1 + 1 + 1 = 6

Leiden, Delft en Rotterdam willen fuseren tot een Zuid-Hollandse superuniversiteit. Maar kan dat zomaar? En heeft dat zin? 'Het is terra incognita.' Zes vragen over de fusie

Marc de HaanAanschuivende studenten voor de opening van het academisch jaar

Door Vincent Bongers

Komt die fusie er? Dat beslissen de universiteiten pas in het voorjaar van 2012. Mocht de keuze uiteindelijk op een fusie vallen – want ook andere samenwerkingsvormen zijn nog mogelijk - dan kan dat door de politiek worden afgeschoten. Er bestaat geen ‘fusieverbod’, zegt Ruud Louw, die twee jaar geleden afzwaaide als secretaris van het Leidse college van bestuur en recentelijk promoveerde op een onderzoek naar het hoger onderwijsrecht. ‘De wet moet echter wel aangepast worden om een fusie mogelijk te maken.’

En daarvoor is ‘politieke wil’ nodig. Als die ontbreekt, zegt Louw, kunnen de universiteiten het anders aanpakken. ‘Ze kunnen een samenwerkingsinstituut in het leven roepen. Dat kan een raad van toezicht en een college van bestuur krijgen. De drie universiteiten kunnen bevoegdheden afdragen aan het college van het instituut. Dan ontstaat er een structuur die wel heel veel op een gefuseerde universiteit lijkt.’

Wat zeggen de experts?

Los van de politieke obstakels moet het plan breed gedragen worden. Jan Adriaanse is hoogleraar bedrijfseconomie in Leiden en doet onderzoek naar de reorganisaties en fusies (‘en vooral waarom die verkeerd aflopen’). Adriaanse: ‘Het ligt misschien voor de hand, maar fusies mislukken vooral als er geen goede reden is om met elkaar in zee te gaan.’

Colleges moeten volgens hem ‘helder uiteenzetten dat één plus één plus één niet drie is, maar zes. Je moet een beeld schetsen waar werknemers toch niet tegen kunnen zijn. Het benadrukken van de voordelen van schaalvergroting en geld besparen werkt in ieder geval zeer demotiverend richting personeel.’

Econoom en fusiespecialist Hans Schenk, van de Universiteit Utrecht: ‘Als het een idee is van een paar bevlogen mensen uit de top, dan is het gedoemd om te mislukken.’ Van te voren beloofde voordelen worden vaak niet behaald, aldus Schenk. ‘Je zou pas moeten fuseren als je ondubbelzinnig kunt vaststellen dat het een voordeel biedt op de huidige situatie. Dat is in dit geval moeilijk.’

Is het nodig?

Volgens de bestuurders van de drie universiteiten is een bundeling van krachten nuttig om meer geld binnen te halen uit Europa, hoger te komen op universitaire wereldranglijsten en goedkoper te kunnen werken. Vooral de Chinese markt wordt als heel aantrekkelijk gezien. Chinezen die in Nederland studeren, leveren het volle pond op, omdat zij het instellingscollegegeld betalen.

Voor Chinese studenten is de Shanghai ranking zaligmakend. Op deze ranglijst neemt Leiden plaats 65 in, vijf plaatsenhoger dan vorig jaar. Delft en Rotterdam hebben niet eens een specifieke plek toebedeeld gekregen en worden ingedeeld in de 150 tot 200 categorie.

Volgens Ton van Raan, hoogleraar bibliometrie en ranglijstenspecialist van het Leidse Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies zal een fusie zeker een stijging betekenen op de ranking: ‘De Shanghai lijst kijkt vooral naar volume: Hoe groter, hoe beter. Ook het optellen van publicaties in Nature en Science telt natuurlijk flink aan als je fuseert.’

Of het op lange termijn soelaas biedt, is twijfelachtig. Van Raan: ‘In het binnen- en buitenland kan het fusiespel gespeeld worden. Uiteindelijk verdwijnt de voorsprong dan weer.’

Is het ook goedkoper is om samen te gaan? ‘Er is geen enkele basis om te verwachten dat het schaalvoordelen gaat opleveren’, zegt Schenk ‘Dat wordt dan door strategische adviseurs van bepaalde bureaus bij collegeleden ingefluisterd. Maar cijfers zijn er niet. Het is terra incognita.’ Enigszins vergelijkbare fusies geven in ieder geval geen rooskleurig beeld. Schenk: ‘De fusies in het hoger onderwijs hebben een dramatisch resultaat opgeleverd. Kijk naar Inholland: door al dat gefuseer rezen de kosten en de salarissen van de bestuurders de pan uit.’

