Bsa ook in tweede jaar

Het college van bestuur wil een bsa van 50 punten invoeren in het eerste én het tweede bachelorjaar. 'Het is te weinig bij studenten doorgedrongen dat dit heel normaal is.'

Taco van der EbPyjamafeest bij Njord, vorige weekend. Rector Paul van der Heijden: 'Niet iedere student moet door dezelfde mal. Het is maatwerk. Sommige studenten willen excelleren, anderen gaan liever roeien.'

Door Vincent Bongers

Het verhoogde en verlengde bsa is slechts één van de plannen die het college heeft opgenomen in zijn reactie op het hoofdlijnenakkoord dat de Vereniging van Universiteiten met staatssecretaris Halbe Zijlstra in december sloot. Vice-rector magnificus Simone Buitendijk en rector magnificus Paul van der Heijden lichten toe.

Waarom deze stevige maatregel?
Paul van der Heijden: ‘Je moet dat wel in de juiste context zien. Uit de samenleving komt een breed gedragen geluid: “Studenten, luister nou eens. Jullie mogen grotendeels op kosten van de samenleving studeren. Dat kost een hoop geld. Dan moet je ook presteren en zorgen dat je op tijd tentamens haalt.” Het gaat om een bevoorrechte groep, die later ook nog meer gaat verdienen. Een student is eigenlijk een zondagskind.’

Maar honderd punten in de eerste twee jaar is toch pittig?
Simone Buitendijk: ‘Wij vinden dat niet pittig. Je mag er toch van uit gaan dat een student in drie jaar zijn bachelor haalt. Ik denk dat het nog te weinig bij studenten is doorgedrongen dat dit heel normaal is. Vergeleken met het buitenland studeren we hier ook langzaam. Studenten hebben het gevoel dat vier jaar wel best is.
‘Ze zijn slim genoeg om het te halen, als ze tenminste op de juiste plek terecht zijn gekomen. Daar moeten we ook voor zorgen. We zien dit ook als een kans om het onderwijs te verbeteren, het is jammer als sommige studenten het als een bedreiging zien.’
PvdH: ‘Zelfs als je veertig uur per week studeert, blijft er nog voldoende tijd over voor andere dingen. Dat kun je zo uitrekenen. Dan denk ik: “Jongens, kom op.” Het gaat ook om een cultuurverandering. Bij geneeskunde is er nauwelijks uitval. Bij opleidingen waar het nu minder goed gaat, moet dat ook mogelijk zijn.
SB: ‘We moeten studenten helpen sneller te studeren, ook vanwege de langstudeerboete. Dat kost de universiteit ook geld. Dat kunnen we dan niet investeren in beter onderwijs.
‘Een bsa van veertig is een soort ondergrens, als je dat niet haalt, is het beter dat je iets anders gaat doen. We zien dat met alleen bsa in het eerste jaar, de prestaties in het tweede jaar juist enorm inzakken. We willen het tempo erin houden.’

Wat gaat er nog meer gebeuren?
PvdH: ‘Nu het akkoord met de staatssecretaris er ligt, gaan alle universiteiten afspraken maken over profielen, valorisatie, prestaties, onderzoek en onderwijs. Dat is niets nieuws, met veel dingen uit het akkoord zijn we allang bezig. Zo hebben we al profileringsgebieden en zijn we intensief bezig met het verbeteren van het studiesucces.
‘Nu moeten we concrete prestatieafspraken maken. Een onafhankelijke commissie gaat die beoordelen en vervolgens buigt het ministerie zich erover. We hebben in hoofdlijnen deze prestatie-afspraken samengesteld, daar gaan we nu met de universiteitsraad over praten.
‘Maar: we zitten wel in de snelkookpan want 1 mei moet het klaar zijn voor de staatssecretaris.’

Wat staat er op het spel?
Paul van der Heijden: ‘Zeven procent van de begroting voor het hoger onderwijs is verbonden aan deze prestatieafspraken. In 2016 wordt bekeken of we ons aan onze afspraken hebben gehouden. Zo niet, dan gaat er een bedrag van onze vergoeding af.
‘Zijlstra heeft zelf ook prestatieafspraken. Hij moet wet- en regelgeving door de Tweede Kamer krijgen. Zo moet hij selectie aan de poort en uiterste inschrijfdatum  van 1 mei voor studies mogelijk maken. Hij wil het hele pakket al september 2013 invoeren. Daarnaast komt hij een jaar later ook nog met maatregelen om het aantal regels voor waar universiteiten mee geconfronteerd worden, te verminderen.’

Er komen ook meer deeltoetsen. Wordt de werkdruk niet te groot voor docenten?
Simone Buitendijk: ‘We hebben niet de indruk dat dit plan de werkdruk gaat verhogen, het is meer spreiden van werk. Het is de bedoeling dat studenten al vanaf het begin in het juiste tempo studeren. Als opleiding heb je veel sneller in de gaten als het niet goed gaat met een student. We denken dat het juist een deel van de druk uit het systeem haalt.’

De nadruk ligt ook op het uitbreiden van excellentieprogramma’s. Het elitedenken op de universiteit is terug.
PvdH: ‘Ik zie dat anders. Niet iedere student moet door dezelfde mal. Het is maatwerk. Sommige studenten willen excelleren, anderen gaan liever roeien, of besturen. Dat zijn vrije keuzes. Dat moet je faciliteren.’

Maar dan moet het toch ook mogelijk worden om gedifferentieerd collegegeld te heffen?
PvdH: ‘Zeker. Dat gaat Zijlstra regelen.’

Is dit beleid afgestemd met de TU Delft en de Erasmus Universiteit?
PvdH: ‘Ja. Maar we maken ieder voor zich afspraken. De strategische alliantie heeft meer betrekking op afspraken over bijvoorbeeld gezamenlijke opleidingen en onderzoek. Waar gaan we wat doen? Komt er wellicht een opleiding economie in Leiden? Daar hebben we het over.’

Zijlstra moet wellicht extra bezuinigen. Wat gebeurt er dan?
PvH: ‘Er zit een ontbindende voorwaarde in het akkoord. Als Zijlstra wordt gedwongen meer te bezuinigen, dan gaat het niet door.
‘Het is ook zijn akkoord. Maar ook als dat gebeurt, dan moeten de rendementen omhoog. Zoals het nu gaat, is zo langzamerhand onverantwoord.’