het is niet zo dat commissies blind zijn voor facultair en universitair beleid. ‘Je hebt de Onderwijs en Examenregelingen (OERen) en daarop gebaseerde Regels en Richtlijnen’, zegt Ten Napel. ‘We mogen er van afwijken, maar dat doe je niet zomaar. Als je niet kunt werken onder druk, dan krijg je als afgestudeerd jurist ook problemen.’
Omdat vertraging studenten veel geld gaat kosten, buigt de commissie zich steeds vaker over het toekennen van punten voor keuzevakken. ‘Dan moet je gaan uitzoeken of de propedeuse metaalwerktuigbouwkunde meetelt.’ Ebben: ‘Er komen de gekste dingen langs. Zanglessen op het conservatorium bijvoorbeeld.’ Augusteijn: ‘Een acupunctuurvak op een hogeschool ergens midden jaren zeventig.’
Tegelijkertijd neemt het woud aan regels toe. Zo moeten ze zich ook gaan bezighouden met het toetsen van toetsen. ‘De overheid wil na de hbo-toestanden dat de examencommissies duidelijker verifieerbaar handelen. Er moet nu ook een schriftelijk verslag worden vastgesteld van al onze bijeenkomsten, ook zijn we verplicht een jaarverslag te schrijven’, zegt Ebben. En ook het faculteitsbestuur heeft de neiging vaak dingen te veranderen. Zo mocht er eerst alleen met een vier herkanst worden en binnen no time werd die regel weer geschrapt. ‘Nu zit je met een deel studenten die met de regel te maken heeft. Moet je rekening mee houden.’
Bij de grote opleidingen van rechten wordt het bestuur van de commissies betaald. ‘Ik ben ongeveer de helft van de tijd bezig met de commissie en daar wordt mijn afdeling ook voor gecompenseerd’, aldus Ten Napel. Bij de kleinere richtingen doen docenten het er – net als de historici – gewoon bij.
Het werk geeft ook voldoening. Ten Napel: ‘Vergeet ook niet dat de commissie veel studenten juist helpt door het verlengen van de geldigheidsduur van vakken en door extra herkansingen mogelijk te maken.’ Elias: ‘Het heeft leuke aspecten. Een afstudeerdag is bijvoorbeeld een feest.’