Wat kan er samen?

Als de opleidingen en onderzoeksgebieden van de drie universiteiten naast elkaar gelegd worden, dan vullen die elkaar behoorlijk goed aan. Samenwerking is er ook al volop. Zo hebben Leiden en Delft samen de succesvolle opleiding Life Science & Technology opgezet. Met Rotterdam biedt Leiden een opleiding pedagogiek. Ook de opleiding Chinees recht wordt samen met Rotterdam georganiseerd. En zo zijn er tal van andere initiatieven die floreren.

Volgens Schenk is het slimmer zulke ontwikkelingen te stimuleren dan te fuseren. ‘Je kunt veel beter initiatieven vanuit de basis goed faciliteren dan van boven een strak beleidsplan opleggen. Dat soort fusies zijn meestal ten dode opgeschreven. In een groot instituut gaat niet iedereen automatisch met elkaar samenwerken. Ik heb zelf meer dan tien jaar op de Erasmus Universiteit gewerkt. De meeste mensen hebben al geen idee van wat er een verdieping hoger gebeurt.’

 

Levert het wat op?

Historicus Eric Storm, die lid van de faculteitsraad Geesteswetenschappen is, heeft zo zijn twijfels een fusie wel effectief zal zijn. ‘Historici werken al samen met vakgenoten die hun interesses delen’, zegt Storm. ‘Die kunnen in Rotterdam, Oxford zitten of verbonden zijn aan een of andere obscure derde werelduniversiteit, dat maakt niet uit. Een fusie gaat die processen niet veranderen.’

Storm verwacht ook niet dat een grotere universiteit zoveel effectiever gaat zijn in het binnenhalen van Europees geld, zeker niet voor Geesteswetenschappen. ‘Het heeft voor ons niet erg veel zin’, aldus Storm. ‘Vaak dien je binnen een programma met collega’s van andere universiteiten een verzoek in. Daar zal niet veel in veranderen.’

Universitair hoofddocent sociaal recht Barend Barentsen, lid van de faculteitsraad Rechten, verwacht ook niet al te veel voordelen van een fusie. ‘We schieten er waarschijnlijk niets mee op. Mogelijk kunnen er wat diensten die worden samengevoegd. Ik denk dan aan de personeelsadministratie. Maar goed als die ergens op een industrieterrein worden gestald, ver weg van de andere medewerkers, levert dat ook weer problemen op. Daarnaast kost het enorm veel energie om zo’n fusie voor elkaar te krijgen. Ik verwacht dat we Leiden gewoon blijven doen wat we altijd al doen.’

Ook is er volgens Barentsen nog de mogelijkheid dat de nieuwe organisatie er ‘een potje van maakt’ en de drie al bestaande merknamen bezoedelt. Met als gevolg imagoschade. ‘De nieuwe naam, wat die ook moge worden, is dan niet meer synoniem aan kwaliteit. Wellicht wordt er dan spottend over ons gesproken als Inholland University’, aldus Barentsen.

Schenk ziet nog andere nadelen: ‘Te grote schaal leidt maar al te vaak tot standaardisering en verschraling. Gevreesd moet worden dat de toch al veel te omvangrijke universitaire bureaucratie slechts verder zal toenemen.’

Hoe gaat de superuniversiteit heten?

Dat is nog onduidelijk. Toen in de media de naam Leiden University werd genoemd, schoten Delftenaren en Rotterdammers in de stress. Dat lijkt dus niet waarschijnlijk. Maar wat dan wel? De Gnaius Domitius Corbulo University? Die naam werd geopperd in de jaren tachtig, toen er ook al werd gebrainstormd over een fusie. De Romeinse veldheer Corbulo was een gevreesd bevelhebber die zijn manschappen een kanaal tussen de Rijn met de Maas liet graven. Op de verkennende samenwerkingsnota van de drie universiteiten prijkt voorlopig de naam LDR University, spreekt uit ‘Leader University’, maar dat is wellichte een tikje arrogant.